EG wil betere controle van zwemwater in lidstaten

BRUSSEL, 13 juli De Europese Commissie onderzoekt de mogelijkheid de gegevens over de kwaliteit van zwemwater in de Europese Gemeenschap sneller in huis te krijgen, waardoor niet de situatie ontstaat zoals begin deze week, toen een even omvangrijk als fraai uitgevoerd rapport daarover werd gepubliceerd waar niemand meer iets aan heeft.

Wat voor zin heeft het immers voor een Europese vakantieganger om in juli 1990 te vernemen dat hij twee jaar geleden eigenlijk beter geen verfrissende duik had kunnen nemen in die paradijselijke baai van dat schitterende Griekse eilandje omdat hij toen gemakkelijk een indigestie had kunnen oplopen? Ja, erger nog, wat heeft hij aan de slopende onzekerheid omtrent de vraag of hij de dag daarna nou wel of geen last heeft gehad van een hardnekkige buikloop? De gegevens uit het rapport hebben namelijk betrekking op de metingen die de autoriteiten van elf van de twaalf lidstaten voor Portugal is tot 1992 een uitzondering gemaakt op duizenden locaties langs de Europese kusten en aan binnenwateren hebben uitgevoerd in het jaar 1988. Die verplichte metingen vloeien voort uit de in december 1975 door de raad van Europese milieuministers aangenomen richtlijn voor bewaking van de kwaliteit van zwemwater, aan de kust en in het binnenland, die echter pas in 1985 dwingend van kracht is geworden.

Sinds dat jaar moeten de lidstaten op plaatsen waar veel zwemmers zijn te vinden de oppervlaktewateren regelmatig controleren op de aanwezigheid van salmonella-bacterien, enterovirussen, minerale olieen, niet-natuurlijk schuim, fenolen, op de helderheid, de doorzichtigheid, de geur en de kleur van het water, en dat alles aan de hand van vastgestelde grenswaarden. Die grenswaarden kunnen overigens afwijken van de grenswaarden die de Europese Commissie hanteert, omdat de lidstaten in sommige gevallen strengere normen hanteren. Daardoor en ook doordat de lidstaten onderling verschillende nationale reglementeringen hanteren zijn de gegevens die het deze week gepubliceerde rapport biedt, moeilijk vergelijkbaar. Ook de bijgeleverde kaarten, waarop de microbiologische kwaliteit van het zwemwater wordt weergegeven, zijn onderling niet te vergelijken.

Enig houvast wordt waarschijnlijk wel geboden door de zwarte punten die op de kaarten zijn aangegeven, van de plaatsen namelijk waar bij herhaling een onbevredigende kwaliteit van het water is geconstateerd. Maar daarbij moet bedacht worden dat de gegevens afkomstig zijn van de nationale regeringen, die de neiging hebben om, met het oog op het toerisme, de zaken rooskleuriger voor te stellen dan ze zijn. Er zullen dus eerder te weinig, dan teveel zwarte punten op de kaarten staan. Maar in elk geval waren er in 1988 minder dan in 1987, zo deelde de Europese Commissie mee.

Nederland gaf over 1988 bijvoorbeeld twaalf plaatsen aan waar het zwemwater niet is te vertrouwen: de IJssel bij Kampen, de Afgedamde Maas bij Brakel, het strand bij Moerdijk aan het Hollandsch Diep, de Biesbosch (inlaat de Gijster), de Bovenrijn bij Bijland, het Pannerdensch kanaal (Loowaard), de Nederlek (eiland van Maurik), de Nederrijn/Lek (Redichemse waard, Culemborg), de Lek bij Lopikerkapel, de Lek bij Tull en 't Waal), en ten slotte twee plaatsen aan de Gelderse IJssel, Fraterswaard bij Doesburg en de Jachthaven bij Doesburg.

Belgie

Plaatselijke autoriteiten vinden het niet prettig dat er gegevens over de waterkwaliteit bekendgemaakt worden. Begin juni drongen de burgemeesters aan de Belgische kust er bij de staatssecretaris van leefmilieu, Miet Smet, op aan om geen gegevens over de faecale vervuiling van het zeewater meer bekend te maken 'omdat het publiek daardoor maar in de war zou worden gebracht'.

Vorig jaar hebben de aanhoudende berichten over de grote concentratie van salmonella-bacterieen in de buurt van Nieuwpoort en De Panne in augustus geleid tot een regelrechte zwemstaking.

