Universiteiten dreigen minister met rechter in conflict omwachtgeld

ROTTERDAM, 10 juli De universiteiten hebben minister Ritzen (onderwijs) gisteren gedreigd met juridische stappen als hij niet het volle bedrag aan wachtgelden vergoedt waarop voormalig universitair personeel aanspraken heeft. Ritzen wil de universiteiten binden aan een vast budget voor deze uitkering aan ontslagen personeel. Bestuursvoorzitter J. G. F. Veldhuis van de Rijksuniversiteit Utrecht zei dit tijdens het maandelijkse overleg tusen universiteiten en minister in de Hoger Onderwijskamer. Hij wees Ritzen op eerdere toezeggingen inzake de wachtgelden. Met name bij de twee taakverdelingsoperaties in de jaren tachtig is afgesproken dat de universiteiten niet verantwoordelijk zouden zijn voor aanspraken op wachtgeld die voortvloeiden uit die operaties. Wel zouden ze zich inspannen om zoveel mogelijk ontslagen personeel elders aan de slag te krijgen.

Volgens de minister staan zulke toezeggingen niet ter discussie. Wel wil hij dat de universiteiten wachtgelders die een sollicitatieplicht hebben een groot deel van hen heeft dat niet daar ook aan houden. Ze zouden tevens vaker moeten bezien of ze die wachtgelders aan een baan kunnen helpen.

De universiteiten zijn het op zich met de minister eens dat toekomstige uitkeringen voor ontslagen personeel aan een bepaald budget moeten worden gebonden. Ze vinden wel dat de minister zelf wachtgelden moet betalen die het gevolg zijn van bezuinigingen door de overheid.

De budgettering van de wachtgelden moet een van de onderdelen worden van de meerjarenafspraken die de universiteiten, in navolging van de hogescholen, met Ritzen willen maken. Belangrijke punten daarin worden verder een regeling van de studie- en cursusduur op de universiteiten, de zelfstandigheid van de universiteiten en het geld voor onderwijs en onderzoek.

Volgens de voorzitter van de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten, P. van der Schans, moet het convenant voor de minister bindend zijn. Hij zou er in de huidige kabinetsperiode niet van mogen afwijken.