North Sea Jazz mengt intimiteit met anonimiteit

DEN HAAG, 13 juli Al bij het naderen van het Congresgebouw in Den Haag loopt de festivalkoorts op. Overal waar dat mogelijk is staan auto's geparkeerd en uit alle straten komen drommen mensen naar het gebouw. Dames met glitterjurken, jongens in korte broeken en gymschoenen, meisjes onder indrukwekkende rugzakken het is een bonte stoet die naar het vijftiende North Sea Jazz Festival trekt. Eenmaal binnen begint meteen het koortsachtige zoeken: welke artiest speelt hoe laat in welke zaal, welke wijzigingen zijn er op het laatste moment nog in het programma doorgevoerd, en vooral: waar zijn al die dertien zalen in vredesnaam? Van alle kanten klinkt muziek!Beneden, in het souterrain, is Helen Merril zittend op een barkruk stipt om zes uur begonnen te zingen. Helen Merril! Alleen de stem is nog die van de femme fatale van het midden van deze eeuw, maar daar zit ze toch maar. Op piano Gordon Beck, op bas Red Mitchell en op de grond het publiek. Het zit in kleermakerszit op het parket onder etenstijd te luisteren naar die zachte omfloerste stem die lijkt geschapen om laat op de avond te worden gehoord. Ook dat hoort bij dit festival. Voortdurend stappen nieuwe toehoorders over de achterste rijen heen om zich ineen te laten zakken waar een plekje vrij schijnt te zijn. Tegelijk rijzen er personen meestal paarsgewijs uit de luisterende kluwen op, om zich hink-stap-sprong een weg naar buiten te banen.

In de immense Statenhal, waar het ene podium wordt opgebouwd terwijl op het andere wordt gespeeld meestal door artiesten van naam klinkt inmiddels luid en duidelijk de fusion-band Wishful Thinking. Langs de rand van de hal kraampjes met platen, posters en pils. Verder een rijtje van de bekende blauw-bruine chemische toiletten.

Op de bovendste rijen van de tribune heeft een groepje jongeren met truien en tassen een territorium afgebakend. Uit de tassen komen broodjes en blikjes bier te voorschijn. Twee mannen enkele rijen lager hebben verrekijkers meegebracht om de honderd meter tussen de tribune en de figuurtjes op het podium te overbruggen. Om hen heen raadplegen bezoekers het programma, om er zeker van te zijn dat er niet nog betere muziek elders wordt gemist. Het North Sea Jazz festival, dat tot en met zondag in Den Haag wordt gehouden, is het grootste overdekte jazz-festijn ter wereld geworden. Bij de start in 1976 kwamen er 9.000 bezoekers, vorig jaar waren het er 55.000 en de groei lijkt nog niet ten einde. Van concert tot evenement. Hoewel beroemdheden als Ray Charles en David Sanborn gisteren speelden, Dave Brubeck en Miles Davis vandaag en Pat Metheney en Herbie Hancock zondag, is zaterdag, de uitgaansavond bij uitstek, al dagen uitverkocht. Er zijn stalletjes met ijs, stokbrood en knackworsten, er is een restaurent met gedekte tafeltjes en obers, er zijn platenwinkels, en er is heel veel muziek tegelijk.

Elk plekje van het Congresgebouw is gevuld met de festival-gangers van alle leeftijden. Sommigen lopen met het programma in hun hand recht op het optreden van hun keuze af, anderen dwalen wat rond op zoek naar bekenden. Maar dat kun je in het feestende zalencentrum op deze vijftiende editie van North Sea niet meer aan het toeval overlaten. De pilaar bij het 'meeting point' in de centrale hal hangt al halverwege de eerste avond vol met briefjes: 'Gevraagd: vijf kaarten voor zaterdag.'

'Jan, ik sta hier na David Sanborn.' En: 'Ditje, waar ben je?'