Amnesty ziet verslechtering in Midden-Oosten

ROTTERDAM, 11 juli Met name in het Midden-Oosten is de situatie van de mensenrechten het afgelopen jaar verslechterd. Het jaarboek 1990 van Amnesty International, dat vandaag uitkomt en de situatie van de mensenrechten in 138 landen beschrijft, spreekt van extreme schendingen van de mensenrechten in de regio. Amnesty noemt een dramatische toeneming van gerechtelijke executies, onder andere door steniging, onthoofding en ophanging, in Iran, Irak, Saoedi-Arabie en Noord-Jemen. In het algemeen werden in 1989 duizenden mensen gedood of gefolterd door regeringen die etnische of nationalistische uitdagingen probeerden te overwinnen en daarvoor hun toevlucht zochten tot schendingen van de mensenrechten. Amnesty noemt in dat verband onder andere China, de Sovjet-Unie, Soedan, Irak en Guatemala. Ook wordt melding gemaakt van het Israelische optreden in de bezette Arabische gebieden, waar regeringstroepen vorig jaar meer dan 260 ongewapende Palestijnen doodschoten onder omstandigheden die excessief gebruik van geweld suggereerden. In bijna 100 landen werden gevangenen gemarteld. In tientallen landen stierven mensen als gevolg van marteling of onmenselijke omstandigheden in de gevangenissen waar ze werden vastgehouden. In zo'n 80 landen werden gewetensgevangenen vastgehouden, mensen die zijn opgepakt wegens hun overtuiging, etnische afkomst, geslacht, kleur of taal en geen geweld hebben gebruikt of gepropageerd. In 62 landen werden zeker 2.826 mensen ter dood veroordeld en in 34 landen ten minste 2.229 mensen ook ter dood gebracht. Daarnaast werden in meer dan 35 landen tegenstanders van de regering vermoord door veiligheidstroepen of eskaders des doods.

Ondanks deze cijfers is er volgens Amnesty ook reden voor optimisme: de omwentelingen in Oost-Europa zorgden voor de vrijlating van duizenden gewetensgevangenen en betere bescherming van een aantal fundamentele mensenrechten.

Toch was de situatie van de mensenrechten in vele gebieden van Europa nog slecht. Zo werden in Joegoslavie in 1989 ten minste 4.500 mensen om politieke redenen gevangen gehouden. Zij kregen vaak geen eerlijk proces, en velen werden in voorarrest zeer slecht behandeld. Ook over Turkije blijft Amnesty zich zorgen maken: honderden mensen, onder wie leden van politieke organisaties, vakbonden, Koerden, journalisten en religieuze activisten werden gevangen gehouden en gemarteld. Verscheidenen van hen overleefden de martelingen niet.

Ook in West-Europa komt zeer slechte behandeling en zelfs marteling in voorarrest en gevangenis voor. Amnesty noemt Frankrijk, Italie, Portugal, Spanje en West-Duitsland. In Latijns Amerika maakt Amnesty melding van een dramatische groei van aanvallen door politieke en leger op mensenrechten-activisten en op advocaten en rechters. De mensenrechtenorganisatie noemt onder andere Colombia, Honduras, Guatemala en Brazilie. Ook gaat de organisatie in op de activiteit van eskaders des doods, met name in Brazilie. In Azie signaleert Amnesty nog steeds wijdverbreide martelpraktijken. De organisatie vestigt de aandacht op de slechte situatie van de Vietnamese asielzoekers in Hongkong. In Afrika waren er tekenen van politieke veranderingen. Honderden politieke gevangenen werden vrijgelaten in het bijzonder Nelson Mandela door Zuid-Afrika , en er werden in sommige landen stappen genomen om het gebruik van de doodstraf te beperken. In Zuid-Afrika en Nigeria, de landen met het hoogste aantal executies van Afrika, was sprake van een belangrijke daling van het aantal openbare executies. Aan de andere kant noemde Amnesty in het bijzonder Soedan en Mauretanie als landen met een 'opmerkelijk nieuw patroon van schendingen van de mensenrechten'.