Een aanval wordt gelukkig nog beloond

ST. GERVAIS, 11 juli Een bijna collectief gevoel van opluchting heerste gisteren onder de kopmannen van het Tour-peloton na de eerste Alpen-etappe in Le Bettex, de op 1400 meter hoogte gelegen finishplaats. Er was gelukkig nauwelijks aangevallen, de vorm was goed maar niet super, het zou allemaal morgen moeten gebeuren. Wachten en rekenen, het is een tendens geworden in de wielersport en dus ook in de Tour de France.

Drie cols, twee van de eerste categorie en een van de tweede waren opgenomen in de tiende etappe van slechts 118,5 kilometer. Uitgelezen kansen voor de Tour-favorieten om hun grote achterstand op met name de toevalsleiders van het klassement Steve Bauer en Ronan Pensec terug te brengen. Maar de beklimmingen van de col de la Colombiere, de col des Aravis en de pas naar Le Bettex bij St. Gervais - Mont Blanc konden de helden niet verleiden tot een massale aanval.

Pas op vier kilometer van de eindstreep besloten de groten van het peloton het gele trui-drager Bauer dermate lastig te maken dat hij moest afhaken. Mede door het late tijdstip van aanval wist de Canadees de schade te beperken tot ongeveer twee minuten. De manier waarop Bauer ten onder ging, gaf aan dat de concurrentie had verzuimd de klassementsleider eerder en harder aan te pakken. Het enige in de eerste bergetappe dat uiteindelijk van belang was voor het klassement, was de overname van de gele trui door Ronan Pensec. Maar in feite was dat geen verrassing, omdat de Fransman te boek staat als een betere klimmer dan Bauer.

Waar bleven Delgado, Alcala, LeMond en Rooks? Slechts de eerste liet even zien waartoe hij in de bergen in staat is. Maar dat gebeurde pas op vier kilometer van de aankomst. De Spanjaard nam Pensec, Lejarreta, Delion en Biondi mee, maar slaagde er niet in Mottet en Ampler en Claveyrolat te achterhalen noch LeMond en de zijnen flink van zich af te schudden. Was dat de Delgado van 1990? Kan of durft hij niet eerder zijn vroeger zo geprezen aanvallerskwaliteiten in te zetten? Waar waren zijn prachtige gangmakers de Colombiaan Rondon en de Spanjaarden Rodriguez, Indurain en Alonso, die vorig jaar het tempo opschroefden om hem dan in het zicht van de finish te lanceren? Delgado meende dat hij en zijn ploeg gisteren niet de verantwoordelijkheid voor de koers op zich hoefde te nemen. 'De Z-ploeg die de gele trui voor Pensec wilde en PDM waren meer gebaat bij een aanval', verklaarde de Spanjaard. Het verhaal van Delgado vertoonde overeenkomst met dat van de andere Tour-favorieten. Een kwestie van de verantwoordelijkheid afschuiven.

Ook PDM-ploegleider Gisbers had meer van Delgado verwacht, 'want hij is toch de gevaarlijkste'.

De etappe verliep daardoor zoals Gisbers hoopte. 'Alles moest zo lang mogelijk bij elkaar blijven. We moesten er voor zorgen dat bij iedere ontsnapping een man van ons meeging. Breukink ging op de eerste col mee, Dhaenens op de tweede en Ampler op de derde met Mottet. We hebben de koers goed kunnen controleren.'

Op kop

Vooral Alcala, Breukink en Ampler (na sprinter Ludwig de tweede Oostduitse revelatie) maakten een goede indruk op Gisbers. Alcala werd weer eens overmoedig en moest zelfs worden afgeremd door zijn ploeggenoot Dhaenens. 'Hij kwam me vertellen dat ik niet voortdurend op kop moest rijden, maar gewoon op de tweede rij. Dan kon ik de situatie beter overzien', vertelde de Mexicaan. 'Maar toen Delgado aanviel, kon Alcala toch niet met hem mee', wist Breukink. 'Ik ook niet, omdat ik een beetje ingesloten zat. Maar ik kan tevreden zijn. Het is goed voor mijn zelfvertrouwen. Meestal reed ik in de bergetappes van de Tour in de tweede groep. Als we het met de ploeg zo kunnen volhouden, kan het nog een mooie Tour voor ons worden.' Steven Rooks maakte tot gisteren een goede indruk. De Noordhollander is nooit een aanvaller geweest. Hij is slim en kiest altijd het wiel van de de renners van wie hij denkt dat ze sterk rijden. Gisteren reed hij attent, tot meer liet hij zich niet verleiden. 'Wat moest ik anders? Het leek wel een kermiskoers. Iedereen demarreerde maar. Het was een hele rare wedstrijd. Toen Delgado sprong kon ik niet mee.'

Rooks zegt nog hinder te ondervinden van de ribblessure die hij opliep bij een val in de Ronde van Italie.

De eerste bergetappe was slechts een testcase voor de rit naar l'Alpe d'Huez. De renners gebruikten hun tijd om hun concurrenten te bespieden. Alcala: 'Delgado en Rooks reden erg sterk.'

Breukink: 'Delgado was wel goed, maar niet super. LeMond maakte een matte indruk.'

En LeMond: 'Pensec reed beter dan ik. Ik reed wel goed, maar niet supergoed.'

Delgado: 'Pensec was verrassend goed, maar hij moest er toch af toen ik doorreed.'

Gisbers: 'Alcala was erg goed. Pensec kan mee in korte klimmetjes, dat is bekend. Maar hoe houdt hij zich in een lange bergrit? Toch is hij voor mij de grote favoriet voor de Tour-zege.' Wanneer vandaag de etappe over de Madeleine en de Glandon naar l'Alpe d'Huez het verschil tussen LeMond en Pensec niet is weggewerkt, rest de winnaar van vorig jaar alleen de klimtijdrit van morgen naar Villard-de-Lans en de zwaarste Pyreneeen-etappe naar Luz-Ardiden om het kopmanschap in de Z-ploeg over te nemen. Gisteren maakte LeMond allerminst een sterke indruk. 'Op de eerste col had ik veel pijn', gaf hij toe. 'Pas op de tweede kwam ik in mijn ritme.'

Maar LeMond is geen aanvaller en zal moeten hopen op een slechte dag van Pensec. Zeker is dat Pensec in zijn jacht op de gele trui alle steun kreeg van de klimmers Millar, Boyer, Cornillet en Simon.

De rit werd gewonnen door Thierry Claveyrolat, een Fransman die in de Alpen woont en bekend staat als een goed klimmer. Vorige maand leidde hij tot de slotdag het algemeen klassement in de Dauphine Libere. In de afsluitende tijdrit ontfutselde Robert Millar hem de eindzege. Claveyrolat viel gisteren aan op de col de la Colombiere. Ondanks zijn kleine voorsprong bleef hij tot het einde uit de greep van het peloton. Het was de eerste keer dat een renner uit de Franse RMO-ploeg van Vallet in vijf jaar Tour de France een etappe won. Een aanval wordt gelukkig nog beloond.