Herr Kohl is van harte welkom in Moskou

Er zit in 1990 al enige sleet op het adjectief 'historisch'. Maar bezoeken van Duitse kanseliers aan Moskou zijn altijd historisch. Dat geldt dus ook voor het bezoek dat de zestigjarige kanselier Helmut Kohl dit weekeinde brengt aan de een jaar jongere Michail Gorbatsjov, de man die hij een paar jaar geleden nog plomp op de Russische ziel trapte door hem met Hitlers propaganda-minister Joseph Goebbels te vergelijken.

Sinds Kohls Goebbels-uitglijder zijn de tijden veranderd. De kanselier die zo op weg is naar de Duitse eenheid wordt in Moskou langzamerhand niet alleen net zo belangrijk gevonden als in Washington en Brussel, hij is er nu zelfs een gewaardeerde gast geworden. Dat blijkt bijvoorbeeld daaruit dat Gorbatsjov hem deze week vroeg om niet zondag maar morgen al te komen. Zodat hij hem zondag en maandag kan meenemen naar Stavropol, de hoofdstad van de streek waar de president opgroeide en waar zijn carriere in de communistische partij begon. Dat is trouwens ook de streek waar hij in '42 als tienjarige aan het Kaukasische front voor het eerst Duitsers te zien moet hebben gekregen en waar zijn vader sneuvelde.

Kohl heeft vorige week op de NAVO-top in Londen zijn best gedaan om het bondgenootschap de Sovjet-Unie tegemoet te laten komen. Hij is deze week op de economische top in Houston bevestigd in zijn positie als frontrunner in het heterogene klassement der Westelijke helpers van de Sovjet-president en zijn hervormingskoers. Goed zichtbaar voor het oog van de wereld bedong hij immers het recht om bilateraal te doen wat Japan, de VS en Groot-Brittannie nog niet willen of niet meer zo goed kunnen. Namelijk zonder uitstel de financiele en economische hulp te bieden waarom Gorbatsjov vraagt en die hem, bodem of nog geen bodem in de put, alvast behouden door de komende winter kan helpen.

Op de NAVO-top en de top van Houston reageerde Gorbatsjov opgewekt. Hij kon niet anders nu hij net met zoveel nadruk het twaalfde Sovjet-partijcongres had voorgehouden dat zijn buitenlands-politieke koers in orde is en ook vruchten afwerpt. Wat dat betreft staat het nu al vast dat Kohls offertes dit weekeinde warme Russische dankwoorden zullen krijgen.

Ongewoon

Angst en respect beheersen traditioneel (ook) de Russische blik op Duitsland, het land waarvan Bismarck bij de totstandkoming van het keizerrijk in 1871 al vreesde dat het door zijn ligging en potentie in Europa wel eens te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken zou kunnen blijken. Of, anders gezegd, te klein om zijn buren te domineren en te groot en psychisch te labiel voor een 'gewone' rol tussen de anderen.

De Sovjet-Unie, die als armlastige revolutie-staat voor de Tweede Wereldoorlog zocht naar een desnoods tijdelijk, maar profijtelijk en/of veilig vergelijk met het geboorteland van Marx en Engels (Rapallo 1922, Molotov-Ribbentrop 1939), is als na-oorlogse militaire supermacht consequent gebleven in een doelstelling. Deze: houd een greep op de Duitsers, houd hen verdeeld of houd hen anders neutraal. Van Stalin tot Chroesjtsjov en van Brezjnev tot Gorbatsjov is die doelstelling niet veranderd. Maar de omstandigheden zijn dat wel. In september 1955 komt de dan 79-jarige CDU-kanselier Konrad Adenauer namens een zeer onbeminde en arme rompstaat aan op het Moskouse vliegveld Vnoekovo. Hij zal er een eerste rechtstreekse krachtmeting hebben met Chroesjtsjov en Boelganin, de opvolgers van de in '53 gestorven Stalin. De rooms-katholieke, 'antipruisische' Rijnlander Adenauer, voor de nazi's in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen burgemeester van Keulen, had eerdere offertes van Stalin (uit 1952) om een herenigd maar neutraal Duitsland te laten ontstaan direct afgewezen.

Adenauer, door de SPD mede daarom destijds gewraakt als 'kanselier van de geallieerden', had zijn afwijzing van Stalins aanbod bijna profetisch geformuleerd. De oude kanselier, die de Bondsrepubliek geintegeerd wilde zien in de Europese Gemeenschap en de NAVO, zei er maart '52 op een CDU-bijeenkomst dit over: 'Het Westen moet zo sterk worden dat het met de Sovjet-Unie tot een verstandig gesprek kan komen.'

Een herenigd maar neutraal Duitsland wees hij af.

Herbewapening

In '54 was in het Franse parlement de Europese Defensiegemeenschap mislukt, onder meer omdat de Franse parlementariers geen zin hadden om via zo'n EDG als het ware een lagere status te krijgen dan de niet-deelnemende nucleaire macht Groot-Brittannie. Vervolgens werd de herbewapening der Bondsrepubliek en haar toetreding tot de NAVO een feit. In Moskou stond Adenauer in '55 met de rug tegen de muur. De Sovjet-Unie wilde de Bondsrepubliek erkennen en uitgaan van het bestaan van twee Duitse staten, de 'socialistische verworvenheden' in Ulbrichts DDR mochten niet verloren gaan. 'Ons blaast de wind niet in het gezicht', zeiden Chroesjtsjov en Boelganin. In feite moest Adenauer dus instemmen met een diplomatieke erkenning van twee Duitse staten, en daarmee zondigen tegen zijn eigen politiek. Op zijn best kon hij daarvoor de repatriering van 10.000 Duitse krijgsgevangenen terugkrijgen. Dat was in veel gevallen moeilijk genoeg, verhaalt Adenauers woordvoerder Felix von Eckhardt (.). Want de krijgsgevangene die in '45 bijvoorbeeld Generalvertreter (vertegenwoordiger) in zijn pas had staan was soms als plaatsvervangend generaal en oorlogsmisdadiger veroordeeld.

