Ja-knikkers en de O nee-kaart

Met zijn besluit alsnog de OV-kaart voor studenten in te voeren, is minister Ritzen door de mand gevallen. Door het omstreden initiatief van zijn voorganger Deetman klakkeloos over te nemen, heeft hij zich in diens korte schaduw gevoegd. Teneinde een relatief bescheiden en deels nog onzekere bezuiniging te kunnen incasseren, heeft hij de studenten en de scholen, de Spoorwegen en de streekvervoerders onder een maatregel gebracht die iedere overtuigingskracht mist. Om te beginnen is de regeling principieel fout. Wie een onderwijsinstelling bezoekt, kan en mag zelf uitmaken hoe hij die instelling dagelijks bereikt. Zo min als hij verplicht wordt schoolmelk te drinken, zo min behoort hij gedwongen te worden met trein of bus te reizen, zeker niet door degene die hem vanwege een beurs in de klem heeft. Zoiets heette vroeger gedwongen winkelnering, een onsmakelijk machtsmisbruik dat al sinds een eeuw is verboden.

Formeel is vol te houden dat iedereen vrij blijft te reizen zoals hij wil. Inderdaad: er is geen sprake van een Ritzen-brigade die studenten 'smorgens uit hun huis haalt en op transport naar school stelt. Maar er is wel degelijk dwang in het spel, financiele dwang, en die dwang kan indien het beleid mislukt op ieder ogenblik worden versterkt.

Dwang is ook al op de scholen uitgeoefend. Voorzover het georganiseerde onderwijs de minister niet dienstwillig te hulp schoot het belang van personeel en studenten vergetend heeft deze gedreigd dat nietinvoering van de OV-kaart als gevolg van onvoldoende soepelheid van de scholen ertoe zou leiden dat de gemiste bezuiniging op het onderwijs moet worden verhaald.

Dat Kamerleden het belachelijk vinden dat een minister zich bemoeit met de aanvangstijden van schoollessen (deze krant van 6 juli), blijft een schrale troost zo lang zij weigeren het hardop in de Kamer te zeggen. Zo zijn onze manieren.

Een derde bezwaar tegen de OV-kaart ligt in het uitlokken van onnodige reizen. Ineens is vergeten wat we inmiddels hebben ontdekt: dat heel wat voorzieningen in ons sociaal bestel al te royaal worden gebruikt omdat velen menen dat het allemaal 'gratis' is. Er gaan stemmen op om door middel van een eigen bijdrage het kostenbewustzijn te versterken. Er wordt gestudeerd op rekeningrijden en spitsvignet om de weggebruiker te dwingen na te denken over zijn keuze voor de auto. De studiekosten zijn verhoogd om een doordachte studiekeuze te bevorderen. Kortom: de burger wordt hardhandig bijgebracht dat de zogenaamde collectieve voorzieningen geld kosten, en dat hij voor die kosten medeverantwoordelijk is.

De OV-kaart staat haaks op heel dit streven. Alle verantwoordelijkheid voor zijn reisgedrag wordt de student uit handen genomen. Hij heeft zijn 'premie' betaald en nog wel onder dwang; hij kan dus nooit het verwijt krijgen dat hij onnodig het openbaar vervoer belast. De OV-kaart zal hem oefenen in het gebruikmaken van de ziekenfondskaart, ook zo'n recht op onbeperkte consumptie. Tenslotte is de OV-kaart beleidsmatig gezien een waagstuk. Er is een ingewikkeld systeem bedacht om de zaak te laten marcheren. Studeren en reizen, trein en bus, vervoer en school, het is allemaal gekoppeld terwijl niemand weet hoeveel studenten per openbaar vervoer zullen gaan reizen, hoeveel extra materieel spoorwegen en busondernemingen beschikbaar hebben, hoeveel scholen hun aanvangstijden daadwerkelijk zullen aanpassen, en wat er moet gebeuren als er in het systeem haperingen optreden.

Er kan van alles misgaan. Een onderzoekje van de hogeschool voor toerisme en verkeer in Tilburg wees uit dat vervroeging van de aanvangstijden van de lessen meer studenten ertoe zal brengen op kamers te gaan wonen. Zet deze tendens zich landelijk door, kan het de minister vijftig miljoen meer aan basisbeurzen gaan kosten: de helft van de beoogde bezuiniging.

Het is ook mogelijk dat het allemaal meevalt en dat we achteraf weinig of geen klachten horen. Dat neemt niet weg dat het koppelingsprincipe dat hier wordt ingevoerd, als zodanig foutief is. Juist de afgelopen decennia hebben we voortdurend leergeld betaald en betalen dat nog voor het ondoordacht koppelen van alles aan alles, met name in de sfeer van het inkomensbeleid. Tevens is overvloedig gebleken dat ontkoppeling, hoe noodzakelijk ook, altijd een uiterst moeizame operatie is.

Wie nu nog nieuwe koppelingen bedenkt, niet vanwege enige rechtvaardigheidsoverweging of politieke overtuiging, maar omdat het zo lekker makkelijk is, handelt onverantwoord. Koppelen maakt de samenleving kwetsbaar en de beleidsvoerders lui.

Er wordt nogal eens geklaagd dat het huidige politieke bedrijf zo'n ongeinspireerde indruk maakt; dat het overeenkomst is gaan vertonen met hoger boekhouden; dat politieke argumenten zo zelden worden gehoord, waarin tevens de suggestie ligt opgesloten dat dergelijke argumenten in toenemende mate onbruikbaar zijn geworden.

Ten dele is dat waar. Maar het is helaas ook waar dat vele politici degenen die zo praten niet uitgesloten eenvoudig niet in de gaten hebben waar principiele keuzes worden gemaakt. Ze kunnen alleen nog maar optellen en aftrekken, soms ook vermenigvuldigen en delen, al zullen ze dat laatste liever aan de 'specialisten' in de Kamer overlaten. In elk geval volstaan ze ermee de rekenvaardigheid van het kabinet naar vermogen te imiteren, met nu eens het verzoek om een onsje meer, dan weer om een half onsje minder. Ze noemen dat 'politiek bedrijven'. De parlementaire behandeling van de OV-klucht was van deze rekenkundige opvatting een onthutsend voorbeeld. Ernstig keek men toe hoe een minister van het koninkrijk, geholpen door schier het hele 'onderwijsveld', op zoek was naar mogelijkheden 'te schuiven met de lestijden'; dankbaar was men voor de boodschap dat 38 procent van de scholen heeft verklaard met dat schuiven wel te willen meedoen en dat 15 procent er in elk geval 'over wil praten'. Het parlementaire debat speelde zich af op enkele centimeters boven de grond. De voorstanders van de OV-kaart zagen wat geldelijk gewin zitten; de tegenstanders waren bang voor volle treinen in de ochtendspits. Wat een armoe! Wat een politieke armoe!