Twee Tsjechen hebben meer gemeen dan hun nationaliteit Door

ARLES, 12 juli Twee Tsjechische fotografen worden op de Rencontres Internationales de la Photographie in Arles zeer geprezen: Frantisek Drtikol en Jan Saudek. Beiden zijn echte kunstenaars in de eigenlijke zin. Ze zijn er niet op uit de werkelijkheid van hun voorkeur te betrappen: ze arrangeren hun modellen, decors, belichting en als alles staat en ligt zoals ze het willen hebben, drukken ze op de knop. De kunst is aan het optisch en chemisch proces vooraf gegaan.

Drtikol ging in 1901, toen hij achttien was, in Munchen fotografie studeren. In 1910 opende hij in Praag een atelier waar hij zich toelegde op het maken van portretten. Het ging hem goed. Naast zijn werk als portrettist bouwde hij een eigen oeuvre op dat voornamelijk bestaat uit in Jugendstil gesitueerd vrouwelijk naakt. De oorlog veroorzaakte de gebruikelijke breuk. Daarna werd zijn werk levenslustiger als we het zo mogen noemen. Een van zijn foto's dient in deze Rencontres tot embleem. Het is een wat leptosome vrouw die zich met een elegante sprong van een bol onthecht heeft; waarschijnlijk zijn eigen vrouw, de danseres Ervina Koferova die dikwijls zijn model is geweest. De voorstelling foto is er een te simpel woord voor is getiteld: Toekomst. Drtikols werk is zeer herkenbaar op deze tentoonstelling, maar ik vraag me af of we hetzelfde zouden kunnen zeggen als we het zagen tussen dat van zijn tijdgenoten. In de jaren twintig en dertig hebben veel fotografen op deze manier gewerkt. Vakbladen uit die periode bevatten talloze foto's in dit genre, en ik denk dat je iets van de beste concurrentie uit die tijd zou moeten zien om je nu aan een uitspraak over Drtikol te wagen. Het is kunst, dat waag ik nogmaals niet te betwijfelen, maar tegelijkertijd zo diep in de periode verankerd, dat ik me afvraag of het ten slotte meer is dan een met groot vakmanschap vervaardigde verzameling curiositeiten.

De kunstenaar zelf heeft in 1935 de fotografie vaarwel gezegd. De mystiek die hij in zijn arrangementen al duidelijk zichtbaar had gemaakt, is hem in dat jaar te machtig geworden. Hij is in de oosterse wijsbegeerte gegaan en daardoor voor de fotografie verloren geraakt.

De andere Tsjech, Saudek, is in 1935 geboren. Niettemin heeft hij meer overeenkomsten met Drtikol dan zijn nationaliteit. Ook hij arrangeert decors en drapeert het een en ander om vrouwelijk naakt. Geeft het een sfeer? Worden zijn modellen zichtbare poezie? Komen we iets te weten over Saudeks verhouding tot 'het raadsel vrouw' ? Krijgen we door alle parafernalia er een andere kijk op? Ik stel een paar voor de hand liggende en ook zeer gebruikelijke vragen. Zien we in Saudeks foto's de tijd weerspiegeld zoals in die van Drtikol? Misschien iemand die over vijftig jaar een stukje aan hem wijdt, maar ik in ieder geval niet. Deze twee Tsjechen zijn curieus; daar bepaal ik me toe.

Ik denk dat, als deze Rencontres uit 22 tentoonstellingen bestaat, ik ze wel bijna allemaal heb gezien. Hoe weinig van die honderden en honderden foto's zijn er zo duidelijk dat ze in mijn geheugen een vanzelfsprekend relief hebben gekregen. Het meeste daarvan is weer tijdgebonden: het werk van Duroy en Depardon uit Midden-Europa, het een en ander van een paar Magnum-fotografen die het voordeel hebben dat hun beelden al zeer bekend zijn, of liever, horen tot de emblemen van de Koude Oorlog, en Man Ray met zijn droomdecors. Ten slotte het werk van Robert Misrach die hier aanwezig is met een verzameling kleurenfoto's van kadavers in de woestijn van Nevada; resten van dieren die volgens de tekst een geheimzinnige dood zijn gestorven en worden verbrand. Ook dat is politieke fotografie, de beelden van het Ground Zero der atoomproeven waarvan de gevolgen door de Amerikaanse overheid zoveel mogelijk geheim worden gehouden. Maar behalve politieke fotografie is het ook een onbarmhartige reportage van vergankelijkheid. De neusgaten van een zoogdier vol met zand, de verglaasde ogen met woestijnstof bedekt en dat in close-up: het laat ook de denkende stervelingen geen illusie.

Zo kom ik spelenderwijs op een reportage die ik bijna was vergeten: die van een Litouwse fotograaf, naief en precies, die heeft vastgelegd wat hij bij de dierenarts zag. Er is nog hoop, al is het tijdelijk.

Een van de belangrijkste woorden van de Rencontres is: professioneel. Dat slaat niet zozeer op het tentoongestelde werk als wel op het gereedschap waarmee het is gemaakt. Behalve een jaarmarkt van de fotokunst, de fotoreportage en in het algemeen de fotomakerij is het er ook een van de camera's. Ik denk dat in geen enkele tak van kunst, of laten we het techniek van de vastlegging noemen, de apparatuur zo'n grote rol speelt vanzelfsprekend omdat het maken van een foto een ingewikkeld proces is maar ook zoveel illusies over het resultaat geeft. Als je een professionele pen of schrijfmachine hebt is het nog geen garantie dat er een professioneel geschrift uitkomt. Professionele potloden zijn geen wonderstokjes. Daarentegen verwacht men van een professionele camera al gauw dat die de eigenaar in een oogwenk binnen de hoogste kringen der fotografen zal brengen. Ik geloof dat ik hier veel mensen heb gezien die met zo'n wondertoestel op hun buik liepen.

Mooi, minder mooi, pretentieus, stijf van de sjablones, onthullend, mysterieus, het is allemaal in Arles te zien. Maar wat al die fotografen hier te vertonen hebben, hoe verschillend ook, ze hebben gemeen dat ze hun vak verstaan. Het is geen Babylon want je hoeft alleen te kijken om te begrijpen.

Dit is het laatste van vier artikelen over het fotografie-festival in Arles. De eerste drie afleveringen verschenen op 9, 10 en 11 juli. De exposities zijn nog tot 15 augustus te zien.