Plan uitbreiding rijksweg en spoorlijn Amsterdam-Utrecht

UTRECHT, 12 juli Een uitbreiding naar vier sporen van de lijn Amsterdam-Utrecht tussen station Duivendrecht en Utrecht CS. Een verbreding tot twee maal vier rijstroken van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht, met name het gedeelte tussen de knooppunten Holendrecht en Ouderijn.

Deze maatregelen staan de Nederlandse Spoorwegen en het ministerie van verkeer en waterstaat voor ogen bij het oplossen van de verkeersproblemen in het gebied tussen Amsterdam en Utrecht. Zij presenteerden vanochtend de notitie 'Verkeer en Vervoer in de Corridor Amsterdam-Utrecht'. Het is het begin van een zogenoemde corridorstudie, waarin het personen- en goederenvervoer over spoor, weg en water op onderling vergelijkbare wijze worden onderzocht.

In deze studie moet worden nagegaan of de beoogde maatregelen afdoende zijn en bovendien worden bekeken wat de gevolgen ervan zijn voor het milieu. Het is de eerste maal dat de NS en Verkeer en Waterstaat een dergelijke studie op deze wijze gezamenlijk verrichten. De bedoeling is ook voor andere overbelaste delen van de hoofdroutes in Nederland zulke 'corridorstudies' te doen. Volgens mr. J. J. T. Danhof, voorzitter van de stuurgroep die de studie zal verrichten, markeert deze procedure het einde van het tijdperk waarin voor het oplossen van knelpunten op de weg alleen maar naar maatregelen voor die weg werd gekeken.

Bij de corridorstudie worden de lagere overheden zo vroeg mogelijk betrokken om de uitvoering van de plannen niet te laten struikelen over langdurige planologische procedures.

Bereikbaarheid en leefbaarheid zijn de doelstellingen die in de plannen volgens de notitie tot uitdrukking moeten komen. Geconstateerd wordt dat de rijksweg A2 onvoldoende capaciteit heeft. Vooral in de spitsuren heeft de weg vaak met files te kampen. Daarvan ondervindt niet op de laatste plaats het goederenvervoer hinder. Verder wordt in de notitie geconstateerd dat de leefbaarheid in het gebied wordt bedreigd door luchtverontreiniging en geluidhinder.

Schattingen van het aantal verkeersdeelnemers per auto en met het openbaar vervoer in het jaar 2010 vormen de leidraad voor de corridorstudie. De prognoses daarvoor zijn weliswaar in concrete cijfers gegeven, maar bij de studie worden onzekerheidsmarges aangehouden. Voor de spitsuren wordt in 2010 rekening gehouden met 9.000 tot 10.400 autoreizigers en 5200 tot 8200 reizigers per openbaar vervoer in het bewuste gebied. Daarom wordt het ook voor mogelijk gehouden dat tijdens de studie alsnog wordt gekozen voor een verbreding van de A2 tot twee maal vijf rijstroken, dan wel twee maal drie rijstroken en een verbreding van de spoorlijn tot 6 sporen, met name als dat voor het goederenvervoer nodig is.

De A2 tussen Amsterdam en Utrecht bestaat nu uit twee maal drie versmalde rijstroken en de spoorlijn is twee sporen breed. De verdubbeling van deze spoorlijn staat overigens niet meer ter discussie, zo onderstreepte ir. B. Westerduin van het ministerie vanochtend, omdat de regering door het vaststellen van het Structuurschema Verkeer en Vervoer twee weken geleden daartoe feitelijk heeft besloten. Bij de wegenplannen wordt ook de mogelijkheid nagegaan van aparte banen voor bussen, vrachtwagens en andere speciale weggebruikers.

Uitgangspunt bij de studie is dat de groei van het autoverkeer moet worden afgeremd en dat het openbaar vervoer moet worden gestimuleerd. Verder moeten per trein en over het water veel meer goederen worden vervoerd.

Voor wat betreft het Amsterdam-Rijnkanaal is vastgesteld dat als de maatregelen waartoe al is besloten, zoals het wegnemen van drempels, het geschikt is voor vierbaksduwvaart met een laadvermogen tot 10.000 ton per duweenheid. Dat betekent dat er ruimte is voor een sterke groei van het goederenvervoer over dit kanaal. Berekend is dat 60 procent van de capaciteit van het Amsterdam-Rijnkanaal nog niet wordt benut.

De investeringen voor de voorgenomen maatregelen aan weg en spoor worden op 1,5 a 2 miljard gulden geschat. Volgens het tijdschema van de notitie moet de corridorstudie inclusief milieu-effectenrapportage in oktober 1991 zijn afgerond, zou een jaar later een besluit over de maatregelen en de financiering moeten worden genomen en kan, na het doorlopen van wettelijke procedures, in de periode van 1996 tot 2002 aan de uitvoering van de plannen worden gewerkt.