Weekstaat der Nederlandsche Bank; Korte rente nadert langerente

AMSTERDAM, 11 juli Op de Duitse geldmarkt is het verschil tussen de korte en de lange rente aanzienlijk afgenomen. Het tarief voor eenmaands interbancair geld is gestegen tot 81/4 procent, terwijl het tarief voor eenjaars geld is gedaald tot 83/4 procent.

De stijging van de geldmarkttarieven voor de korte termijnen moet mede in verband worden gebracht met de stijging van het tarief voor Duits interbancair daggeld, dat boven de 8 procent noteert. Daarmee ligt het tarief voor daggeld boven het Lombard-tarief, dat normaal gesproken fungeert als bovengrens.

De vraag rijst of sprake is van een reactie van de markttarieven voor de kortere termijnen op een krappe geldmarkt, of dat sprake is van anticipatie op een beleidsverkrapping door de Bundesbank. Vooralsnog houden marktpartijen het op het eerste, hoewel de Bundesbank met een discontoverhoging zou kunnen reageren op de opneming van spaargelden door Oostduitse burgers.

Na een aanvankelijke rustige start in de eerste week van juli wijzen berichten sinds maandag op een acceleratie van kasgeldopnames. Directielid van de Bundesbank Kohler verklaarde gisteren echter dat deze ontwikkeling geen reden tot zorg is ('gaat u maar gerust slapen'). De Nederlandse geldmarkt baadde de afgelopen week nog steeds in een zee van liquiditeiten. Dit blijkt onder meer uit het verbruik van het contingent. Jongstleden maandag bedroeg de besparing op het contingentsverbruik 9 procentpunten, een ongebruikelijk hoge besparing, gelet op het feit dat het einde van de contingentsperiode (25 juli) nadert. Ook het verloop van het interbancaire daggeld gaf aan dat de afgelopen week de geldmarktpartijen ruim van liquiditeiten waren voorzien: het tarief zakte bij tijd en wijle weg tot onder het niveau van de voorschotrente. Het effect op de gulden bleef niet uit. Noteerde de gulden de afgelopen week gemiddeld f 1,1258 per Dmark, gisteren verzwakte de gulden tot f 1,1270 per Dmark, een koers die lange tijd niet meer is gezien.

Om de greep op de geldmarkt tot aan het einde van de contingentsperiode te behouden, kondigde De Nederlandsche Bank een hoge geldmarktkasreserve af van f 7,7 miljard voor de periode van 16 juli tot 26 juli. Gelet op de positie van de gulden en de forse besparing op het contingent, is het aantrekken van de buikriem door De Nederlandsche Bank een begrijpelijke zet.

Uit de weekstaat van maandag blijkt aan de actiefzijde van de bankbalans een forse afneming van de goud- en deviezenvoorraad met circa f 700 miljoen, waarvan iets minder dan f 600 miljoen wordt geschreven op het conto van de ECU-voorraad. Blijkens de passiefzijde gaat het om herwaarderingen. Dit impliceert een forse depreciatie van de Europese munt, die echter niet is opgetreden. Achter de 'herwaardering' van de ECU-voorraad gaat dan ook een andere reden schuil, namelijk een om de drie maanden optredende transactie tussen De Nederlandsche Bank en het Europese Fonds voor Monetaire Samenwerking. Deze 'swap' is bedoeld om de gedaalde reservepositie in dit fonds aan te vullen, die het gevolg is van de daling van de dollarkoers en van de goudprijs. Vandaar dat de transactie aan de passiefzijde van de balans wordt verantwoord onder de post 'herwaardering'. Bron: NMB Bank