Straffen in Ajax-zaak veel lager dan geeist

AMSTERDAM, 12 juli Het vertrouwen dat ex-voetballer Soren Lerby vijftien dagen geleden uitsprak in de 'scheidsrechter', nadat in de fraudezaak tegen financiele malversaties bij de voetbalclub Ajax anderhalf jaar gevangenisstraf tegen hem was geeist, is beantwoord. Lerby werd gisteren door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken van fraude met een transfercontract in 1983 toen hij van Ajax naar Bayern Munchen overstapte.

Juist tegen Lerby had de officier de hoogste straf geeist omdat de Deense voetballer, in tegenstelling tot de (ex-)bestuurleden van Ajax die met hem terecht stonden, zichzelf zou hebben verrijkt door bewust mee te werken aan een constructie die het betalen van belasting aan de Nederlandse fiscus omzeilde. De rechtbank, onder voorzitterschap van mevr. mr. Y. M. C. Poelman, kwam echter tot de conclusie dat op dit punt fraude niet overtuigend bewezen kon worden en dat er geen sprake was van opzet. Ook voetbalmakelaar M. de Vos, die Lerby had bijgestaan bij zijn overgang naar Bayern en daar 50.000 gulden aan had verdiend, werd vrijgesproken.

De rechtbank achtte evenmin bewezen dat Ajax ten aanzien van de transfercontracten die met vier andere spelers (Gasselich, Jensen, Arnesen en Stapleton) tussen 1979 en 1987 werden afgesloten, over de schreef was gegaan. Wel werd Ajax veroordeeld voor het vervalsen van jaarrekeningen met het doel de fiscus om de tuin te leiden en waardoor leden van Ajax en kredietverleners onjuist werden voorgelicht. De rechtbank achtte dit zo'n ernstig delict dat zij bij het bepalen van de boete de 'eerst verhogende schaal' oplegde: twee miljoen gulden, waarvan een miljoen voorwaardelijk. De officier had negen miljoen gulden, waarvan drie miljoen voorwaardelijk, geeist. Er loopt zowel tegen Ajax als tegen Lerby nog een zaak voor de belastingrechter. De fiscus heeft de club aangeslagen wegens achterstallige belasting voor een bedrag van 4,7 miljoen gulden plus een strafheffing van 100 procent. Als Ajax noch de officier tegen het vonnis in beroep gaat en de boete van 1 miljoen gulden daarmee definitief wordt, komt in ieder geval de boete van 4,7 miljoen te vervallen. Dat zal ook het geval zijn als Ajax in hoger beroep wordt vrijgesproken. Beide partijen hebben nog niet definitief besloten om in appel te gaan. Voor die beslissing hebben ze nog twee weken de tijd. Lerby, die volgens de fiscus nog acht ton moet betalen, zal een boete van gelijke hoogte op die vordering van de fiscus niet hoeven te betalen als de officier afziet van beroep tegen zijn vrijspraak.

Wie zeker in hoger beroep gaat tegen zijn straf is algemeen directeur van Ajax A. van Eijden. Hij werd veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk en 75.000 gulden boete. De eis was acht maanden, waarvan vier voorwaardelijk. Van Eijden, die ook deel uitmaakte van het vorige Ajax-bestuur onder voorzitterschap van T. Harmsen, acht zich volkomen onschuldig.

Harmsen, die volgens de rechtbank een leidende rol heeft gespeeld bij het vervalsen van de jaarrekeningen, kreeg de zwaarste straf: zes maanden voorwaardelijk en 150.000 gulden boete. De eis luidde 15 maanden, waarvan zeven voorwaardelijk. Zijn toenmalige penningmeester L. F. Bartels had, aldus de rechtbank, 'zijn rol als penningmeester ernstig veronachtzaamd' en werd veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk en een boete van 100.000 gulden. Tegen hem had de officier tien maanden geeist, waarvan vier voorwaardelijk.

De opgelegde straffen vielen aanzienlijk lager uit dan was geeist. Dat kwam voor een deel omdat fraude met de transfercontracten niet bewezen werd geacht, maar houdt ook verband met een aantal verzachtende omstandigheden die de rechtbank aanvoerde. Zo heeft het feit dat geen der verdachten eerder voor dergelijke feiten zijn veroordeeld meegespeeld, evenals de gezondheidstoestand van Harmsen hij verscheen op geen van de zeven zittingsdagen en Bartels. Ook vond de rechtbank dat de negatieve publiciteit rond het proces tegen Ajax dat drie jaar voorbereiding heeft gekost de club, die er financieel toch al slecht voorstaat, al genoeg had geschaad. Aan alle straffen werd een proeftijd van twee jaar verbonden.

Voorzitter M. van Praag, die samen met de nieuwe penningmeester A. van Os het gehele proces aanwezig was namens de rechtspersoon Ajax, toonde zich na afloop tevreden over de straf, die aanzienlijk lager was uitgevallen. Van Praag achtte hoger beroep zeker niet uitgesloten. 'De uitspraak', aldus de voorzitter, 'is zeker geen felicitatie waard. Maar die boete van een miljoen gulden noopt ons niet spelers te verkopen en die belasting van 4,7 miljoen die de fiscus nog van ons tegoed zegt te hebben kan minder worden en wellicht over een periode van vijf jaar worden betaald.' Ook had van Praag ernstige kritiek op de manier waarop de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) tijdens de verhoren de verdachten 'als misdadigers' had behandeld. Mocht algemeen directeur Van Eijden ook in hoger beroep en eventueel in cassatie worden veroordeeld, dan zit het Ajax-bestuur volgens Van Praag 'met een probleem'.