Kabinet akkoord met wetsvoorstel tegen discriminatie

DEN HAAG, 13 juli Het kabinet is het gisteren eens geworden over de wet gelijke behandeling.

De wet is bedoeld om discriminatie op grond van politieke gezindheid, ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat tegen te gaan.

De totstandkoming van de wet heeft de afgelopen jaren steeds tot grote politieke verdeeldheid geleid. Behalve de regeringspartijen CDA en PvdA toonden ook VVD en D66 zich gematigd positief.

Er komt als het aan het kabinet ligt een Commissie gelijke behandeling die alle vormen van discriminatie op de genoemde gronden kan onderzoeken. De Commissie gelijke behandeling zal niet alleen de door personen of organisaties ingestelde klachten onderzoeken maar kan ook op eigen initiatief gevallen van 'structurele' discriminatie aan de kaak stellen en aan de rechter voorleggen.

In totaal heeft het ruim vijftien jaar geduurd voordat een kabinet overeenstemming wist te bereiken over het wetsvoorstel, dat een praktische uitwerking is van artikel 1 van de Grondwet dat discriminatie verbiedt. De discussie spitste zich steeds toe op de vraag of instellingen zoals christelijke scholen na in werking treding van de wet nog wel gerechtigd waren homoseksuele werknemers te weren. In het huidige wetsvoorstel staat nu dat 'het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat' geen reden mag zijn een kandidaat voor een functie af te wijzen.

Met andere woorden het feit dat een mannelijke onderwijzer samenwoont met een man mag voor een christelijke school geen reden zijn de leerkracht te ontslaan.

Het wordt anders als iemand door de specifieke wijze waarop hij zijn functie uitoefent in de ogen van de school de vrijheid om op christelijke grondslag onderwijs te geven aantast. Premier Lubbers betitelde het wetsvoorstel gisteren op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad als 'richtinggevend' en als 'hulpmiddel'. Hij wilde niet 'de illusie wekken' dat met dit wetsvoorstel in Nederland de discussie over wat wel en wat niet mag zal zijn afgesloten. Het is uiteindelijk aan de rechter om in concrete gevallen een oordeel te vellen. Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State. Minister Dales (binnenlandse zaken) verwacht dat de wet op 1 januari 1994 in werking kan treden. Lubbers denkt dat een snellere afhandeling van de Wet mogelijk is. Pag.3: Instemming