Nog een stevige dosis glasnost nodig

Het verleden houdt ons bezig, het heden is vluchtig, de toekomst intrigeert. We realiseren ons bijvoorbeeld dat het verhaal over het jaar van de Europese revolutie(s) nog moet worden geschreven, de reconstructie daarvan nog moet worden gemaakt. Dat er meer moet zijn geweest dan de gemiddelde krantekop totdusver heeft meegedeeld, geldt vooral voor Roemenie, maar ook uit de andere Oosteuropese landen komen mededelingen, anekdotes, speculaties die het vermoeden van meer voeden. Kortom: binnen de bekende context van perestrojka en glasnost worden sporen zichtbaar van scenario's volgens welke de spontaneiteit van de massa's min of meer werd geregisseerd. Niet alle scenarioschrijvers hielden zich op ten oosten van de oude scheidslijn.

Om enigszins verantwoord te kunnen extrapoleren zouden wij nauwkeuriger op de hoogte moeten zijn van de beslissende gebeurtenissen in het recente verleden, dus niet alleen van hun uitkomst, hun gevolgen, maar ook van de algemene en bijzondere omstandigheden waardoor zij werden geschapen.

Wat dat betreft is er nog een stevige dosis glasnost noodzakelijk. Dat de oude leiders in de DDR, Tsjechoslowakije, Roemenie en Bulgarije door het Kremlin als obstakels werden gezien die uit de weg moesten worden geruimd, lijdt geen twijfel. Maar dat dat karwei vervolgens niet helemaal volgens plan kon worden uitgevoerd, lijkt een redelijke veronderstelling. Anderzijds, de mogelijkheid dat hier en daar een stimulans uit Westelijke richting werd gegeven die de beweging in het Oosten verhevigde mag evenmin worden onderschat. Overwegingen die de revolutie van 1989 bewerkstelligden, zullen, ook al kunnen we ze nu nog niet helemaal doorgronden, hun invloed in de toekomst doen gelden.

Een van de bedenkers van toekomstscenario's op basis van extrapolatie is Edward N. Luttwak. In het jongste nummer van Commentary schrijft hij dat er een einde is gekomen aan de coalitie tussen Amerikanen, Europeanen, Japanners en Chinezen omdat de bestaansreden van hun bondgenootschap, het antagonisme tussen de Sovjet-Unie en het Westen, bezig is te verdwijnen. Desondanks houdt de regering-Bush vast aan de coalitiegedachte, misschien terecht, meent Luttwak, maar we moeten deze politiek juist beoordelen: het gaat hier niet om een beleid van voorzichtige continuiteit, zoals het aan de oppervlakte schijnt, maar om een stoutmoedige poging zich te verzetten tegen de strategische logica.

Plichtsgetrouw gaat Luttwak het rijtje af bij het catalogiseren van nieuwe denkbare internationale spanningen. Hij noemt de Noord-Zuid-tegenstelling die hem (mede gezien de aanwezigheid van chemische wapens en raketten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en rekening houdend met het islamitisch fundamentalisme) explosiever lijkt in de oude dan in de nieuwe wereld. Hij noemt de mogelijkheid dat conflicten zich naar binnen keren: Japan-Amerika, Europa-Amerika, de etnische tegenstellingen in de Sovjet-Unie zelf. Ten derde, vraagt Luttwak zich af, kunnen we een herleving verwachten, desnoods in een nieuwe vorm, van het antagonisme tussen de Sovjet-Unie en het Westen? En, ten vierde, ontstaat er een nieuw bron van conflict (met het milieu als inzet) uit de overwinning van het democratische kapitalisme op het marxistisch-leninisme? Scenario no. 3 krijgt een originele uitwerking. Een herleving van het thans wegsmeltende antagonisme zou volgens Luttwak niet noodzakelijk het gevolg zijn van de terugkeer van een of andere vorm van dictatuur in Moskou. Voor een dergelijke herleving is de herschepping nodig van militaire Sovjet-macht in een radicaal vernieuwde stijl. En dat is precies de bedoeling van de betrekkelijk jeugdige technocraten die de Generale Staf bevolken. Zij domineren de traditiegetrouwe maarschalken en admiraals die thans worden gedwongen hun gehechtheid aan hun tanks, kanonnen en oorlogsschepen op te geven.

