De sisser van Ajax

EEN GROTE FRAUDEZAAK als die tegen de Amsterdamse voetbalclub Ajax en een aantal direct betrokkenen is een ingewikkelde juridische en financiele som zodat het vonnis van de Amsterdamse rechtbank moeilijk precies valt na te rekenen. De veroordeling is substantieel genoeg om buiten twijfel te stellen dat zelfs in het betaalde voetbal niet alles mag. Duidelijk is wel dat zij thuishoort in de categorie van sissers zoals eerder Slavenburg en ABP.

Men mag intussen aannemen dat het betaald voetbal als geheel de nodige lering trekt uit deze zaak, net zoals trouwens eerder Slavenburg de nodige uitwerking heeft gehad op de bankwereld. Berechting heeft met andere woorden in dit soort gevallen een zelfstandige betekenis, zoals het klassieke voorbeeld van de Planta-affaire leert. Dat proces ging niet om de hoogte van de straf voor de rode-pukkeltjesmargarine maar om opening van zaken. Deze zelfstandige betekenis heeft in fraudezaken een nieuwe dimensie gekregen, want er wordt in dat soort zaken buiten de rechtszaal op grote schaal met de justitie geschikt. Daarbij moet men denken aan afkoopsommen in de orde van vier miljoen gulden voor een beleggingsfraude. De berechting van Ajax krijgt in zo'n kader een speciaal relief. Dat zijn allemaal (bij)effecten die we niet moeten onderschatten.

DAT HET Amsterdamse vonnis toch dient te worden geklasseerd in de categorie sissers ligt dan ook niet zozeer aan de uitspraak en de strafmaat zelf maar aan het contrast met de inzet van het Openbaar Ministerie. De onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen die het OM had geeist zijn over de hele linie niet gehonoreerd. In het voetspoor van Slavenburg en ABP is dit andermaal een blijk van rechterlijke terughoudendheid tegen de aandrang 'het fraudegebeuren prioriteit nummer een te maken ', zoals een Amsterdamse officier van justitie het eens uitdrukte. De fraudejacht mag, met andere woorden, niet in de weg staan aan justitiele zorgvuldigheid, een punt dat de fraudejagers met al hun elan aanvankelijk wel eens wilden overschreeuwen. Enige behoedzaamheid is trouwens alleen al nodig wegens bizarre trekjes in de publieke opinie op dit punt, getuige de dubbele moraal die bestaat over belastingontduiking en steunfraude zoals onlangs bleek uit een enquete van de Erasmusuniversiteit. Is de oplossing nu om belastingfraudeurs net zo streng aan te pakken als zwartwerkers met uitkering, of precies andersom? Het strafrecht is niet geschikt gebleken voor bepaalde categorieen fraude. Wanneer de justitie dat eerlijk erkent komt het de zeggingskracht van haar optreden alleen maar ten goede. Het Amsterdamse vonnis past in dit realistische doch daardoor nog niet defaitistische perspectief.

NU DEN HAAG nog. De minister van justitie heeft een wetsvoorstel aanhangig ter uitbreiding van de strafbaarstelling van valsheid in geschrifte. Dat is, zoals nu ook weer in Amsterdam bleek, het wetsartikel om fraude aan op te hangen. De huidige bepaling is volgens de gespecialiseerde strafrechtjurist Verheul reeds betrekkelijk 'drempelloos'. Minister Hirsch Ballin wil haar nu zo oprekken dat in feite iedere burger strafbaar wordt die een aangifteformulier met onjuiste gegevens in zijn bureaula heeft liggen. Een dergelijke 'vervuiling van delictsomschrijvingen', zoals Verheul het met reden noemt, getuigt van een in alle opzichten averechtse overkill.