Den Haag pakt 'etnische' burenruzies aan; 'Etnische ruzie vaak ingrijpendste vorm van discriminatie'

DEN HAAG, 13 juli Een burenruzie tussen twee Nederlandse families kan heel vervelend zijn en veel stress veroorzaken. Nog veel vervelender is een burenruzie tussen mensen van verschillende etnische achtergrond. De gemeente Den Haag presenteerde gisteren het 'Draaiboek Burenruzies, handleiding voor de aanpak van etnische conflicten in de buurt'. Het draaiboek, dat is opgesteld door het Haags Meld- en Registratiepunt Discriminatiezaken, is in de eerste plaats bestemd voor de diverse hulporganisaties als buurt- en opbouwerk, wijkpolitie, maatschappelijk werk en voor de woningbouwverenigingen.

Deze instellingen, die nu nog te veel apart werken, kunnen met behulp van het draaiboek komen tot een geintegreerde en effectievere bestijding van etnische burenruzies. Mevrouw J. Silversmith van het meldpunt wijst erop dat de situatie in Den Haag nauwelijks verschilt van die in de andere grote steden: 'Wel kan je stellen dat Den Haag een voortrekkersrol heeft omdat het de enige stad is met een Commissie Aanpak Discriminatie. Den Haag doet met daden, wat bijvoorbeeld Amsterdam alleen met woorden doet. Daarom hoop ik dat dit draaiboek ook door de andere steden zal worden overgenomen. Want het etnische buurtconflict leidt vaak tot de meest ingrijpende vormen van discriminatie, die veel dieper snijden dan de gevolgen van bijvoorbeeld discriminatie op de arbeidsmarkt.' Behalve de concrete overlast speelt bij etnische buurtconflicten racistisch gedachtengoed vaak een belangrijke rol. Etnische burenruzies escaleren eerder dan gewone. Als voorbeeld van een gecoordineerde aanpak van een conflict geeft het draaiboek het volgende (authentieke) geval: Als een Marokkaans stel in maart dit jaar hun woning van het Gemeentelijk Woningbedrijf (GWB) wil binnengaan, staat er een Nederlandse vrouw op de stoep. Ze geeft het stel een 'voorbedrukt' briefje, ondertekend door de buurtbewoners, waarmee het paar naar de woningbouwvereniging kan stappen: 'In de ... straat is een huis vrij. Ik heb recht op een fijn woonadres in een andere straat. Hier is dat niet mogelijk. Ik word niet geaccepteerd.'

Het Marokkaanse stel dient een klacht in bij het Meldpunt Dicriminatiezaken en geeft het incident door aan het GWB, dat kort daarna een handtekeningenlijst van 25 buurtbewoners krijgt die zich verzetten tegen de komst van het Marokkaanse stel. In een gesprek met het paar maakt het Woningbedrijf duidelijk dat ze toch mogelijkheden zien om de problemem op te lossen en besluit enkele verontruste buurtbewoners uit te nodigen voor een gesprek. Het gesprek verloopt in een prima sfeer en het GWB deelt de Marokkanen mee dat ze zonder problemen het huis kunnen betrekken. Als het stel enige dagen daarna de woning binnengaat, is de deur opengebroken en liggen er varkensstaarten in de gang. Ze melden dit aan het Meldpunt Discriminatiezaken, dat contact opneemt met de politie. De wijkagent wordt ingelicht en de opbouwwerker gaat praten met de bewoners. De buurt bijft het stel treiteren. Het Meldpunt schakelt de Stichting Hulpverlening Buitenlanders in. De opbouwwerker gaat intussen langs bij de Nederlandse bewoners en vindt een van hen bereid om als 'mentor' van het Marokaanse stel op te treden. De mentor is 24 uur per dag bereikbaar. Het blijft een week rustig, dan wordt er een ruit ingegooid. De betrokken instanties blijven van mening dat de problemen kunnen worden opgelost. Dan spuit iemand een bijtende stof in hun tuin, waardoor de planten afsterven. Steeds weer gooit iemand propaganda-materiaal van de Jehova-getuigen in de brievenbus van het Moslimpaar. De politie wordt met extra nadruk gevraagd om alert te zijn. Het meldpunt adviseert het stel geen aangifte te doen om verdere escalatie te voorkomen. Eind mei vliegen er nogmaals stenen door de ramen. Begin juli is het paar verhuisd. De straat is weer helemaal blank.

Bij een klacht van Nederlandse bewoners van een Haagse wijk over een kakkerlakkenplaag, die zich vanuit de huizen van de allochtonen over de wijk zou verspreiden, werd wel succes behaald. Na onderzoek bleek inderaad dat de huizen van de buitenlanders vol kakkerlakken zaten. Nader onderzoek leerde echter dat een half jaar daarvoor de hele wijk last had van de plaag. De gemeente had toen een brief verspreid waarin een bestrijdingscampagne werd aangekondigd en de bewoners werd verzocht op een bepaald tijdstip thuis te zijn. Omdat de brief in het Nederlands was gesteld, waren veel allochtonen niet thuis. Gevolg: de kakkerlakken vluchtten uit de behandelde huizen van de Nederlanders naar die van de allochtonen en verspreidden zich van daar uit weer over de wijk. Toen dit eenmaal duidelijk was, kon de gemeente alsnog ingrijpen en kon de opbouwwerker een smeulend racistisch vuurtje doven.