'Aanslag in Jeruzalem was ook werk PLO'

JERUZALEM, 11 juli Een elite-eenheid binnen de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) was verantwoordelijk voor een bomaanslag op een markt in Jeruzalem, waarbij in mei een dode en negen gewonden vielen, aldus een Israelische zegsman. Israel heeft de desbetreffende gegevens doorgegeven aan de Verenigde Staten. Volgens de zegsman heeft deze zaak waarschijnlijk een rol gespeeld bij de beslissing van de Amerikaanse president Bush om de dialoog tussen de Verenigde Staten en de PLO op te schorten. De dialoog kon in december 1988 beginnen nadat PLO-leider Yasser Arafat terrorisme had afgezworen.

De bomaanslag op 28 mei zou het werk zijn geweest van Eenheid 17, een elitegroep binnen de Palestijnse guerrillabeweging Al-Fatah die vroeger diende als lijfwacht van Arafat. Voor deze aanslag eiste Islamitische Jihad, een fundamentalistische Palestijnse groep die geen binding heeft met de PLO, indertijd de verantwoordelijkheid op. Maar Israelische kranten meldden een dag na de aanslag al dat in veiligheidskringen werd vermoed dat de explosie in feite het werk was van Al-Fatah. Het zou gaan om een wraakoefening voor de moord door een jonge Israelier op zeven Palestijnse arbeiders op 20 mei.

De aanslag op de markt kwam twee dagen voor een mislukte aanval vanuit zee op doelen in Israel door een kleine PLO-factie, het Palestijns Bevrijdingsfront (PLF) van Mohammed (Abul) Abbas. De weigering van Arafat het PLF te bestraffen en de actie te veroordelen leidde tot Bush' besluit de dialoog te bevriezen. (AP)