'Kruisen wilde en transgene planten niet aan te raden'

WAGENINGEN, 12 juni Introductie van transgene landbouwgewassen in gebieden waar hun wilde verwanten voorkomen, is voorlopig niet aan te raden. Door kruisingen kunnen hybriden ontstaan, die mogelijk uitgroeien tot een plaag.

Dit is een van de conclusies uit het rapport 'Mogelijke gevaren van transgene planten voor wilde planten', geschreven door de onderzoekers ir. A. Evenhuis en prof. dr. J. C. Zadoks van de vakgroep Fytopathologie van de LU Wageningen. Hun onderzoek, uitgevoerd op initiatief van het Transferpunt van de Landbouwuniversiteit, is de eerste concrete aanzet in Nederland tot een risico-inschatting van de introductie van transgene gewassen in het milieu.

Transgene gewassen bevatten soortsvreemd erfelijk materiaal dat met behulp van recombinant-DNA technologie is geintroduceerd. Bij de huidige stand van de technologie gaat het doorgaans om een of enkele genen, bijvoorbeeld genen die de plant resistent maken tegen bepaalde ziekteverwekkers.

Critici van het gebruik van transgene planten in het veld vrezen dat deze door kruisingen met hun wilde verwanten aanleiding geven tot hybriden met ongewenste eigenschappen (bijvoorbeeld een resistente wilde variant). Zadoks en Evenhuis hebben de risico's hierop onderzocht voor vier in Nederland veel voorkomende gewassen: aardappel, tarwe, biet en kool.

Het rapport concentreert zich op twee mogelijke gevaren: het nieuw geintroduceerde gen komt vanuit de transgene cultuurplant terecht in zijn wilde verwant, of het belandt in een ander, niet-verwant organisme. De risico's van zulke ongewenste genoverdracht lopen, zo concluderen de onderzoekers, uiteen van soort tot soort, waarbij factoren als geografische verspreiding, bloeitijd en ecologische omgeving een bepalende rol spelen.

Volgens Evenhuis en Zadoks is de methodologie voor dit soort risico-analyses vooralsnog gebrekkig. Omdat er nog weinig bekend is over het gedrag van transgene planten in het milieu op de langere termijn en over de mogelijke schadelijke effecten, bevelen zij terughoudendheid aan bij hun introductie.

Wat transgene aardappelen betreft vinden ze echter dat de risico's in Nederland klein zijn. Omdat de hier gekweekte rassen niet natuurlijk in Nederland voorkomen, is de kans dat ze een plaag zullen vormen gering. De teelt van transgene aardappelen uit Nederland in Zuid-Amerika zou daarentegen wel tot genoverdracht naar wilde soorten kunnen leiden.