Ritzen wil opheffing van drie adviesorganen

DEN HAAG, 13 juli Minister Ritzen (onderwijs) wil drie van zijn belangrijkste adviesorganen afschaffen. De bewindsman vindt de raden voor het basisonderwijs (ARBO), voortgezet onderwijs (ARVO) en hoger onderwijs (ARHO) met elk aandacht voor een sector te beperkt van opzet, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Ook doet de deregulering in het onderwijs de behoefte groeien aan andersoortige advisering: minder gedetailleerd en met meer informatie over maatschappelijke ontwikkelingen buiten het onderwijs. De raden zouden per 1 augustus 1991 moeten verdwijnen.

De drie huidige beleidsvoorbereidende organen zijn het resultaat van een grootscheepse reorganisatie van de adviesstructuur rondom het ministerie van onderwijs. In 1983 kende het ministerie nog 65 permanente adviesraden. Om de samenhang en efficientie van de advisering te verbeteren en een goede koppeling tussen advisering en beleidsuitvoering mogelijk te maken is dat aantal teruggebracht tot acht. Maar zelfs de huidige structuur vertoont kenmerken van 'institutionele verstarring', aldus de minister in zijn brief.

Om die tegen te gaan wil de minister meer gebruik gaan maken van ad hoc-adviezen. Het advies en de keuze van de adviseurs kan dan beter worden toegespitst op het betreffende onderwerp, zo verwacht Ritzen. Ook wil de minister andere adviesorganen zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Emancipatieraad meer bij de advisering van zijn departement betrekken.