Geldermans' bedorven instelling en de groeten van Janssen

VILLARD DE LANS, 13 juli Nu de Ronde van Frankrijk door een gebrek aan spanning nauwelijks kan boeien, neemt ook de belangstelling van de media af. Sommige journalisten in de immense volgerskaravaan hebben zelfs geroepen dat ze deze saaie Tour snel de rug zullen toekeren. Dat laatste gebeurde negenentwintig jaar geleden eveneens, maar la Grande Boucle van 1961 was er dan ook bepaald geen om over naar huis te schrijven.

Jacques Anquetil reed in die Tour-editie van het begin tot het einde in de gele leiderstrui. Monsieur Chrono bracht de concurrentie in de eerste tijdrit een vernietigende nederlaag toe. Charly Gaul, de Engel der bergen uit Luxemburg, verloor over de 28,5 kilometer bijna drieeneenhalve minuut en de Belgische favoriet Jean Adriaenssens moest nog dertig seconden meer inleveren. In het eindklassement had Anquetil een straatlengte voorsprong op de Italiaan Guido Carlesi en Gaul.

Het eenzijdige wedstrijdbeeld in veler ogen legden de renners te weinig strijdlust aan de dag leidde tot hevige kritiek en Tourdirekteur Jacques Goddet besloot dan ook tot een ingrijpende maatregel. Hij kondigde aan af te stappen van de landenformaties en voor het eerst sinds 1930 keerden de merkenteams terug in 's werelds grootste wielerspektakel. Met het herinvoeren van de fabrieksploegen in 1962 vergrootte Goddet de kansen van toprenners uit kleine wielerlanden (Gaul, de Westduitser Hennes Junkermann, de Brit Tommy Simpson) en hij deed een knieval voor de steeds verder opdringende commercie.

De nieuwe formule had succes. Er was weer volop spanning, waarbij zelfs een Nederlander was betrokken, Ab Geldermans. Op de Nederlandse radio berichtte de populaire verslaggever Jan Cottaar dagelijks over de heldendaden van de renner uit Beverwijk. Maar ook over diens moeilijke positie: Geldermans was een knecht van Anquetil, hij moest zijn eigen kansen vergeten om het vuile werk op te knappen voor de latere Tourwinnaar. Zo was dat contractueel nu eenmaal vastgelegd door de Franse sponsor St. Raphael, die de coureur uit Noord-Holland daarvoor had ingehuurd.

Niet iedereen in Nederland had begrip voor de pure prof Geldermans, die zich had 'verkocht' aan de concurrent. Nee, die Tour de France in die commerciele jas was maar niks. Dat vond ook Dick van Rijn, die voor de Nederlandse Radio Unie dagelijks verslag deed van de Tour de l'Avenir voor amateurs, welke in die tijd samen viel met de grote Franse Ronde. Deze commentator berichtte over het wel en wee van de oprechte Nederlandse deelnemers, die onder de Limburgse ploegleider Sjefke Janssen een landenteam vormden en gelukkig nog niet waren bedorven en ingepalmd door de zakenwereld.

Van Rijn had lang niet de vakkennis van zijn collega, de routinier Cottaar. Hij had zelfs moeite met de namen van de oranje-afgevaardigden: in de eerste dagen van de Tour de l'Avenir noemde hij Jan Janssen, in 1968 winnaar van de grote Tour, voortdurend Janssens of Henk Janssen. Maar Van Rijn deed zijn best en hij werd goed beluisterd aangezien de vaderlandse rijders successen boekten. Zo deed Lex van Kreuningen van zich spreken en won Janssen de openingsrit Bordeaux-Bordeaux, zodat de latere professeur aux lunettes de gele trui mocht aantrekken.

Vanzelfsprekend mocht Janssen meer dan eens voor Van Rijns microfoon verschijnen om te vertellen over zijn belevenissen in deze prachtige, eerlijke amateurronde zonder commercie. Een fragment is onvergetelijk. 'Ik ken het niet gelofe', riep de Nootdorper Janssen de luisteraars na een succes toe, 'zo fantastisch gaat het met me. En mag ik nog effe de groete doen?' Dat mocht. 'Nou, de groete dan aan mijn meisje Cora en natuurlijk aan de directie van de Lokomotief-fabriek, die dit alles voor ons mogelijk heeft gemaakt.'