Galerie

Jos Smeets

Op de foto duikt tegen een diepblauwe achtergrond het geel bepoederde gezicht op van een man die ons met een lege blik aanstaart. Links en rechts van hem staan twee in donker hout gesneden, onverzettelijke vormen, als wachters aan weerszijden van een poort. Het gezicht is dat van kunstenaar Jos Smeets, de foto is de uitnodigingskaart voor zijn huidige beeldenexpositie. Smeets is een van de initiatiefnemers van de kunstenaarsgalerie 'Het Recept', die sinds een jaar tentoonstellingen, performances en muzieksessies organiseert in een kleine Amsterdamse ruimte aan de Plantage Muidergracht. Smeets exposeert er nu eigen werk dat, zo is de eerste indruk, verwant is met dada en surrealisme. Bij nader inzien verdient slechts een enkel object die noemer, bijvoorbeeld het wandkastje waarin een rij telefoonboeken staat, die steeds schuiner wegzakken en 'uitlopen' in een omgevallen en opengeslagen exemplaar. Het werk bestaat voornamelijk uit objets trouves en heeft een humoristische ondertoon. Net als in de andere stukken zijn de geometrische vormen hier een grondtoon, zij het onnadrukkelijk: het kastje is een rechthoek, de telefoonboeken verdelen het in verticale lijnen. Smeets lijkt de draak te steken met het streng formele doordat het opengeslagen boek ons eraan herinnert dat het hier gaat om reele, functionele voorwerpen.

Een vergelijkbare benadering komt naar voren bij een soort silo die tot het plafond van de expositieruimte reikt. De silo bestaat uit een metalen vat en ringen die met enige tussenruimte boven elkaar vastgezet zijn zodat ze een open toren vormen. Boven- en onderin de stellage zijn ronde spiegels gehangen.

Als je je naar voren buigt en kijkt, zie je zowel boven als beneden je een peilloze diepte. Een uitgeschoven telescoop lijkt het, of de toren van Babel die tot in de wolken reikt. De opbouw uit louter cirkels zorgt voor een beeld dat tegelijk als een abstract, 'minimaal' kunstwerk kan worden beschouwd. Vrijer van vorm is een iel kastje van niet meer dan 20 centimeter hoog, waarop een vreemd gevormd stukje hout ligt. In het kastje staat een ouderwets metalen oliekannetje als een prachtig objet trouve. De voorwerpen worden door hun eenvoud, door hun heldere contouren en onopgesmukte materiaal, haast objecten van meditatie. Veel nadrukkelijker esthetisch is een ijzeren frame in plantvorm, waarvan de 'bladeren' worden gevormd door twee ronde glasplaatjes. Daartussen zit telkens een gedroogd boomblad, dat al half is vergaan. Het herinnert aan arte povera en is een beetje clichematig, zoetig, naast alle ongerijmde dingen die zich links en rechts ervan bevinden. Het werk van Jos Smeets is nog weinig consistent en 'werkt' vooral als er meer stukken aanwezig zijn, waardoor zijn kijk op kunst naar voren komt. Die optiek is interessanter dan de kunstwerken zelf. Slechts in een werkje is de uitwerking even sterk als het idee. Het betreft een stoel die helemaal in papier-mache is verpakt. Op de zitting is een kleine vertakking te zien, alsof er onder de papieren 'huid' een bloedvatenstelsel loopt en er in deze stoel een hart klopt. Dit werk benadert iets van de intensiteit die de verrassende uitnodigingskaart met zijn onwerkelijke kleuren heeft. Die kaart is een kunstwerk gebleken dat moeilijk te evenaren zal zijn voor Smeets.

T/m 11 aug. in galerie Het Recept, Plantage Muidergracht 69-71 Amsterdam. Geopend vr. en za 14-18u. Het beeld, dat ten dele op de uitnodigingskaart staat, is te zien in de vitrines van de SBK, Vijzelstraat, in de zg. ABN-galerij.

AIR

'Artists International Research' (AIR) houdt zich sinds twee jaar bezig met al dan niet internationale contacten tussen kunstenaars door middel van onder meer atelier-ruil. Eind vorig jaar vond het groepje van zes kunstenaars en twee aankomende kunsthistorici een eenvoudige expositieruimte in Amsterdam. Het organiseren van tentoonstellingen, vaak samengesteld door een gastconservator, werd de voornaamste bezigheid van AIR. Op dit moment is er een gezamenlijke installatie van Maurice van Tellingen en Walter Bartelings te zien. De titel, Pinocchio goes Hollywood, staat al op de kokosmat bij de ingang te lezen. De ruimte is verbouwd tot een statig, geheel met hout betimmerd zaaltje met schematisch aangeduide lambrizeringen, nissen en opengewerkt houtsnijwerk. Geholpen door een begeleidend schrijven kan de bezoeker er een soort museum in zien, zo een met kabinetten waarin de schilderijen naar stroming zijn ondergebracht. Kunstwerken zijn er echter nergens te zien, hooguit zijn het de decoratieve ruitvormen die hier en daar tot op de muren doorlopen en die van lieverlee de plaats van de kunst in lijken te nemen. Voeg daarbij het feit dat de wanden van afvalhout zijn gemaakt, dat achter de opengewerkte ruiten en roosters corduroy en marmoleum schuilgaan en dat op de vloer geen marmeren tegels maar tapijttegels liggen, en de illusie dat je in een museum rondloopt, is teniet gedaan.

