Grijze leiders in Afrika willen nog niet weg

NAIROBI, 13 juli Geen maand gaat voorbij of een Afrikaanse land bekeert zich tot het meerpartijen-systeem. In de laatste weken waren dat Congo en Niger. Zelfs uiterst dictatoriale landen als Ethiopie en Somalie beloven democratie. Op de vergadering van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) die deze week in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba werd gehouden, beloofden vrijwel alle leiders democratiseringen.

Afrika is in beroering. De situatie begint vergelijkingen te vertonen met de ontwikkelingen vorig jaar in Oost-Europa. Er zijn echter twee belangrijke verschillen. Wisten de Oosteuropeanen met redelijke zekerheid welke nieuwe weg ze insloegen, in Afrika ontbreekt het aan een duidelijk alternatief. De Oosteuropeanen kunnen rekenen op de warme steun van het rijke Westen, terwijl de Europese en Amerikaanse belangstelling voor Afrika juist afneemt. De roep om veranderingen in het politieke systeem van de Afrikaanse staten werd van buitenaf aangewakkerd. Na de ondergang van de eenpartijstaten in Oost-Europa, begon het Westen druk uit te oefenen om ook in Afrika het pluralisme in te voeren. Parijs begon stevig aan zijn Afrikaanse kokosnootboom te schudden. Daarna volgden de Verenigde Staten, Groot-Brittannie en West-Duitsland met een nieuw beleid. Al deze landen stellen nu als voorwaarde voor hulp de invoering van een meerpartijen-stelsel.

Frankrijk zendt onduidelijke signalen naar zijn voormalige kolonien in West-Afrika. Parijs wil zich ontdoen van repressieve of bejaarde leiders, zoals president Felix Houphouet-Boigny van Ivoorkust en president Omar Bongo van Gabon. Wanneer deze impopulaire leiders nog veel langer zouden blijven zitten, zou dit tot oncontroleerbare revoltes kunnen leiden. In tegenstelling tot de oude, hardhandige politiek van Frankrijk dienen ze niet te vertrekken via door Parijs geensceneerde staatsgrepen, maar na een ordelijke overgangsperiode. Daarom dringt Parijs sinds begin dit jaar aan op de invoering van het meerpartijen-systeem, zodat de Afrikanen hun regeringen kunnen wegstemmen. Maar het vergrijsde leiderschap van Afrika wil nog niet opstappen. Hoewel vele francofone landen zich inmiddels met tegenzin hebben bekeerd tot het meerpartijen-stelsel, blijven zij zich verzetten tegen politiek pluralisme. In Ivoorkust, Gabon en Zaire krijgt de nu legaal verklaarde oppositie nauwelijks een kans zich te uiten, de macht van de heersende politieke en zakelijke elite blijft ongebroken. De bevolking, wakker geschud door de ernstige economische crisis, komt ongeorganiseerd in verzet en chaos is het gevolg. Frankrijk heeft geen duidelijk antwoord op deze politieke crisis. IJverde Parijs begin dit jaar nog voor het meerpartijen-stelsel, vorige maand leek president Mitterrand op de jaarlijkse top van Franstalige landen in La Baule al een stapje te hebben teruggedaan.

