'Omroepen moeten aan zendtijd meebetalen'

DEN HAAG, 11 juli Minister 'd Ancona van WVC stelt alleen geld beschikbaar voor middagtelevisie als de omroepen daaraan zelf meebetalen. De minister schrijft dat in een brief aan het NOS-bestuur, waarin zij reageert op een meerjarenplan van de omroepen voor uitbreiding van zendtijd.

De omroepen achten middagtelevisie noodzakelijk om beter te kunnen concurreren met commerciele televisie. De omroepen hebben 50 miljoen gulden gevraagd voor de invoering van middagtelevisie van 12.00 tot 17.30 uur op een net. Uit de bestaande middelen kan volgens de omroepen zendtijduitbreiding niet worden betaald. Met ingang van 1 januari 1992 willen de omroepen 's morgens om negen uur beginnen met uitzenden en in een nog later stadium om zeven uur 's ochtends. Veronique zendt 's morgens uit van 6 tot 10 uur en begint 's middags met op Nederland gerichte programma's om een uur of drie.

Een recentelijk onderzoek naar omroepfinancien door het Commissariaat voor de Media wees uit dat de omroepen over omvangrijke vermogens beschikten. Naast reclamegeld afkomstig van de STER en de kijkgelden, beschikken de omroepen over inkomsten uit de exploitatie van tv-gidsen en over bijdragen van leden. Veel van dat geld hebben de omroepen de afgelopen jaren opgepot. De omroepen menen dat ze vrij zijn om dat geld naar eigen inzicht te besteden.

In eerste instantie reageerden de omroepen gisteren dan ook terughoudend op de brief van de minister. De meeste omroepen wilden niet vooruitlopen op de bespreking van het standpunt van de minister in het NOS-bestuur. De KRO wijst er op dat zij in 1988 en 1989 in totaal al 12 miljoen gulden op haar vermogen is ingeteerd. Op het moment bedraagt het nog 42 miljoen gulden. 'Die buffer hebben we nodig om risico's op te vangen, dat interen kan niet doorgaan', aldus een woordvoerder.

Minister 'd Ancona vindt dat de omroepen naast het gebruik maken van eigen middelen ook een aantal verbeteringen moeten aanbrengen in hun organisatie. Zo vindt zij dat de omroepen beter moeten samenwerken en hun kosten moeten saneren. 'd Ancona schrijft niet onder de indruk te zijn van de onderbouwing voor de aanvraag van de omroepen om meer geld. 'De redenatie dat een kijker die 's middags Veronique heeft aangezet, 's avonds niet zo makkelijk naar Nederland 1,2 of 3 overschakelt, overtuigt mij op voorhand niet', aldus de minister in haar brief.