Lopen

Er loopt iemand over straat. Hij wordt geroepen. Hij kijkt om, steekt zijn hand op en loopt door. Als toneelregisseur dien je wat dieper op dit drama in te gaan. Bijvoorbeeld: Er loopt iemand over straat. Hij denkt aan zijn vrouw die hij net heeft opgebeurd en ook aan de heerlijke boodschap die hij gaat doen. Hij vermijdt tegenliggers, objecten en hondedrollen. Zijn hersenen en oren en ogen werken op volle toeren. Plotseling hoort hij zijn naam. Waarvandaan? Achter hem. Razendsnel wordt dat geregistreerd. Wie roept hem? Hij staat stil en draait zijn hoofd om. Het is een redelijk goede kennis. Het gezicht van de kennis staat vrolijk. Al teveel gevaar is dus niet te duchten, stelt de aangeroepene vast. Alhoewel zijn lichaam tot stilstand is gekomen is het niet tot rust gekomen. Rust veronderstelt grote geborgenheid en veiligheid. Zaken die je zeker niet op straat vindt. Razendsnel vindt er nu een proces van afwegingen plaats in het hoofd van diegene die geroepen werd. 'Als ik inga op de begroeting kost mij dat tijd, die tijd gaat van mijn heerlijke boodschap af. Heb ik dat er voor over? Zal het mijn belangen ernstig schaden als ik doorloop, of kan ik, om verdere problemen te vermijden, doen alsof mijn tijd op dit moment buitenzinnig kostbaar is?' De uitslag van het onderzoek is dat hij besluit om door te lopen. 'Dag, hallo' roept hij en tegelijkertijd zet hij zijn lichaam weer in beweging terwijl hij zijn rechterarm omhoog steekt en die vervolgens in de zwaai van het lichaam voor zich uit laat vallen om te proberen de oude snelheid van het lopen zo snel mogelijk te hervinden. Ogenblikkelijk dreigen voetgangers en objecten hem weer onder de voet te lopen. Hersenen en lichaam zijn koortsachtig bezig dat te vermijden en terwijl er wordt nagedacht over het incident van de begroeting, of hij wel de juiste beslissing heeft genomen, komt het beeld van zijn trieste vrouw weer boven en dat beeld wordt verdrongen door die begeerlijke boodschap die hij bezig is te doen.

Als toneelpersonages niet kunnen bewegen zijn ze of dood of invalide en als ze niet willen bewegen zeer depressief. Als ze wel bewegen zal je onophoudelijk je bezig moeten houden met het belang van het personage. Doe je dat niet, dan dreigt vervlakking en dat mondt ten slotte uit in poses. Dat valt bijzonder duidelijk waar te nemen bij sommige toneelgroepen en bij sommige operazangers.