De Staf steunde Gorbatsjov toen hij zoveel mogelijk nucleaire raketten in Europa wilde elimineren. De revolutionaire militaire technologie is niet-nucleair. De Staf gaf kennelijk groen licht voor de Sinatra-doctrine die een eind maakte aan de supprematie van de Sovjets in Oost-Europa. De nieuwe vorm van militaire macht is niet gebaseerd op territorium. De Staf ging akkoord met Gorbatsjovs troepenvermindering, tegen de luide klachten van de betrokken strijdkrachten in. De nieuwe vorm van militaire macht die de Staf voorbereidt, komt in de plaats van de bestaande eenheden.

Hoe ziet die nieuwe vorm eruit? Volgens Luttwak gaat het om verkennings- en aanvalscomplexen die erop zijn gericht grotere objecten te land (ook tanks) en ter zee (alle oppervlakteschepen) zelfs in grote aantallen uit te schakelen door gelijktijdige aanvallen over onbegrensde afstanden. Op het moment kunnen slechts bekende vaste doelen centraal geleid en op afstand gecontroleerd onder vuur worden genomen. Maar met behulp van de complexen kan deze wijze van oorlogvoering worden uitgebreid tot alle grotere bewegende doelen. Satellieten en hoogvliegende vliegtuigen uitgerust met camera's, radar en andere sensoren, automatische data verwerkende en commando-systemen alsmede niet-nucleaire ballistische en kruisraketten vormen de ingredienten van dergelijke platforms.

Luttwak verklaart uit deze plannen het Sovjet-verzet tegen SDI. Zelfs een ruwe vorm van het Strategische Defensie Initiatief moet in staat worden geacht de satellieten van de tegenstander te vernietigen en daarmee de complexen te verblinden. Waarom, vraagt hij zich vervolgens af, hebben de ambtenaren van het Pentagon ons zo weinig over de Sovjet-plannen verteld, hoewel er geen gebrek aan informatie is? De schrijver veronderstelt dat de verhoudingen binnen het Amerikaanse militaire establishment precies omgekeerd zijn aan die van de Sovjet-Unie. De bureaucratische krachten achter SDI vallen in het niet bij hun tegenstanders van landmacht, luchtmacht, marine en mariniers.

Het is een klassieke vraag of bewapening een autonome factor van spanning kan zijn of slechts een afgeleide. Luttwak gaat impliciet van het eerste uit en daarvoor is wel wat te zeggen. De Russen en vervolgens de Sovjets hebben een reputatie te verliezen als strategen, als militaire vernieuwers, als gebruikmakers van elders gedane technologische vondsten. En dat altijd onder economisch zeer slechte omstandigheden. Hoewel de Sovjet-Unie op dit moment niet over de hoogtechnische commandoschakel tussen haar satellieten en raketten beschikt die nodig is om de nieuwe strategie zoals door Luttwak beschreven toe te passen en hoewel de Amerikanen een kennisvoorsprong hebben, is er volgens de auteur maar een die de competitie is aangegaan en dat is de Sovjet-Unie.

Een voorsprong, of zelfs maar een begin van een voorsprong, aan Sovjet-zijde zou begin volgende eeuw omstandigheden kunnen doen herleven zoals die in de jaren vijftig ontstonden: onzekerheid in het Westen, misvattingen over en weer, een nieuwe race. Vandaar dat ook Luttwak zijn hoop heeft gevestigd op een wezenlijke democratisering van die thans zo chaotische Sovjet-samenleving.