Voor Ritzen en Wallage is het gewone werk blijven liggen; Creatieve ideetjes genoeg

'Het valt me op hoe het klimaat elke week een beetje beter wordt; zeker, alles wordt nageteld, niets op voorhand voor zoete koek geslikt, maar er hangt verandering in de lucht en iedereen geniet er een beetje van.' Staatssecretaris drs. J. Wallage (onderwijs) sprak deze woorden enige tijd na het aantreden van hem en minister dr. J. M. M. Ritzen. Acht maanden later, bij het begin van de zomervakantie van de Tweede Kamer, is de kop van hun werk er af. De plannen en pretenties die de twee voor een deel al voor hun komst naar Zoetermeer in hoog tempo de wereld inslingerden, bestaan nog steeds. Menigeen geniet er steeds een beetje minder van.

Het moesten mooie jaren worden voor het onderwijs, zeiden Ritzen en Wallage aan het begin. De werkers in het veld zou 'de hand worden gereikt'.

Voor 'een nieuw elan' was vijfhonderd miljoen gulden extra beschikbaar. Bovendien zouden de talrijke onderwijsorganisaties serieus genomen worden in 'open en reeel overleg'.

De mensen in het onderwijs moesten het gevoel krijgen dat ze 'daar in Zoetermeer weer een paar companen hebben', zoals Wallage het warmbloedig uitdrukte. En Ritzen zou korte metten maken met wat hij in zijn hoogleraarskamer 'de stelselmatig te lage ramingen van de aantallen deelnemers aan het onderwijs' had genoemd.

De toon bleek al snel te hoog gekozen. Er was niet genoeg geld om Deetmans vier-jarigenmaatregel meteen geheel terug te draaien, een van de 'vertrouwenwekkende' maatregelen van het nieuwe kabinet. Geld was er ook niet om iets moois te doen voor jonge leraren die hun aanvangssalaris te laag vonden, laat staan voor het afschaffen van de korting op het salaris van iedereen in het onderwijs. Dit laatste had voor Ritzen toch al geen hoge prioriteit; als hoogleraar had hij immers ook met die paar procent minder salaris kunnen leven, vertrouwde hij de Tweede Kamer toe. Van de 155 miljoen die Ritzen uit het centrale arbeidsvoorwaardenoverleg voor de ambtenaren kreeg om de positie van de leerkracht aantrekkelijker te maken, bleef steeds minder over naarmate ook hij met overschrijdingen werd geconfronteerd. Al snel werd aan de noodrem getrokken en alle niet-verplichte uitgaven zoals voor computers in het onderwijs geblokkeerd. Van de term 'bezuinigingen' wilden de bewindslieden echter nog niet weten.

Kleine marges

Enige onderzoekers uit Ritzens vroegere vakgroep die de onderwijsbegroting doorlichtten, concludeerden dat de tekorten op de begroting maar moeilijk te voorzien bleven. De ramingen van het aantal leerlingen en studenten bleken weliswaar voortdurend te laag, maar konden, anders dan Ritzen had beweerd, toch ook niet veel nauwkeuriger. En een paar procent ernaast betekende op een begroting van dertig miljard al snel enkele honderden miljoenen meer of minder. Wilde de minister zekerheid dat hij de uitgaven in de hand zou houden, dan kon dat alleen door de scholen een vast bedrag te geven, zelfs al groeide het aantal leerlingen. Maar deze oplossing is voorlopig politiek onhaalbaar.

Niet alleen op financieel gebied bleken de grootse plannen moeilijk te realiseren. De marges om eigen beleid te formuleren waren klein, omdat veel daarvan bij de val van het vorige kabinet juist aan afronding toe was. De basisvorming, de hervorming van het hoger onderwijs, de deregulering, de verzelfstandiging van de scholen, de beheersing van de uitgaven door de scholen met een eigen budget te laten werken en de herziening van het beurzenstelsel, het zijn maar enkele voorbeelden.

Minister en staatssecretaris profileerden zich daardoor noodgedwongen in de publieke opinie door het oplaten van tal van ballonnetjes in de vorm van 'creatieve' ideetjes. Het voldeed wellicht aan de behoefte van in het bijzonder de wetenschapsman Ritzen om zo nu en dan als frisse intellectueel het onderwijs 'onorthodoxe' oplossingen te bieden. Voor het beleid hadden de suggesties tot nu toe minder te betekenen. Het plan om voor studenten aan hogescholen met een VWO- of MBO-diploma de cursusduur tot drie jaar te beperken, is al weer in de la verdwenen. En het idee van Wallage om iets aan het tekort aan onderwijzers te doen door studenten met een MAVO-opleiding voor de klas te zetten, haalde door verzet van de onderwijsorganisaties zelfs de openbaarheid niet.

