Kritiek van Suriname op beleid Pronk 'ongegrond'

DEN HAAG, 13 juli Het ministerie van ontwikkelingssamenwerking heeft gisteren met ongeloof gereageerd op de harde verwijten van de Surinaamse vice-president Henck Arron, die het ontwikkelingsbeleid van Nederland 'restrictief' heeft genoemd. Een jonge democratie wordt volgens Arron 'de grond ingeboord'. De verwijten komen aan de vooravond van een orienterend bezoek van de minister Pronk aan Paramaribo. 'De uitlatingen van Arron geven aan dat er volop reden is voor Pronk om voor een paar goede gesprekken naar Suriname te gaan', aldus de woordvoerder van de minister.

Ook de woordvoerders van de grote politieke partijen hebben met verbazing kennis genomen van Arrons opstelling. Aarts (CDA), Melkert (PvdA) en Weisglas (VVD) houden unaniem vast aan de afspraken die de Kamer dit voorjaar met minister Pronk heeft gemaakt. De Kamer drong er toen bij Pronk op aan dat hulp aan Suriname gekoppeld moet blijven aan vrede in het binnenland en aan door Suriname ontwikkelde plannen voor economische ontwikkeling.

Arron zei dinsdagavond in de Nationale Assemblee dat het beleid van Nederland remmend en verlammend werkt op het democratiseringsproces en de interne stabiliteit in Suriname. De Surinaamse vice-president meent dat Pronk vorige maand 'nieuwe barrieres' heeft opgeworpen door vooruitgang in het vredesproces en een structureel aanpassingsbeleid te eisen.

Pronk spreekt dit bij monde van zijn woordvoerder tegen. 'Sinds mei '88, toen de ontwikkelingsrelatie werd hersteld, heeft Nederland de Surinaamse regering voorgehouden dat in macro-economisch opzicht orde op zaken moet worden gesteld en dat er een meerjaren-ontwikkelingsbeleid moet komen. En Nederland is ook altijd helder geweest in zijn standpunt dat de voortgang in het vredesproces van invloed is op de mate waarin hulp wordt verleend.'