Ramptanker Exxon Valdez krijgt andere naam

ROTTERDAM, 11 juli De supertanker Exxon Valdez, die vorig jaar voor de grootste milieuramp in de geschiedenis zorgde, wordt niet langer ingezet voor olietransporten van Alaska naar de Westkust van de Verenigde Staten. Exxon zal de tanker overplaatsen naar olieroutes in het Middellandse-Zeegebied en geeft het schip een nieuwe naam: Exxon Mediterranean.

Volgens een woordvoerder van de oliemaatschappij is de formele reden voor deze beslissing dat Exxon de tanker niet meer nodig heeft op de route naar Amerika omdat de aanvoer van ruwe olie uit Alaska sterk is verminderd. Het schip kan daarentegen goed worden gebruikt in het Midden-Oosten en de Middellandse Zee. Bij overplaatsing naar een ander gebied worden Exxon-schepen altijd omgedoopt, aldus de woordvoerder.

Voor de overplaatsing van de Exxon Valdez moet het schip een dure reparatie en een veiligheidskeuring ondergaan. Op de werf van National Steel and Shipbuilding in San Diego, Californie, wordt 1.600 ton aan zwaar beschadigde bodemplaten vervangen. Ook vernieuwt de scheepsreparateur technische voorzieningen op het schip. De totale kosten bedragen bijna 30 miljoen dollar.

De 300 meter lange Exxon Valdez (215.000 ton) is in 1986 gebouwd voor het vervoer van grote hoeveelheden ruwe olie van Alaska naar Panama. Op 25 maart vorig jaar liep het schip op een rif in de Prince William Sound in Alaska, de meest noordelijke ijsvrije haven van Alaska. Daarbij verloor de supertanker ruim 38 miljoen liter ruwe olie die zich verspreidde over 6.400 vierkante kilometer en een enorme milieuschade veroorzaakte.