Pas toen de onderhandelingen geheel dreigden vast te lopen, en de kanselier opzettelijk via een een 'open', en dus afgeluisterde, telefoonlijn de Lufthansa in Frankfurt had gevraagd om hem maar weer te komen ophalen, stemden de Russische gastheren 'op erewoord' in met de vrijlating van die 10.000 Duitse soldaten. Schriftelijk bevestigen wilden zij dat niet, maar woord hielden ze. Ruim tien jaar later bleek uit Westduitse opiniepeilingen dat het vrijlaten van de Duitse krijgsgevangen veel belangrijker werd gevonden dan Adenauers onvrijwillige aanvaarding van twee Duitse staten.

In 1970 de CDU/CSU is dan in Bonn in de oppositie beland reist Willy Brandt als eerste na-oorlogse SPD-kanselier naar Moskou. Hij komt er zijn Ostpolitik bevestigen via een verdrag waarin onder meer alle Europese grenzen van 1945 worden aanvaard. De Adenauer-politiek die wilde dat elk land dat de DDR ging of bleef erkennen tevens zijn ambassade in Bonn moest sluiten, wordt dan ook formeel verlaten. De Bondsrepubliek ligt economisch dan alweer aardig vooraan in Europa. De Sovjet-leiders Kossygin en Brezjnev zijn volgens Brandt lyrisch over de perspectieven van een Duits-Russische economische samenwerking (.). Brandts beleid van verzoening met Oost-Europa en formele erkenning van de na-oorlogse Europese verhoudingen, wordt in Washington argwanend gevolgd. Nu Bonn 'over de Rubicon' gaat en de Duitse deling en de Europese status quo aanvaardt, adviseert Henry Kissinger president Nixon dan ook om enige afstand te bewaren en zonodig uiteindelijk de Geallieerde rechten in Berlijn als beslissende hefboom te hanteren. Washington moet zich in geen geval binden aan akkoorden met Moskou waarvan de Bondsrepubliek mogelijk later spijt krijgt. Maar Brandts politiek kan de Amerikaanse regering niet doorkruisen door 'Duitser dan de Duitsers' te zijn en de hereniging te eisen, waarschuwt Kissinger ook.

Stap

Van de in Bonn omstreden maar uiteindelijk aanvaarde Westduitse akkoorden van de vroege jaren zeventig met de Sovjet-Unie, de DDR en andere Oosteuropese landen is het maar een stap naar de mensenrechten-overeenkomst (Helsinki, 1975) van de landen van de Europese conferentie voor samenwerking en ontwikkeling (CVSE). Ook die overeenkomst bevestigde zo op het oog de Europese status quo. Maar de Helsinki-akkoorden gaven op mensenrechtengebied tevens een norm en een grondslag aan dissidenten-bewegingen in Oost-Europa, bijvoorbeeld aan de COR in Polen, Charta '77 in Tsjechoslowakije, kerkelijke groepen in de DDR. In de vroege jaren tachtig deelden, zoals Maarten Huygen en Roel Janssen gisteren in hun nieuwsanalyse uit Houston schreven, 'Reagan en Thatcher een wereldbeeld dat werd gekenmerkt door militaire competitie met de Sovjet-Unie.

Nu, na het waterscheidingsjaar 1989, ligt de nadruk op economische macht en handel.'

Het een heeft wellicht zelfs iets met het ander te maken, zou je kunnen zeggen. Anders gezegd: het homogeen blijven van de NAVO-landen in de rakettenkwestie, de groei van het Pentagon-budget en Reagans strategische defensie-initiatief (SDI) hadden Moskou onder de kortstondige partijleider Andropov in '82/'83 al aan het denken gezet. Even later kwam Gorbatsjov nog onverbiddelijker tot de conclusie dat de economische zwakte van zijn land deze competitie niet alleen ongewenst maar ook onmogelijk maakte. In zekere zin hebben vorig najaar in Oost-Europa de dure druk van die militaire competitie (zeg: de NAVO), de CVSE-geest van Helsinki en de kracht van de kapitalistische economie (zeg: de EG en, vooral voor de DDR, de D-mark) elkaar ontmoet. De CVSE-mensenrechtenakkoorden hebben zo gezien een groot deel van hun werk in Oost-Europa gedaan. Moskou ziet het Warschaupact uiteenvallen en zou graag voor een niet al te groot prijsje Europese invloed houden. Bijvoorbeeld in een nieuwe CVSE-vredesordening, een 'Europees Huis' waarin iedereen belooft civiel te zijn en niemand aan te vallen.

Zolang de sleutel voor de Duitse eenheid in Moskou ligt is de verleiding voor politici uit Bonn groot om desgevraagd zo'n Europees vredeslied eventjes uit volle borst mee te zingen. Alleen: als kanselier Kohl echt graag het politieke kleinkind van Konrad Adenauer wil zijn, moet hij wel op de tekst letten.

Ein unordentliches Leben, Ullstein Buch nr. 2809.

Erinnerungen, Propylaen Verlag, 1989 (pag. 205).