Het Nederlands als exportprodukt

Is het Nederlands op sterven na dood? Als we W. F. Hermans moeten geloven wel; onlangs beweerde deze Parijzenaar dat over dertig jaar onze taal zal zijn afgezakt tot een nog slechts in cafes en op kermissen gebezigd dialect.

Decennia lang hebben wij Nederlanders elkaar proberen wijs te maken dat onze taal een mislukking is. Zeker, tegenover buitenlanders zullen we met verve verdedigen dat Nederlands een eeuwenoude en op zichzelf staande taal is die de ziel vormt van onze gedachtenwereld. Maar vinden we dat ook echt? Lijkt onze taal niet wat al te veel op die van de door ons zo verafschuwde Duitsers? Verontschuldigen wij ons niet steevast voor onze boertige uitspraakregels wanneer we weer eens geconfronteerd worden met buitenlanders die er niet in slagen de woorden 'regenachtige zondagmiddag' van onderuit hun keel te trekken. Zingen wij daarom soms liever in het Engels of het Frans en vinden wij het volkomen vanzelfsprekend dat slechts een miniem deel van onze literatuurschat is vertaald? Velen vinden het Nederlands vooral zo onbelangrijk omdat ze er van uit gaan dat ze die taal buiten Nederland en Belgie toch niet kunnen gebruiken. Dit nu is een absoluut misverstand, want meer mensen spreken Nederlands dan menigeen zou denken. Om te beginnen bieden steeds meer lagere en middelbare scholen Nederlands als keuzetaal aan, vooral in Frankrijk en de Bondsrepubliek. Alleen al in de Nedersaksische districten Weser en Ems werken op dit moment 61 docenten Nederlands. 'Maar ik heb er nog minstens 140 nodig', zegt drs. Kits Nieuwenkamp van het Algemeen-Nederlands Verbond, een organisatie die onder meer leraren Nederlands in de ons omringende grensgebieden begeleidt. 'De belangstelling voor het Nederlands groeit als kool. We kunnen de vraag nauwelijks aan.' N ederlands wordt boven dien op universiteiten in dertig niet-Nederlandstalige landen gedoceerd, te weten in de beide Duitslanden, Bulgarije, Denemarken, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannie, Hongarije, Ierland, Italie, Joegoslavie, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenie, de Sovjet-Unie, Spanje, Tsjechoslowakije, Zweden, Zwitserland, Australie, Canada, Indonesie, Israel, Japan, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Dat levert jaarlijks honderden afgestudeerde Neerlandici op.

Maar hoeveel Nederlandstaligen zijn er in totaal? Volgens de laatste telling heeft Nederland 14.891.880 inwoners. In Belgie is de vraag naar het aantal Nederlandstaligen nog altijd politiek geladen. De laatste telling werd in 1947(!) gehouden; latere pogingen tot inventarisatie van de verschillende taalgroepen stuitten op een muur van onwil. Volgens het Belgische Nationale Instituut voor de Statistiek telt Vlaanderen nu 5.722.344 inwoners; in Brussel wonen 970.501 mensen. Uit het feit dat eenvijfde van de hoofdstadbewoners bij de laatste verkiezingen hun stem op een van de Vlaamse partijen uitbracht, valt af te leiden dat ten minste twintig procent van de Brusselaars Nederlandstalig is.

Volgens prof. Jan de Vries, hoogleraar Nederlandkunde aan de Universiteit van Leiden, is die schatting te laag. 'Uit economische noodzaak spreekt zeker de helft van de inwoners van Brussel Nederlands', meent hij. 'Dat geldt in ieder geval voor de Belgen. De 150.000 emigranten spreken daarentegen meestal uitsluitend Frans.' D e toenemende belangstel ling voor het Nederlands komt vooral in Wallonie het meest spectaculair tot uiting. Van oudsher leerde de ontwikkelde Vlaming Frans, terwijl Walen zich liever in het Engels of Duits bekwaamden. Sinds vier jaar is in die situatie drastisch verandering gekomen. Prof. De Vries: 'Nergens wordt meer Nederlands gestudeerd dan in Wallonie. Het aantal Nederlands sprekende Walen neemt met vele duizenden per jaar toe'. Wat Nederlandstaligen in Europa betreft, speelt ook Frankrijk een rol. In het uiterste noordwesten wordt nog altijd een Vlaams dialect gesproken, door het ontbreken van banden met de standaardtaal voor Nederlanders weliswaar volstrekt onverstaanbaar, maar het is Nederlands. De schattingen over het aantal Vlaamstalige Fransen lopen uiteen van 34.000 tot 100.000. Van de 260.000 Antillianen en Arubanen beheersen er naar schatting 234.000 het Nederlands en het Suriname geldt dat voor 210.000 van de 300.000 inwoners. Op de Maagdeneilanden en in Frans Guyana leven in totaal nog enkele honderden mensen die het zogenoemde Negerhollands spreken, een mengeling van Afrikaanse stamtalen en Nederlands.

