De Zeven van Houston

ONTSPANNEN, informeel heeft de economische top van de zeven belangrijkste industrielanden en de Europese Gemeenschap deze week in Houston de weg naar Westerse economische hulp aan de Sovjet-Unie vastgesteld. Canada en de Verenigde Staten hebben zich onder de paraplu van het Internationale Monetaire Fonds aangesloten bij het initiatief van de Europese Gemeenschap van anderhalve week geleden om steun aan de Sovjet-Unie te verstrekken. Althans, zij zijn nu ook bereid een serieus onderzoekstraject met de anderen af te leggen.

Na de besluiten van de NAVO-top in Londen van vorige week vormde de top in Houston een volgende stap in de formulering van het Westerse antwoord op de historische veranderingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. President Gorbatsjov zal geen positief antwoord krijgen op zijn brief met verzoek om directe Westerse steun. Het Westen wenst wel dat de Sovjet-leider slaagt in zijn hervormingskoers en is bereid daarvoor technische hulp en kredieten ter beschikking te stellen. Maar als Groep van Zeven komt er eerst nadere studie. Alleen Duitsland zal, met instemming van de anderen, voor de colonne uitlopen om Gorbatsjov financieel bij te springen. De urgentie in Bonn om nu snel de Duitse eenheid te redden, is daaraan niet vreemd.

In Houston hebben de Westerse landen elkaar gevonden in een strategie die vooral ruimte laat voor initiatieven van afzonderlijke landen. Nu het militaire element in de betrekkingen tussen Oost en West een steeds minder prominente rol speelt en in zekere zin ondergeschikt is geworden aan de problemen van economische wederopbouw, zijn ook de verhoudingen tussen de Westerse industrielanden veranderd. Niet langer orkestreren de Verenigde Staten de standpuntbepaling van de Westerse landen, zelfs niet als de top in hun eigen land wordt gehouden. MAAR DE harmonische fanfare die 'Houston' afsloot mag Europa de ogen niet doen sluiten voor de gevaren die zijn gebleven. Nu de economie de eerste prioriteit heeft gekregen is het gevaarlijk economische vraagstukken als restproblemen en buiten hun politieke context te beschouwen. De 'chicken war' tussen Europa en Amerika was destijds een incident, de Amerikaanse eis een echte wereldmarkt te scheppen voor agrarische produkten is van een geheel andere orde. Essentiele belangen, vooral ook van landen in de Derde wereld, zijn hiermee gemoeid.

De Europese Gemeenschap zou er goed aan doen de principiele Amerikaanse verwerping van beschermende subsidies in de landbouw ernstig te blijven nemen. De Amerikaanse aanval op de Europese landbouwpolitiek afdoen met de opmerking dat de VS zelf niet brandschoon zijn is riskant. Als Europa werkelijk zo stevig in zijn schoenen staat, als het graag doet voorkomen, is er alles voor om het Amerikaanse uitgangspunt over te nemen en in de onderhandelingen binnen de Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel de markt ook voor de agrariers te introduceren. Het gaat immers niet aan lessen die men anderen voorhoudt, zelf niet ter harte te nemen.