DOCUMENTAIRE OVER DE ONTERECHTE VEROORDELING VAN RANDALL ADAMS

De documentaire, zo wordt algemeen aangenomen, vertelt ons de waarheid. Het Franse woord voor lens, l'objectif, illustreert dat misschien nog het best, om van de term cinema verite nog maar te zwijgen.

Beide suggereren onpartijdigheid en een getrouwe weergave van feiten en gebeurtenissen. Maar de manier waarop een lens gebruikt wordt, bij voorbeeld door in te zoemen, wordt bepaald door de filmmaker, en heeft met objectiviteit weinig te maken. De keuze van de cineast voor verschillende camera-standpunten die eenzelfde voorwerp nu eens onbetekenend, dan weer neutraal of gevaarlijk kunnen laten lijken, is hoogstpersoonlijk, evenals belichting, de uiteindelijke montage, en het gebruik van al dan niet suggestieve muziek. The Thin Blue Line van de Amerikaan Errol Morris, die tijdens het filmfestival in Rotterdam dit jaar zijn premiere beleefde en nu op video verkrijgbaar is, is een documentaire die zo gekunsteld is als een speelfilm. De gebeurtenissen spelen zich af in een futuristisch ogend Dallas, dat bovendien vanuit de lucht geintroduceerd wordt, bijna op de wijze van de science-fiction film. De score is de monotone, door de kop zeurende muziek van Philip Glass, een uitstekende begeleiding voor de steeds terugkerende, vaak vertraagd weergegeven details. The Thin Blue Line is als de nachtmerrie, die ons ook overdag niet loslaat, maar als er een film is waarin de waarheid wordt onthuld, is het wel deze. Morris stuitte in 1985 bij toeval op Randall Adams, een naar alle waarschijnlijkheid onschuldige man die ter dood veroordeeld werd voor de moord op een politieagent in Dallas. Terwijl de vermoedelijke moordenaar, getuige a charge bovendien, vrijuit ging. Oorspronkelijk had de filmer een documentaire over een psychiater voor ogen, ene Dr. James P. Grigson, ook wel Dr. Death genoemd omdat beklaagden na zijn deskundige verklaringen vrijwel zeker ter dood veroordeeld worden.

Adams was een van de gevangenen die Morris eigenlijk over de Killer Shrink wilde ondervragen, en bij die gelegenheid verklaarde de veroordeelde nog eens onschuldig te zijn. Morris raakte na zich in het proces verdiept te hebben, overtuigd van Adams onschuld, liet Dr. Death voor wat hij was, en wijdde zich aan de vraag, hoe een man in de gevangenis kan belanden voor iets wat hij niet heeft gedaan.

Agent Robert Wood werd vermoord op een novembernacht 1976, bij het aanhouden van een auto die zonder verlichting reed. Toen Wood de bestuurder wilde verzoeken zijn licht te ontsteken, werd hij door het geopende portierraampje neergeschoten. De moord was volkomen zinloos, en omdat de voornaamste getuige, Woods collega, slecht had opgelet de film maakt het aannemelijk dat zij tegen de voorschriften in, in de auto achterbleef om haar milkshake op te drinken tastte de politie volledig in het duister. Na een maand werd de 16-jarige David Harris ondervraagd, een jongen die in het naburige Vidor had lopen opscheppen dat hij een politieman uit Dallas had vermoord. Hij gaf toe in de bewuste auto gezeten te hebben, maar verklaarde dat de schoten waren afgevuurd door Randall Adams, een lifter die hij had opgepikt. Adams werd verhoord. Hij verklaarde dat de jongen hem een paar uur voor de moord al bij zijn motel had afgezet en weigerde een bekentenis af te leggen. De politie verkoos Harris op zijn woord te geloven, ondanks het feit dat het wapen en de auto beide door Harris gestolen bleken te zijn, en hij dus alle reden had in paniek te raken bij de aanhouding. Bovendien had Harris een strafblad en moest hij in Vidor nog voorkomen voor het een en ander. Adams, een 27-jarige arbeider afkomstig uit Ohio zonder een crimineel verleden, werd vervolgd en ter dood veroordeeld, een vonnis dat in 1977 werd herzien in levenslang.

Morris slaat het dossier nog eens open, en wat daaruit naar voren komt stinkt, het kan niet anders gezegd. Duidelijk wordt dat de wraaklustige politie koos voor de arrestatie van Adams, omdat deze de 'juiste' leeftijd had om ter dood veroordeeld te worden, in tegenstelling tot de jonge Harris. Douglas Mulder, een openbaar aanklager die nog nooit een moordzaak heeft verloren, verklaart trots in de film dat iedereen een schuldig man kan veroordelen, maar dat de veroordeling van een onschuldig man talent vereist. De collega van Woods, die aanvankelijk beweerde slechts een persoon in de auto te hebben zien zitten, herroept dat. Haar 'geheugen is weer opgefrist' en nu ziet ze er twee. Op het proces verschijnen plotseling drie getuigen, kleurrijke types uit de lagere regionen van Dallas, duidelijk uit op de beloning van 21 duizend dollar. Morris reconstrueert, voert gesprekken, last politiefoto's in en portretjes uit familiealbums, toont officiele documenten, kranteknipsels en rechtbanktekeningen, tot het ons duizelt, maar een ding staat vast: Adams is onschuldig.

De veroordeelde zelf is een schim, zoals hij daar in zijn cel de filmmaker te woord staat, murw en vlak, maar niet gespeend van bittere humor. En David Harris, op dat moment inmiddels ook in de gevangenis, maar dan voor een andere moord, verklaart grijnzend dat Vrouwe Justitia niet voor niets geblinddoekt is: zij ziet niet wat er zich achter gesloten deuren afspeelt en hoe getuigen geinstrueerd worden om een jury te misleiden. Dat is waar The Thin Blue Line over gaat. Eerder dan een misschien niet helemaal bevredigend detectiveverhaal over de ware toedracht van een moord, is de film een onderzoek naar de ware aard van de leugen. Dankzij Errol Morris kreeg het recht bovendien alsnog haar loop. Randall Adams kwam in maart 1989 vrij, zonder overigens gerehabiliteerd te zijn, en woont nu in Columbus. Het lijkt me de mooiste beloning die een documentairefilmer voor zijn werk kan krijgen.