DAVID ROCHE HEEFT ZIJN AANDELEN AL VERKOCHT

Hoogst waarschijnlijk zal de val van de Berlijnse muur geen inflatie in de hand werken, zoals iedereen verwacht, maar deflatie. David Roche, strategisch econoom bij het beleggingskantoor Morgan Stanley International, maant de lezers van het Duitse weekblad Wirtschaftswoche dan ook tot grote voorzichtigheid omdat de risico's op de aandelenmarkten volgens hem even hoog zijn als in de tijd voor de beurskrach in oktober 1987. Als de economische groei achterblijft bij de verwachtingen, dan ligt dat volgens hem niet zozeer aan de economische situatie als wel aan het financieringssysteem. Dat zou een extreme deflatie kunnen veroorzaken die dit keer niet meer gekeerd kan worden door nieuw geld in het systeem te pompen. Want de oplossing van een nieuwe crisis is in essentie geen kwestie van nominaal maar van reeel kapitaal.

Roche heeft op deze verwachtingen geanticipeerd door zijn aandelen te verkopen. Het merendeel van zijn kapitaal heeft hij belegd in korte termijn papier, vooral in de Franse franc. Daarnaast heeft hij zijn geld belegd in Europese landen met een hoge rentestand zoals Spanje, Belgie en Engeland. De belangrijkste reden voor de verandering in zijn beleggingsbeleid is zijn overtuiging dat de politieke risico's en de sociale kosten van de Duitse hereniging beperkt zullen blijven. Bovendien gelooft hij dat de renteverschillen in een Verenigd Europa kleiner zullen worden, onder andere omdat de Duitse hereniging het Duitse balansoverschot zal verminderen.

The Economist

Vandaag de dag is het vergaren van kennis over ons klimaat een betere investering dan het nemen van krasse preventieve maatregelen als antwoord op een vaag besef van een mogelijke toekomstige milieuramp. William D. Nordhaus, hoogleraar economie aan de universiteit van Yale, schrijft dit in een essay in het Britse weekblad The Economist, waarin hij pleit voor een verstandig compromis tussen de noodzaak van economische groei en de wenselijkheid van milieubescherming. De auteur stelt vast dat de huidige voorstellen om de uitstoot van CO te beperken, onvoldoende gebaseerd zijn op een kosten/baten analyse. Hij meent dat het wetenschappelijke paard wel heel ver achter de politieke kar is gespannen bij een verschijnsel als het broeikaseffect. Volgens hem heeft temperatuurverhoging bij voorbeeld weinig economische gevolgen. Andere factoren in de klimaatverandering zijn zo onzeker dat voorspellingen over de sociale en economische gevolgen ervan altijd onbetrouwbaar zijn. Daar zullen we volgens Nordhaus mee moeten leren leven.

Bovendien moeten we ons volgens hem beter realiseren dat klimaat weinig invloed heeft op hoog ontwikkelde industriele samenlevingen, omdat het merendeel van de economische activiteit in deze gebieden niet afhankelijk is van het klimaat. Immers, het bruto nationaal produkt in de VS komt slechts voor drie procent uit landbouw en voor tien procent uit sectoren als bij voorbeeld energievoorziening en de bouw, die gematigd klimaatgevoelig zijn. De resterende 87 procent is volgens de auteur immuun voor het klimaat. Hij concludeert dan ook dat het klimaat de komende decennia veel minder invloed zal hebben op de conomische ontwikkeling dan de huidige hereniging in Duitsland.

Dat geldt natuurlijk niet voor ontwikkelingslanden, waar gemiddeld een derde van het bruto nationaal produkt afkomstig is uit landbouw. De auteur is bijzonder gebeten op de plannen om CO-uitstoot vergaand te verminderen. Volgens hem is een beperking met twintig procent nog wel te betalen. Maar daarna lopen de kosten snel op. Een goed uitgevoerde beperkingsoperatie zou de wereldbevolking volgens hem meer dan 300 miljard dollar per jaar kosten.

Japan Economic Journal

Aangespoord door de groeiende zorg om het milieu en mogelijke concurrentie uit het buitenland, schrijft de Japan Economic Journal, is het Japanse bedrijfsleven druk bezig met de ontwikkeling van schone, elektrische voertuigen. Nippon Steel loopt daarbij voorop en presenteerde onlangs een auto die evenveel presteert als een conventioneel voertuig. De nieuwe auto heeft een bereik van 240 kilometer, de langste afstand die van een elektrische auto bekend is, en heeft een topsnelheid van 110 kilometer per uur. Het gaat om een voertuig, dat aangedreven wordt door vier motoren, een per wiel.

Het Nippon-project is volgens het blad bedoeld als antwoord op de elektrische auto van General Motors. Deze zou in 1993 commercieel geproduceerd kunnen worden. Het grootste obstakel blijft voorlopig de prijs, die nu nog drie keer zo hoog is als die voor een conventionele auto.