Zomerstukje

ARLES Het zal niet lang meer duren voor we het twintigjarig bestaan van de Club van Rome vieren. Inmiddels is een nieuwe generatie volwassen geworden, zodat niet iedereen meer weet met welke club we hier te maken hebben. Deze bestond uit vooraanstaande geleerden en andere kopstukken van onderscheiden nationaliteit, die zich ten doel hadden gesteld de mensheid te waarschuwen tegen de gevaren van vervuiling en overbevolking. Er kwamen rapporten die later nog van andere wetenschappelijke kant zijn bevestigd, maar zelden zullen zoveel vooraanstaanden zo vroeg op zo onweerlegbare manier gelijk hebben gehad zonder het te krijgen.

Ik moest opeens aan de Club van Rome denken toen ik in deze beroemde provencaalse provincieplaats zat te ontbijten op een van de terrassen aan de Boulevard des Lices. De straat was in de vroege ochtend gesproeid, over de bediening en wat die me bracht had ik niet te klagen, maar dit zomerpretje werd bedorven door de wee-zoete stank van de uitlaatgassen. Om de lezer niet met louter subjectieve indrukken op te schepen, ben ik gaan tellen. Iedere minuut passeerden daar twee zware vrachtauto's, die zich bevonden in een file van andere vehikels waaronder nogal wat auto's met caravans.

Dat veroorzaakte niet alleen de stank. Het lawaai, gepaard aan wat er uit de radio kwam, was zo verpletterend dat ik m'n croissantje heb laten staan om een rustiger plekje in dit centrum van culturele festivals op te zoeken. 't Kost moeite, want de nauwe straten zijn niet autovrij en de Fransman achter het stuur kent behalve de medemens achter een ander stuur geen groter vijand dan de voetganger. Het was wel duidelijk dat die ochtend in Arles niemand behalve ik aan de Club van Rome dacht.

Misschien had ik me ook met iets heel anders beziggehouden als ik niet in Die Zeit juist een groot artikel van Helmut Schmidt had gelezen waarin deze elder statesman verklaart wat hij van de nieuwe politieke elite in de hele wereld verwacht. Vanzelfsprekend is dat niet weinig. Een paar punten van zijn agenda doen regelrecht denken aan de rapporten van de oude Club. Er zal nu iets moeten worden gedaan aan de bevolkingsexplosie. Hoewel we er op het ogenblik niet veel van merken, wordt de energie schaarser. We moeten rekening houden met de vergroting van het broeikaseffect. Alles wordt steeds urgenter.

Vertel me wat nieuws, denkt de lezer. Ik ben op weg naar mijn vakantieoord.

In hetzelfde nummer van Die Zeit staat een grote reportage over de Adriatische Zee. De Duitsers hebben daar meer belang bij dan wij omdat ze zich tot de kust van de Adria voelen aangetrokken: de Teutonengrill. Het vorig jaar kon men daar niet meer zwemmen vanwege de algenplaag, veroorzaakt door de vervuiling die weer regelrecht uit de Po komt. Die Zeit geeft er een verschrikkelijke opsomming van en weet ook te melden dat de Italianen er nog niets aan hebben gedaan. In plaats daarvan zijn ze bezig bij de populairste badplaatsen een paar honderd meter uit de kust een algenwering te bouwen. Daar was bij het begin van het seizoen overigens nog niet veel van gekomen, omdat de bouwvakkers in beslag waren genomen door de wereldkampioenschappen voetbal. Intussen liggen er al gedurfder plannen op tafel. Men wil achter de kust een soort binnenzee maken, zodat de toeristen het echte strand niet meer nodig hebben en men de vervuiling de vervuiling kan laten.

Iedereen die zich kan herinneren wie Yves Cousteau is, weet wel dat de Middellandse Zee niet meer te redden valt. Weldra gaan de Noordafrikaanse staten industrialiseren en dan zal er werkelijk van alle kanten in deze binnenzee worden geloosd. Geen enkele staat heeft redenen die dringend genoeg zijn om er iets aan te doen dat meer is dan een signaal van zijn goede bedoelingen. Dat is al vijftien jaar zo. Het probleem is nauw verwant aan dat van de 'beperking van het autoverkeer' waar ook nooit iets van komt, omdat de belangen die het juist niet willen beperken, veel groter zijn.

Op 6 juli heeft de International Herald Tribune een overzicht gepubliceerd van alle stranden in West-Europa waar men nog zonder veel risico's in zee kan gaan. Een Europese commissie geeft de badplaats die zo'n strand rijk is het Blauwe Vaantje, maar je moet een praktische Amerikaan zijn om van al die oorden een lijst te maken. De publikatie is trouwens vergezeld van een waarschuwing: de plaatselijke overheden zijn graag bereid binnen de grenzen van hun geweten de Europese zeecontroleurs wat te beinvloeden.

Een jaar of twee geleden ik verontschuldig me ervoor dat ik mijzelf citeer heb ik geschreven dat in het Westen twee pessimistische mythen door twee optimistische werden vervangen. De mythe van de eindeloze strijd, de uitzichtloosheid van de Koude Oorlog, maakte plaats voor die van de oeverloze vrede; en het doemdenken van de Club van Rome en de rapporten van Meadows werden verdrongen door het vooruitzicht op een nieuwe, voortdurende economische vooruitgang.

Naar die twee nieuwe mythen hebben de Europeanen hun dagelijks leven ingericht. Als ze 's zomers de politiek willen vergeten, gaan ze in zee zwemmen. Daar komen ze niet opgefrist uit; daar komen ze de nieuwe politiek tegen.