EG-Commissie wil mestbeleid Braks blokkeren

BRUSSEL/DEN HAAG, 11 juli De Europese Commissie heeft grote bezwaren tegen het Nederlandse mestbeleid omdat minister Braks (landbouw) erop uit zou zijn de Nederlandse bio-industrie op staatskosten nog geruime tijd in stand te houden.

Een woordvoerder van de Europese commissaris L. Brittan (concurrentieverhoudingen en financiele instellingen) zegt dat zo'n beleid beslist niet door de beugel kan. Volgens zowel Brittan als de commissarissen MacSharry (landbouw) en Ripa di Meana (milieu) mag Nederland wel steunmaatregelen voor de mestproblemen van de bio-industrie treffen, maar die moeten dan eerder op sanering (inkrimping) dan op instandhouding van die industrieel-agrarische bedrijfstak zijn gericht.

Minister Braks deed gisteren in een brief een beroep op het dagelijks bestuur van de Gemeenschap om mee te werken aan zijn subsidieplan, maar de Europese Commissie blijft dat plan afwijzen. Braks wil de oprichting van mestverwerkingsfabrieken in Nederland voor 35 procent met overheidssteun subsidieren. Volgens Brussel zijn subsidies van die hoogte in strijd met het binnen de EG geldende beginsel 'de vervuiler betaalt' alsook met de concurrentieverhoudingen onder de Europese boeren. Brittans woordvoerder zegt dat een subsidiepercentage van twintig mogelijk nog aanvaardbaar zou zijn.

In antwoord op de Brusselse bezwaren zegt minister Braks dat van concurrentievervalsing geen sprake is. Steun aan de mestfabrieken is volgens hem een essentiele en noodzakelijke voorwaarde voor een milieuhygienisch verantwoorde oplossing van het mestprobleem in Nederland. Volgens Braks zijn daarvoor aanvullende overheidssubsidies nodig.

Zou de Europese Commissie na haar onderzoek naar de Nederlandse subsidiering van mestfabrieken niet akkoord gaan, dan zal minister Braks tegen die beslissing in beroep gaan bij het Europese hof van justitie in Straatsburg. Volgens het ministerie van landbouw zal deze procedure sterk vertragend werken bij de oplossing van de mestproblematiek. Voorzien wordt dat de Nederlandse landbouwminister zich zal neerleggen bij een uitspraak van het Europese Hof, ook al komt hij daarmee in grote politieke problemen.

Braks bestrijdt dat de Nederlandse veestapel door de opzet van de mestfabrieken in stand wordt gehouden. Naar zijn mening is er geen sprake van groei van de veestapel maar eerder van een zekere inkrimping. Een maand geleden zei hij op een bijeenkomst in het Limburgse Venraij echter nog dat van inkrimping van de intensieve veehouderij geen sprake kan zijn bij het zoeken van oplossingen voor de mestproblematiek. Bovendien meent hij dat de know-how van de Nederlandse mestverwerking andere EG-landen als Denemarken en Belgisch Vlaanderen van nut zou kunnen zijn bij het zoeken naar structurele oplossingen voor de mestproblematiek aldaar.

Naar het oordeel van commissaris Brittan zijn forse staatssubsidies alleen geoorloofd als het om projecten gaat die volstrekt nieuw zijn en een innoverend karakter hebben. Volgens hem is daarvan bij de opzet van twintig Nederlandse mestverwerkingsfabrieken beslist geen sprake.