Mevrouw Smet heeft vier weken geleden besloten om wel gegevens te publiceren, alleen, zoals een woordvoerster van het staatssecretariaat gisteren meedeelde, worden die 'op een andere manier' gepresenteerd. Daaruit blijkt dat dit jaar op acht plaatsen langs de Belgische kust een verscherpt toezicht is ingesteld in verband met de aanwezigheid van salmonella-bacterien in het zeewater.

De Europese Commissie heeft zelf niet de mogelijkheid om te controleren of het wel waar is wat de regeringen haar op de mouw spelden en is daarom afhankelijk van de klachten die particulieren of kranten bij haar indienen over de kwaliteit van het zwemwater. Met name in Groot-Brittannie en Spanje zijn burgers actief om hun regeringen bij de Commissie aan te klagen. Vaak gebeurt dat dan via de Europarlementarier van het betrokken district. Maar ook onderzoekt de Europese Commissie of de nationale wetgeving van de lidstaten wel in overeenstemming is met de aangenomen richtlijnen. Zo werd Nederland in 1987 door het Europese Hof van justitie in Luxemburg al eens veroordeeld omdat de wet op de grondwaterkwaliteit niet beantwoordde aan de Europese eisen.

Procedures

Tegen alle lidstaten van de EG zijn procedures met betrekking tot zwemwater op gang gebracht, er zijn alleen geen precieze gegevens bekend over het aantal ervan omdat ze vertrouwelijk zijn, zo zei een juridische medewerkster van de Europese Commissie deze week. Bovendien fluctueert de situatie vaak, afhankelijk van het stadium waarin de procedure verkeert en de antwoorden die de lidstaten geven. Soms kunnen procedures ook weer worden ingetrokken, al naar gelang de Commissie tevredengesteld is door het antwoord van een regering of door intussen genomen maatregelen.

Dat neemt niet weg dat Ludwig Kramer, hoofd van de afdeling die de naleving van de communautaire milieuwetten moet controleren, onlangs klaagde dat de lidstaten op grote schaal de hand lichten met de richtlijn over zuiver zwemwater en onware informatie verstrekken. Het meest oprecht is het Deense ministerie voor milieu, dat jaarlijks gedetailleerde kaarten uitgeeft over vervuilde en verdachte zwemwaters. Ook Frankrijk geeft actuele informatie over de kwaliteit van het water: vorig jaar was het aantal zeer vervuilde kusten in vergelijking met 1988 aanzienlijk verminderd, van vijftien tot vier.

In Belgie is het percentage van de plaatsen met goed zwemwater aan zee in 1988 gestegen tot bijna 80 procent (in 1987 was het nog 44,4 procent), maar aangenomen kan worden dat het jaar 1989 een totaal ander beeld zal geven. In 1988 is ook het aantal betrouwbare zoetwater-zwemplaatsen verminderd van 75 tot 62 procent. Spanje geeft voor 1988 een percentage van 81 op van zwemplaatsen aan de kust die voldoen aan de EG-norm, terwijl de zwemplaatsen aan zoet water slechts in de helft van de gevallen voldoen.

In Italie voldoet het zwemwater aan de kust in 84 procent van de gevallen aan de Italiaanse norm, het water in de meren voor 59 procent, maar in rivieren moet men in Italie niet gaan zwemmen: daar beantwoordt niet meer dan 10 procent aan de norm.

De gegevens van Griekenland ten slotte zijn volgens de Europese Commissie onvoldoende 'om de kwaliteit van het zwemwater naar waarde te schatten', ook al geeft het land zelf op dat 407 van de 413 plaatsen die regelmatig worden gecontroleerd voldoen aan de eisen van de Griekse wet.

De Middellandse zee is alleen wegens de bevolkingsdruk al eigenlijk te vermijden: er wonen meer dan 130 miljoen mensen omheen en dit jaar wordt een bijna even groot aantal toeristen verwacht: 120 miljoen. Een dergelijke volksverhuizing kan niet anders dan desastreuze effecten hebben voor de kwaliteit van het zeewater.

Het lijkt dan ook een vrome wens van de Europese Commissaris voor milieuzaken, Carlo Ripa di Meana, dat de Europese burgers het recht hebben 'te kunnen baden in schoon water'.