Geld voor bonte lijst van organisaties veteranen

DEN HAAG, 11 juli 'We kunnen al onze subsidieverplichtingen ten minste nakomen tot het jaar 2010 of 2015', zegt G. Peijnenburg, lid van de raad van bestuur van SFMO. De stichting voor oorlogs- en dienstslachtoffers SFMO beschikt over een belegd vermogen van 72,5 miljoen gulden.

Dat bleek gisteren bij de presentatie van het jaarverslag over 1989 door de raad van bestuur van SFMO in het Haagse hotel Des Indes. In de raad zitten behalve oud-staatssecretaris en secretaris-generaal van het ministerie van defensie Peijnenburg ook de ex-bankier en oud-verzetsman W. van Lanschot (voorzitter) en bankier F. Bakx (penningmeester). Momenteel ontvangen 12.200 oud-militairen een invaliditeitspensioen van Defensie. Jaarlijks komen er ongeveer 200 bij. Zij vormen de directe doelgroep van SFMO. De oudste van hen werd geboren in 1890, de jongste in 1969, verreweg de meesten tussen 1925 en 1928. Peijnenburg wijst erop dat het ministerie geen onderscheid maakt tussen oorlogsslachtoffers en 'dienstslachtoffers', mensen die tijdens hun diensttijd blijvend lichamelijk letsel hebben opgelopen.

De gelden van SFMO zijn voor deze mensen 'de krenten in de pap van hun bestaan', aldus Peijnenburg. Van Lanschot: 'De slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog zijn heus nog niet uitgestorven. In Frankrijk paraderen zelfs nog veteranen uit de Eerste Wereldoorlog. Maar denk ook aan Indonesie, aan Korea en aan de Nederlandse Libanon-slachtoffers.' De elf miljoen gulden waarmee SFMO de meer dan 110 organisaties subsidieert die de belangen van oorlogs- en dienstslachtoffers behartigen, zijn vooral afkomstig uit de Algemene Loterij Nederland (9,4 miljoen) en uit de opbrengst van de beleggingen (1,2 miljoen). Veel geld gaat naar herdenkingen, monumenten, musea en documentatie over de oorlog. Onder de begunstigden van SFMO zijn de organisatie van Dragers van het Mobilisatiekruis, de Prinses Irenebrigade en de stichting Vriendenkring Mauthausen. Peijnenburg en van Lanschot ondertekenden begin 1989 de brief van de 'groep van negentien' aan minister van justitie Korthals Altes die uiteindelijk leidde tot de vrijlating van 'de twee van Breda'. Verreweg de meeste subsidie van SFMO, ongeveer 7,5 miljoen, ging vorig jaar naar de Bond van Nederlandse Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO). Deze beheert in Doorn een vakantiecomplex voor haar leden, waar honderd man personeel de veteranen psychische en medische bijstand kan verlenen. Onlangs bouwde BNMO in Doorn een aantal woningen voor weduwen van bondsleden.

Opvallend in de lijst van de 110 begunstigde organisaties is dat die met 'aanverwante doeleinden' ruim in de meerderheid zijn ten opzichte van de organisaties voor de directe belangen van de slachtoffers. De Wereldspelen voor gehandicapten in Assen kregen vorig jaar 100.000 gulden, de stichting Kunst Met Gehandicapten 30.000 gulden. Het Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon ontving 250.000 gulden. Onder meer van dit geld bouwde het museum de vleugel waar binnenkort een permanente tentoonstelling over concentratiekampen te zien zal zijn. Het koninklijk tehuis voor oud-militairen Bronbeek kreeg 70.000 gulden. In 1985 doneerde SFMO 50.000 gulden aan het Oud Strijders Legioen. De Bond van Wapenbroeders kreeg vorig jaar 240.000 gulden. Volgens Peijnenburg is dit 'een groep veteranen, waar ook niet-invaliden lid van kunnen zijn.'

De stichting Oranjehotel kreeg 4.000 gulden voor haar jaarlijkse reunie van voormalige politieke gevangenen in Scheveningen. Opvallend is de stichting 'We Nemen 't Weer Niet', die 1.000 gulden kreeg in 1988. Van Lanschot, gevraagd naar de aard van de stichting: 'Precies weet ik het niet meer, maar het zijn in elk geval mensen uit het verzet.' Een aantal oorlogsslachtoffers heeft kritiek op de besteding van de gelden door SFMO. Aangevoerd door de 84-jarige F. van Pareren uit Eindhoven zelf in de meidagen van 1940 gewond geraakt proberen zij al jaren te bereiken dat het geld van de stichting direct beschikbaar wordt gesteld aan de invaliden uit de Tweede Wereldoorlog of hun weduwen. Van Lanschot heeft echter steeds gesteld dat het geld nodig is om de continuiteit van het werk van SFMO te waarborgen. Van Pareren en de zijnen deden herhaaldelijk tevergeefs een beroep op de rechter. Tweeeneenhalf jaar geleden vroegen zij koningin Beatrix tevergeefs om te bemiddelen.