$15 voor een nachtje

Walt Curtis, lees ik in een toelichting op de film Mala noche, is 'een dichter van de straat, uit de school van Bukowski en Burroughs'. Wat kan een zin toch veelzeggend lijken om dan au fond niets te betekenen. Wat heeft de opsteller van die zin bedoeld? Dat de dichter Curtis schrijft als Bukowski en Burroughs? Daar kan ik me niets bij voorstellen, het werk van die twee ligt teveel uit elkaar. Ze zijn beiden verslaafd, de een aan de alcohol, de ander aan de heroine. In beider werk is die verslaving van belang, maar verslaving speelt geen rol voor de dichter in deze film. Of is bedoeld dat deze Curtis leeft als Bukowski en homoseksueel geaard is als Burroughs? Dat zou toch te onbenullig zijn? Wie de film zag, die inspireerde tot het zinnetje, weet wat er mee werd bedoeld. Niets. Het creeert met twee beroemde namen een modieuze sfeer om de leegte van Mala noche te verhullen. Het noemen van een derde dichter was meer van toepassing geweest: een associatie met de poezie van Pier Paolo Pasolini dient zich aan, inhoudelijk, door de impressionistische verteltrant en de hang naar ongecompliceerde romantiek. Maar meer dan een vluchtige associatie is niet mogelijk, want kwalitatief heeft de film niets met Pasolini te maken.

De hoofdpersoon mag een dichter zijn, we zien hem maar een enkele keer iets op een papiertje krabbelen. Gedreven aan het dichten is hij nooit. Het enige dat hem opwindt zijn jongens. Hij ziet een jonge illegale Mexicaanse immigrant en zegt tegen iedereen die het horen wil 'ik ben verliefd'. Wat hij bedoelt is 'ik wil neuken', verder niet. Hij praat over de jongen als over een zwerfhondje en als een hondje lokt hij hem zijn huis in, met een bak voer. Hij slaat een hoop betrokken taal uit over het lot van illegale immigranten, maar dan komt de aap uit de mouw. Hij biedt $15 voor een nachtje vrijen. De rest is hypocrisie, maar daar heeft regisseur Gus van Sant (die na deze film uit 1986 Drugstore Cowboy zou maken) het niet over.

Van Sant mist ook in alle andere opzichten de noodzakelijke zeggingskracht. De stijl van Mala noche vermaalt het Amerikaanse documentaire filmgevoel uit de avant garde van de jaren zestig tot aanstellerij: in grof zwartwit, instabiel bewegend en met veel quasi veelzeggende close ups. De voice over van de dichter die de beelden begeleidt, geeft zich over aan cliche's op flutroman-niveau: 'the look on his face is pure extasy'. Steeds maken Van Sants beelden duidelijk waar hij naar toe wil, en even zovele keren mist hij faliekant zijn doel. We zien hoe de dichter er plezier aan ontleent zich te vernederen voor het aanbeden schoffie. We weten wat hij voelt. En we voelen niks.