OPWARM-PAUZES IN KOUD SIBERIE

Over Siberie spreekt men meestal in extremen: uitzonderlijk koud, uitzonderlijk uitgestrekt en rijk aan primaire grondstoffen, maar ook bijzonder dunbevolkt. Siberie neemt het grootste deel in beslag van de Sovjet-Unie; het begint bij de Oeral en loopt door tot aan Japan. Slechts twee tot vijf maanden per jaar ontstijgt de temperatuur het nulpunt terwijl grote gedeelten van Siberie bestaan uit permafrost. De strook land langs de Noordelijke IJszee bestaat uit toendra die voor niets anders geschikt is dan beperkte rendierjacht; in het zuiden vinden we de taiga, in het westen de enorm uitgestrekte moerassen. Ondanks al deze natuurlijke beperkingen vormt Siberie voor Moskou een van de belangrijkste bronnen van inkomsten wegens de schier onuitputtelijke voorraden hout en minerale grondstoffen. Het is een beetje cynisch dat juist deze natuurlijke rijkdom verzameld moest worden in een gebied dat voor de mens bijzonder ontoegankelijk is.

The Development of Siberia. People and Resources, geredigeerd door Alan Wood en R. A. French, presenteert een prachtig, compleet overzicht van zowel de historische ontwikkeling als de huidige situatie in dit specifieke deel van de Sovjet-Unie. Alan Wood schetst in een van de eerste hoofdstukken de (pas door Gorbatsjov losgelaten) Russische praktijk om politiek en religieus andersdenkenden uit de samenleving te verbannen door ze richting Siberie te sturen. Alleen de tocht naar het verbanningsoord kon te voet al enkele jaren in beslag nemen. Het is opmerkelijk dat de meeste 19de-eeuwse geleerden dit systeem positief hebben gewaardeerd, zowel vanuit het standpunt van de samenleving als van de verbannene zelf: gedwongen tewerkstelling in Siberie was volgens velen de enige manier om dit deel van Rusland te koloniseren en ontginnen, terwijl het voor de 'misdadigers' toch nog altijd zou zijn te verkiezen boven het vaak onmenselijke gevangenisleven in het West-Europa van die tijd.

The Development of Siberia is niet wars van human interest-verhalen; zo heeft Alan Wood nauwkeurig achterhaalt hoe de afvallige geestelijke Avvakum Petrovitsj in 1653 zijn tocht door Siberie heeft ondernomen. De daaropvolgende hoofdstukken behandelen soortgelijke menselijke portretten, die al met al een goed historisch inzicht geven in de betekenis van Siberie voor Rusland (en later voor de Sovjet-Unie) als geheel.

Pas in het eerste vijfjarenplan van 1928 kwalificeerde Siberie zich als de nieuwe springplank voor de industriele ontwikkeling van de Sovjet-Unie. Evenals in andere delen van de USSR werd de plaatselijke bevolking gecollectiviseerd. In de praktijk betekende dit dat nomaden hun tenten moesten inruilen voor gammele hutten en rendier-herders hun kuddes moesten afstaan aan Bolsjewistische administrateurs. Nergens heeft de Sovjet-regelgeving dan ook zoveel tegenstand opgeleverd als in Siberie. Het is daarom niet verbazingwekkend dat de eerste industrialisatie-plannen bijzonder weinig enthousiasme hebben kunnen wekken bij de Siberische bevolking.

Tatjana Zaslavskaja, de bekende sociologe, verbonden aan de Academie van Wetenschappen in het in Siberie gelegen Novosibirsk, geeft in een verhelderend hoofdstuk aan waarom er nog steeds geen animo bestaat onder de Sovjet-bevolking om de natuurlijke rijkdom van Siberie ten nutte maken. Ze identificeert vijf centrale problemen: (1) de maar uiterst langzaam op gang komende introductie van arbeidsbesparende technologieen; (2) het slechte management; (3) de bestaande wettelijke restricties die het voor arbeiders onmogelijk maken om naast hun baan erbij 'te klussen'; (4) de hoge kosten voor het Siberische levensonderhoud in vergelijking met de andere delen van de USSR; en (5) de slechte secundaire voorzieningen, zowel op het gebied van onderwijs, medische verzorging als cultuur.

Koud

Al deze factoren hebben geleid tot een chronisch tekort aan arbeidskrachten. Tussen 1959 en 1970 kende West-Siberie alleen al een netto verlies aan arbeidskrachten van zo'n 800.000! De pogingen om arbeiders naar Siberie te lokken met hogere lonen (in sommige extreem koude gebieden zelfs een verdubbeling van het loon) moet als mislukt worden beschouwd. Zelfs een loonsverdubbeling is namelijk vaak niet genoeg om de hoge kosten van het levensonderhoud te compenseren. In Noord- en Oost-Siberie betaalt een gezin 2,2 maal zoveel voor een gemiddeld consumptiepakket als in andere delen van de USSR. Vooral de verwarmingskosten kunnen tot astronomische proporties oplopen bij een strenge winter waarbij het vele maanden achtereen vijftig graden vriest. Arbeiders die buitenwerk verrichten kunnen bij die temperatuur niet werken; bij -40 is het nodig om elk half uur 'opwarm-pauzes' in te lassen.

Bij dit soort temperaturen rijzen er talloze extra problemen, zoals de onmogelijkheid om grondstoffen te vervoeren via het uitgebreide rivierenstelsel dat Siberie rijk is. De sterkste ijsbrekers kunnen 0,6 tot 0,7 meter ijs nog wel aan, maar in Siberie is anderhalf tot twee meter zeker niet ongewoon. Toch is het opvallend dat ondanks deze vaak bizarre omstandigheden de geschatte economische arbeidseffectiviteit in Siberie de hoogste is in de gehele Sovjet-Unie.

David Wilson, verbonden aan de Universiteit van Leeds, gaat in zijn bijdrage uitgebreid in op de olie- en gasexploitatie van Oost-Siberie, volgens hem met een oppervlakte aan energiebronnen van in totaal 3,4 miljoen km, een van de grootste reservoirs ter wereld. In vergelijking met de olie- en gasvelden in West-Siberie, is het oosten nog relatief onontgonnen (vooral wegens de slechte klimatologische omstandigheden). Volgens sommige onderzoeken zou de grond in Oost-Siberie bovendien tweemaal zoveel energiebronnen bevatten als het westelijk deel. De permafrost in Oost-Siberie is soms 2.000 meter diep, terwijl andere geologische omstandigheden de winning van de olie en gas nog eens extra bemoeilijken. Zonder geavanceerde mijntechnologieen zal het onmogelijk zijn om deze energiebronnen aan te boren, aldus Wilson. Het is daarom volgens hem niet waarschijnlijk dat grootschalige commerciele exploratie van de Oostsiberische olie- en gasvelden nog voor het jaar 2000 zal beginnen.

Voorlopig biedt West-Siberie nog genoeg mogelijkheden, zeker nu de energie-autoriteiten in Moskou contact hebben gezocht met Westerse bedrijven die zijn geinteresseerd om diverse terreinen in West-Siberie te ontwikkelen, een gebied waar zich een geschatte voorraad van dertien miljard vaten olie zou bevinden. Nu de Sovjet-Unie door middel van joint ventures gebruik gaat maken van Westerse technologie, zal het belang van Siberie nog eens extra toenemen.