Indonesiers van 65 jaar of ouder die een (middelbare) schoolopleiding hebben genoten, zijn veelal het Nederlands nog niet vergeten. Hun aantal bedraagt ongeveer 150.000. In Taiwan en de Volksrepubliek China wonen in totaal zo'n vijfduizend uit Indonesie afkomstige Nederlandstalige Chinezen. Het Nederlands heeft ook op andere wijze zijn sporen in Azie nagelaten. Zo spreken Japanners over biiroe (bier) en inki (inkt) terwijl Singalezen artapel met salderi eten, de tarappu op lopen en een poroppa papier in de prullenmand gooien. Het Indonesisch telt maar liefst vijf- a zesduizend Nederlandse woorden, waaronder gebruiksvoorwerpen (sletel en ritsleting), gemoedstoestanden (iritasi), juridische begrippen (kasasi) en krachttermen (hotperdom). O ok op het Afrikaanse continent zijn Neder landstaligen te vinden. Hoewel het onderwijs in het voormalige Belgisch Kongo altijd Franstalig is geweest, hebben Vlamingen er ook enkele missieposten gesticht waar in het Nederlands onderricht werd gegeven. Naar schatting vijfduizend Zairezen beheersen derhalve het Nederlands.

Een aparte status neemt het Afrikaans in. Uiteraard is dit een op zichzelf staande taal, maar aangezien negenennegentig driekwart procent van de Afrikaanse woordenschat rechtstreeks uit het Nederlands afkomstig is, zijn beide talen ten nauwste verwant. Drie miljoen blanken hebben het Afrikaans als moedertaal en voor drie miljoen kleurlingen (vooral van gemengd Hollandse en Hottentotse of Bantu-afkomst) is Afrikaans de voertaal. Daarnaast fungeert Afrikaans als tweede taal bij Xozha's en Namibiers.

Nederlandse en Vlaamse emigranten vormen een grote groep Nederlandstaligen in den vreemde, waarvan moeilijk exact is vast te stellen hoeveel het er zijn. Nederlandse emigranten integreren over het algemeen op een zodanige wijze, dat de tweede generatie de moedertaal alleen nog maar passief beheerst en de derde generatie het Nederlands in het geheel niet meer machtig is. In totaal emigreerden er in de periode 1946-1989 539.663 Nederlanders naar het buitenland, voornamelijk naar Canada, Australie, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Nieuw Zeeland. De Vries: 'Hoe calvinistischer ze zijn, des te beter blijven ze Nederlands spreken.' D e laatste jaren neemt bij de derde generatie emi granten de belangstelling voor het land van herkomst sterk toe, en daarmee ook de belangstelling voor het Nederlands. Bij degenen die het Nederlands niet machtig zijn, kunnen niettemin bepaalde Nederlandse woorden worden aangetroffen. Zo is het niet ongebruikelijk dat een Amerikaan van Nederlandse afkomst zich bedient van zinnen als 'I'm all benauwd' of 'Please don't be so vies.' Sinds 1950 emigreerden naar schatting een half miljoen Vlamingen en Nederlandstalige Brusselaars naar het buitenland. Het Belgische en het Nederlandse emigratiepatroon is totaal verschillend. Italie, Frankrijk en Zaire trokken de meeste Vlaamse emigranten.

Alles bij elkaar zijn er op dit moment naar schatting 23 miljoen Nederlandstaligen in de wereld en zes miljoen Afrikaanstaligen. Van bijna dertig miljoen mensen, verspreid over alle continenten, is Nederlands dan wel Afrikaans de moeder- of voertaal. Het heeft er dus alle schijn van dat ook in de toekomst honderdduizenden Hottentotten, Xhoza's, Papoea's, Creolen, Chinezen, Javanen, Hindoestanen, Molukkers en Indianen in staat zijn de romans van W. F. Hermans onvertaald tot zich te nemen.