Omvangrijk onderzoek naar aangeboren afwijkingen bijbaby's

ROTTERDAM, 10 juli De Rotterdamse GG en GD en de Erasmus Universiteit beginnen in september een groot onderzoek naar aangeboren afwijkingen bij baby's. Het onderzoek, dat wordt betaald door WVC en aanvankelijk drie ton per jaar kost, heeft tot doel de oorzaken van de afwijkingen vast te stellen. Behalve erfelijkheidsfactoren en medicijngebruik zal daarbij voor het eerst uitgebreid naar de invloed van milieuverontreiniging worden gekeken.

Van alle baby's geboren in het Rijnmondgebied, Zeeland en westelijk Noord-Brabant bij wie binnen een jaar na de geboorte een aangeboren afwijking wordt geconstateerd, worden gegevens verzameld. De GG en GD is voor de registratie afhankelijk van de huisartsen, consultatiebureaus, verloskundigen, kinderartsen en ziekenhuizen. De GG en GD vraagt eerst aan de ouders of de artsen de medische gegevens van hun kind mogen doorgeven.

De ouders krijgen verder vragen voorgelegd over ziekten die in de familie voorkomen, over het medicijngebruik tijdens de zwangerschap, hun arbeidsomstandigheden, over chemische stoffen waarmee zij in aanraking komen en waar en hoe zij wonen en leven. Een derde van de vragen heeft betrekking op de invloed van milieuverontreiniging. Het is de bedoeling bloedmonsters die voor routine-onderzoek bij zwangere vrouwen worden afgenomen te bewaren om eventueel later naar schadelijke stoffen te kunnen zoeken.

In het onderzochte gebied worden jaarlijks ongeveer duizend baby's met aangeboren afwijkingen geboren. Dat is drie procent van het totaal, wat niet afwijkt van het landelijk gemiddelde. Veelvoorkomende afwijkingen zijn gespleten lip, open gehemelte, open ruggetje, waterhoofd, klompvoetjes, zes teentjes, hartafwijkingen en het Downsyndroom (mongolisme). Meestal heeft men geen idee van de oorzaak.

Het onderzoek heeft plaats in Europees verband, onder de vlag van Eurocat. Die organisatie verzamelt inmiddels in twintig Europese gebieden medische en maatschappelijke gegevens over aangeboren afwijkingen. In Nederland gebeurt dat al sinds 1981 in Groningen, Friesland en Drenthe. De Rotterdamse registratie onderscheidt zich omdat daar veel meer nadruk op de milieu-omstandigheden wordt gelegd. In het door Eurocat bestreken gebied worden jaarlijks ongeveer 250.000 baby's geboren. Het belang van een medische registratie van aangeboren afwijkingen ontstond omstreeks 1960 door de Softenon-affaire, waarbij pas na jaren het verband werd gelegd tussen het slaapmiddel Softenon tijdens de zwangerschap en de geboorte van misvormde kinderen. Met de gegevens van de Eurocat-registratie kunnen nieuwe problemen sneller worden gesignaleerd.

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van vorige week wezen psychologen en een arts van de Vrije Universiteit in Amsterdam er op dat genetische schade door milieuverontreiniging misschien de oorzaak is van de sterke groei van het speciaal onderwijs in Nederland. Tot nu toe werd die groei vooral aan sociaal-maatschappelijke factoren toegeschreven. Sterkste argument van prof. dr. J. F. Orlebeke en zijn collega's was dat het aantal jongens in het speciaal onderwijs sterker groeit dan het aantal meisjes en dat dat zowel bij de lichamelijk als de geestelijk gehandicapten het geval is. Jongens zijn vatbaarder voor genetische schade dan meisjes.

Het onderzoek waar Orlebeke om vraagt wordt volgens de woordvoerder van de Rotterdamse GG en GD mogelijk met de gegevens die in Rotterdam worden verzameld. De gegevens over de schoolcarriere van kinderen moet uiteindelijk gekoppeld kunnen worden aan de registratie die de GG en GD nu begint.