Hij sprak in dit Franse vakantieoord slechts over de noodzaak van meer politiek pluralisme, maar noemde niet meer de invoering van het meerpartijen-systeem. Geen enkele leider toont zich echter bereid af te treden. Ze houden krampachtig vast aan hun machtspositie, zelfs als ze met een been in hun graf staan, zoals de belegen leiders van Malawi, Ivoorkust en Zambia. Deze presidenten heersen al sinds de onafhankelijkheid. Ze rekenen op het traditionele respect van de bevolking voor hun ouderdom en de historische rol die ze speelden in de strijd tegen het kolonialisme. De nieuwe generatie politici, die met frisse ideeen de noodzakelijke hervorming zou kunnen initieren, komt zo nauwelijks aan bod. 'Let them go to hell', riep de Zimbabweaanse president Robert Mugabe deze week boos tegen het Westen. Democratisering ja, maar niet op de voorwaarden van het Westen, zei deze week de OAE-secretaris-generaal Salim Ahmed Salim. De wens tot meer partijen leeft vooral onder de beter opgeleide Afrikanen. De 'gewone' Afrikanen zijn bovenal geinteresseerd in verbetering van hun belabberde sociale omstandigheden, politiek is voor hen een 'luxe van de rijken'. Zij wensen meer politiek pluralisme of beter, minder onderdrukking maar zij vrezen toenemende competitie tussen stammen. De leiders spelen in op deze angst voor tribalisme en zoeken steeds meer de steun bij 'de gewone' Afrikaan. Het belangrijkste officiele argument tegen meer partijen is nu het tribalisme, waardoor de nog zeer fragiele eenheid in de jonge Afrikaanse naties in gevaar zou komen. De economische ontwikkeling gaat voor de politieke hervormingen, zo is het immers ook in de Europese geschiedenis gegaan, argumenteren de Afrikaanse leiders. De vraag waarom in veel rigide eenpartij-staten de tribale spanningen eveneens niet konden worden bedwongen zoals blijkt uit de burgeroorlogen in Liberia, Soedan en Ethiopie blijft onbeantwoord.

Tien jaar geleden al groeide de hoop op meer democratie. Begin jaren tachtig verdwenen criminele regimes als die van Idi Amin in Oeganda, Bokassa in de Centraal-Afrikaanse Republiek en van Masas Nguema in Equatoriaal Guinee. Het leger in de gigant Nigeria maakte plaats voor burgers en ook in Ghana mochten de burgers gaan regeren. Het optimisme over deze democratische ontwikkelingen verdween snel. De militairen in Nigeria en Ghana keerden onder gejuich van de bevolking terug, nadat de burgerregimes zich al even arrogant en corrupt hadden gedragen als hun voorgangers in legeruniform. Oeganda stortte zichzelf in een nieuwe burgeroorlog. De werkelijk democratische meerpartijen-staten in zwart-Afrika zijn de landen waar het economisch goed gaat: Mauritius en Botswana. In Senegal houdt de regering de sterke oppositiepartijen krampachtig af van de macht. Onder het meerpartijen-systeem, dat vorig jaar werd beeindigd in Soedan, vlogen de politici elkaar in de haren en hoewel de plaatselijke kranten er over mochten schrijven, begon er een golf van officiele terreur tegen zwarte zuiderlingen.

In Zimbabwe lijkt Robert Mugabe te wachten op het juiste moment om alsnog de eenpartij-staat af te kondigen. De Afrikaanse traditie dat er slechts plaats is voor een sterke leider of die zich nu democratisch of dictatoriaal gedraagt blijft gehandhaafd. 'De realiteit in Afrika is zo beroerd dat men geneigd is te concluderen dat Afrika zijn einde heeft bereikt', schreef deze week een Keniase krant over de economische misere op het continent. De meeste Afrikaanse landen kennen al jaren geen economische groei meer. Nog meer dan gedurende de koloniale periode zit Afrika als met een navelstreng economisch verbonden aan Europa. De Afrikaanse handel met Europa neemt toe, terwijl de regionale cooperatie niet van de grond komt. De Afrikaanse schuldenlast nadert inmiddels de 250 miljard dollar en de grondstoffenprijzen blijven laag of zakken. Hoewel het wordt tegengesproken, verliest het Westen zijn belangstelling voor Afrika. In Londen worden hoge ambtenaren overgeplaatst van het Afrika-departement naar dat van Oost-Europa. West-Duitsland richt zich op zichzelf en de toch al lauwe Duitse belangstelling voor het zwarte continent is nu vrijwel nihil. Westerse investeringen in eens favoriete landen als Ivoorkust, Kenia en Nigeria stoppen of lopen terug. Zelfs in Frankrijks lieveling Ivoorkust namen de investeringen af met 25 procent. Op de top van de zeven grote Westerse industrielanden deze week kwam de Afrikaanse crisis nauwelijks ter sprake.