Waarschuwing

Het gebrek aan een duidelijke eigen inbreng tot nu toe is niet alleen een gevolg van de smalle marges van de onderwijspolitiek. Vooral Ritzen kiest ervoor niet al te veel van dat beleid op papier te zetten. De minister en de staatssecretaris hebben ongetwijfeld van de vorige PvdA-bewindsman op onderwijs, Van Kemenade, de waarschuwing gekregen dat wanneer zij dat wel zouden doen, zij het gevaar lopen straks alleen een stapel beleidsnota's achter te laten. Ritzen heeft zich deze les aangetrokken op bijvoorbeeld het terrein van de volwasseneneducatie. Bekend is dat hij daarover uitgesproken opvattingen heeft, maar tot dusver heeft hij zich steeds verzet tegen adviezen om deze gedachten eens op papier te zetten. Volgens bronnen uit zijn naaste omgeving vindt hij het voorlopig voldoende dat hij zelf weet wat hij er mee aan wil en probeert hij zijn ideeen beetje bij beetje te realiseren, zoals zijn voorstel om de studiefinanciering bij de 27 jaar te stoppen.

Het uitblijven van duidelijk beleid wordt door het duo op onderwijs verdedigd met de mededeling dat het niet uit is op gemakkelijke succesjes op korte termijn. Het oplossen van complexe problemen vergt nu eenmaal grondige analyses, veel tijd en 'open en reeel overleg'. Vandaar dat de ene werkgroep na de andere aan het werk werd gezet.

De 'grondigheidstactiek' had zo haar politieke verdiensten. De financiele experts diepten snel genoeg allerlei tekorten in de begroting op om de minister de kans te geven ze als een erfenis uit de vorige kabinetsperiode af te schilderen. 'Dat is alvast een pluim op mijn hoed', zei hij uitdagend in een interview in het Algemeen Dagblad. Het kabinet kon niet in goeden gemoede van hem verlangen dat hij nu voor al die overschrijdingen zou opdraaien zoals de budgetdiscipline vereiste. Zijn beroep op de redelijkheid van zijn collega's lukte echter maar ten dele. Alleen voor 1990 kwamen ze hem tegemoet: voor 1991 en vooral voor 1992 staat Ritzen nog voor zeer grote financiele problemen. Een oplossing daarvoor is nog niet in zicht.

Met de 'open en reele discussie' lukt het steeds minder. Ritzen staat in openbare optredens nauwelijks open voor nieuwe argumenten. Ook hij is gefixeerd door zijn financiele problemen, al zegt hij voor de oplossingen onderwijskundige gronden te hebben. Toen de studenten onlangs weer eens opstapten uit het overleg over studiefinanciering, las de minister de tekst voor van een al voor de bijeenkomst opgesteld persbericht waarin hij hun verweet niet op zijn argumenten te zijn ingegaan terwijl hij toch zo goed naar hen had geluisterd. De studentenbonden hebben inmiddels verklaard net zo lief met Deetman zaken te doen: bij hem wist je tenminste waar je aan toe was.

Convenant

De toon in de bladen van de onderwijsbonden wordt ook steeds kribbiger. Wallage wil de positie van het leraarschap verbeteren door middel van een voor alle partijen vertrouwenwekkende meer-jarenafspraak, het convenant. Het zou de kroon op het herstelde vertrouwen van het onderwijs in 'Zoetermeer' moeten worden. De gesprekken over de salarissen en zaken als arbeidsduurverkorting hebben tot dusver alleen nog tot een conflict geleid dat is voorgelegd aan een arbitragecommissie.

Maar ook als de 'handen' over en weer straks toch weer worden 'uitgestoken' en een akkoord tussen Wallage en de bonden wordt bereikt, is de kans groot dat de Tweede Kamer nog roet in het eten gooit. Die heeft reeds enkele malen laten weten niet zo gelukkig te zijn met een haar handen bindend convenant. In de Kamer klagen de regeringsfracties nog niet openlijk over het optreden van de minister en zijn staatssecretaris. Maar in de wandelgangen willen de parlementariers wel kwijt dat een minder zelfgenoegzame houding van de bewindslieden in het voordeel van de laatsten zou kunnen zijn.

Na acht maanden Ritzen en Wallage is het redelijkheidsoffensief gestokt. De hoge verwachtingen over de voorspelbaarheid van de uitgaven zijn tot realistische proporties teruggebracht. Het gewone werk kan beginnen. Aardse zaken, zoals het vergaren van een Kamermeerderheid voor de studiefinanciering en de basisvorming en het afwerken van wat er nog ligt, bieden hun de komende tijd nog volop de gelegenheid om als bestuurders te 'scoren'.