Hier en daar zitten op hoofdhoogte inkepingen in de muren die een deel van een zuil zichtbaar maken, alsof we naar het inwendige, de dragende constructie, van het gebouw kijken. De installatie, waarvan de titel verwijst naar de kunstenaar die carriere maakt daar waar 'het' gebeurt, wil de sfeer van de negentiende-eeuwse Salon opwekken (de jaarlijkse of tweejaarlijkse kunsttentoonstelling in Parijs). Voor mij houdt deze ruimtelijke metamorfose het midden tussen een Duitse Bierstube (vanwege het hout en de vakwerk-achtige decoraties) en een vage associatie met een ouderwets, 'kunsthistorisch' museum. Juist omdat de muren kaal zijn, mist de installatie de noodzakelijke museale atmosfeer. Hiermee vergeleken was de poging van Arti om haar verleden te doen herleven door middel van rood pluche en palmen in potten, veel geslaagder. Maar misschien was het niet nostalgie die Van Tellingen en Bartelings dreef, maar juist kritiek. Wellicht wilden ze weten hoe doods en weinig imposant de Tempel voor de Kunsten is zonder de kunst zelf. Dat het hier om commentaar gaat is echter alleen af te leiden uit het feit dat de bezoeker naar wanden en vloeren kijkt in plaats van naar kunst en dat er dus iets niet in orde is. Maar de wanden zijn 'maakwerk' en zo komt het dat een bezoekje aan 'Pinocchio in Hollywood' geen enkel spoor achterliet in mijn geheugen. Dat kan onmogelijk de bedoeling zijn geweest van de makers.

T/m 26 aug. in AIR, Anna van den Vondelstraat 1a, Amsterdam. Open wo t/m za 14-18u.

Drie Chinezen

Drie Chinese kunstenaars van rond de vijftig jaar exposeren schilderijen en grafiek in de Jordaan. Zij behoren tot de 'stichters' van de Yunnan School, genoemd naar de provincie waar zij vandaan komen. Deze stroming brengt de eerste moderne kunst voort die China kent, aldus de organisator van deze tentoonstelling, de Stichting Promotie Drakebootrace. (Op 11 en 12 augustus zal tijdens Sail Amsterdam, in navolging van een oud gebruik in Hong Kong, zo'n race worden gehouden). De sinds enkele jaren in de Verenigde Staten wonende Jiang Tie-Feng wordt beschouwd als de 'vader' van deze beweging die veel navolging vindt onder jonge Chinezen. Naast hun officiele werkzaamheden (vaak als boekillustrator, kostuum- en decorontwerper maar ook als schilder van propaganda-affiches) ontwikkelden zij deze stijl die teruggrijpt op de wijze waarop eeuwen geleden keramiek en brons werden beschilderd, een traditie die tijdens de Ming-dynastie +/- 1400 tot 1700) werd uitgebannen. De Yunnan School heeft zich eerder omschreven als 'Heavy Colour Movement' en de uitbundige kleuren zijn ook op de huidige tentoonstelling een van de meest in het oog springende kenmerken. Jiang is uitgebreid vertegenwoordigd met zeefdrukken.

In zijn Huntress zien we een Chinees sprookje verbeeld, dat verhaalt van een goede jageres met pijl en boog. De vrouw is weergegeven op een nogal clichematige manier, die overigens door alle drie de kunstenaars wordt gehanteerd: een lichaam met alle (overdreven) curves op de juiste plaatsen en een gezicht als een barbiepop. Mooi daarentegen zijn de wolven in kobaltblauw, in rood en roze en geel. Ze zwermen om haar heen en beschermen haar met opengesperde bekken tegen het kwaad. De kleine, gestileerde dieren in het midden van de cirkel zullen wel de grottekeningen zijn waarop Jiang zich mede baseert. Met Morning Flowers maakte hij een impressionistisch kunstwerk: een vrouw omringd door bloemen die niet veel meer zijn dan streepjes kleur. Het sterkst in de Westerse ogen zijn die werken die meer zijn dan illustraties en waarin vorm en kleur een eigen leven gaan leiden, zoals in Mysterious and ancient. Dit werk drukt een en al beweging uit: rennende paarden, vliegende kraanvogels (symbolen van vrede en geluk), vechtende dieren en een rijzende phoenix. Los van de symbolen is het gewoon een feest voor het oog. In Line Symphony komt een techniek voor die sprekend lijkt op de drippings van Pollock. De meest 'abstracte' van alle drie is He Neng, wiens Weave een geweven tapijt lijkt en herinnert aan Indiaanse motieven in rood, groen en blauw. De blauw-witte menselijke figuur stelt de dochter voor die zich verzet tegen de strikte weeftradities van haar moeder, de zwarte gestalte. Het is het enige werk waarop iets van verzet en verandering wordt gethematiseerd. 'Ik streef ernaar mijn werken te bezielen met mijn liefde voor de mensen en het land', laat He Deguang optekenen en dat is de taal die de meeste werken hier spreken. Vreemd genoeg moeten we lezen dat dit 'vrije' werk subversief bleef in China omdat de overheid geen afwijking van de staatskunst duldde. Je zou meer informatie willen hebben als je leest dat Jiang een permanente muurschildering voor het Plein van de Hemelse Vrede in Peking heeft gemaakt en dat He Deguang nog maar enkele jaren geleden in Peking studeerde. Hoe staat het met de culturele vrijheid in China, toen en nu? Omdat niet getoond wordt hoe de officiele kunst van dit moment er uitziet, blijft dit aspect van deze leuke tentoonstelling helaas onderbelicht.

T/m 29 juli in galerie d' Eglantier, 1e Egelantiersdwarsstraat 1-3, Amsterdam. Open do t/m zo 13-17u.

    • Renée Steenbergen