Noodkreten in de DDR komen vooral van de zwaar gesubsidieerdebedrijven; Markteconomie is even wennen

BERLIJN, 10 juli De communistische partij bestaat niet meer, maar Lothar Abraham is nog steeds de baas over de koks en serveersters aan de Oostberlijnse Gendarmenplatz. Zijn vroegere gezag als partijlid, toen hij elke ochtend de afdelingschefs van het 'Volkseigener Betrieb' in staande audientie toebulderde, heeft hij verruild voor het gezag van de kapitalist. Abraham pacht nu het voormalige staatsbedrijf, de cafes en restaurants rondom een van Berlijns mooiste pleinen. Zijn eerste daad was de twintig personeelsleden die bij de vreedzame revolutie in november tegen hem, hun partijboeman, de grootste mond hadden gehad, te ontslaan. Niet uit politieke overwegingen, dat spreekt, maar om het bedrijf van overtollig personeel te ontdoen in het kader van de aanpasing aan de markteconomie. Zo'n 160 serveersters, koks en administrateurs demonstreren op het plein en eisen Abrahams ontslag. 'Van oud-stalinist tot neo-kapitalist' luidt een van hun spandoeken en ze gaan niet weg, zeggen ze, voordat Abraham het veld heeft geruimd. Deze heeft ze echter juist allemaal ontslagen, in overeenstemming met de brief waarin hij de deelnemers aan de solidariteitsstaking had opgeroepen voor 8 juli het werk te hervatten. Staken zou na die datum als 'zelfontslag' worden opgevat. De koks en serveersters zijn er sprakeloos van.

De markteconomie, dat is voor de meeste burgers van de 'Nog-DDR' nog even wennen. Het aantal werklozen, een nieuw verschijnsel in een land waar werken tot nu toe verplicht was, is voorshands bescheiden: zo'n 250.000. DDR-burgers die je op straat spreekt hopen eensgezind 'dat het met de ontslagen wel mee zal vallen', maar alles wijst op het tegendeel. Er zijn in de DDR de afgelopen maanden nog maar weinig arbeidsplaatsen bijgekomen, en de grote saneringsgolf, die volgens bescheiden schattingen tot ten minste een miljoen werklozen zal leiden, is nog niet begonnen. De meeste bedrijven wachten kennelijk op de eerste resultaten na de invoering van de D-mark, die zullen aantonen dat het zo niet langer gaat.

De noodkreten van dit moment betreffen meestal tot nu toe zwaar gesubsidieerde ondernemingen. Zoals het voormalige staatscircus Busch, dat met het wegvallen van de subsidie in acute betalingsmoeilijkheden verkeert. Vier leeuwen die men wilde afmaken, konden op het laatste moment aan een Westduits dierenpark worden verkocht. Het paard Pacha siert nu een Westduitse stal. Een showgroep bokken en geiten zal de rest van haar leven in een kinderboerderij moeten slijten. 'De toekomst is onzeker'.

'Het gaat allemaal zo vlug'. Dat zijn dezer dagen de sleutelwoorden in Oostduitse conversatie. Neem de Oostberlijnse taxichauffeurs: in de week voor de invoering van de D-mark staakten ze voor het optrekken van het tarief van hun oude Volga's en kleine Wartburgs tot dat van de Westberlijnse Mercedessen. Het stadsbestuur willigde die eis in, maar lijkt minder meegaand nu de taxichauffeurs staken voor verlaging van hun tarieven, omdat niemand een Oostduitse taxi blijkt te nemen.

Ook de Oostberlijnse winkels lijden onder een klantenstaking. Nadat de Oostberlijners een week lang in hun eigen winkels aanbod en prijzen hadden vergeleken, togen zij zaterdag massaal naar West-Berlijn om hun D-marken uit te geven, en zorgden voor enorme verkeersopstoppingen en lege schappen in Westberlijnse supermarkten. In Oost-Berlijn hebben alleen de banken het druk. Nu gisteren voor het eerst volledig vrij over de nieuwe D-mark-rekeningen mocht worden beschikt, stonden er voor alle kantoren rijen van honderden mensen, alsof er onder het socialisme ananassen werden verkocht.

Al die D-marken komen nu nog van spaartegoeden, de eerste salarissen in D-marken zullen pas eind deze maand worden uitgekeerd. Dan zal ook blijken welke bedrijven daarvoor het benodigde geld hebben en zal de ontslaggolf een aanvang nemen wel een domper voor de vele DDR-burgers die zich opmaken, juist in deze weken voor het eerst in West-Europa met vakantie te gaan.

Maar een weg terug is er niet meer: de zeventien miljard oude Ostmark, die de DDR-burgers voor 6 juli hebben ingeleverd die mogelijkheid is nu vervallen worden deels verbrand, deels op een geheime plaats begraven. Ook wie zijn werk houdt, zal zich met belangrijk minder D-marken dan de West-Duitsers tevreden moeten stellen. Een juist afgesloten CAO voor de bouw voorziet voor grote categorieen personeel in een salaris van 55 procent van dat in de Bondsrepubliek. De metaalarbeiders van de DDR, die gisteren opnieuw demonstreerden, willen zich niet zo makkelijk laten afschepen. Zij eisen een forse duurtetoeslag van 400 D-mark per maand die zo hebben de werkgevers laten weten bij het huidig niveau van arbeidsproduktiviteit en rendement alleen maar tot meer ontslagen zal leiden.

DDR-regering en parlement leggen, bij alle lippendienst aan de zelfregulerende werking van de markteconomie, af en toe een duidelijke neiging tot protectie aan de dag. Eerst wilde de minister van economisch zaken tegen de adviezen van Bonn in de DDR-producenten helpen door een heffing van elf procent invoerrechten op Westduitse produkten. Nadat de Volkskammer dat per motie had verhinderd, en de minister er door anderen van overtuigd was dat je zo'n motie niet naast je moet neerleggen, werd het idee van een belastingteruggaaf voor DDR-producenten geboren. Het ministerie van financien verzet zich hier fel tegen.

Maar de DDR-regering is inmiddels tot de overtuiging geraakt dat de te hoge prijzen in de levensmiddelenwinkels van de DDR, oorzaak van veel frustratie en geklaag onder de bevolking, het gevolg zijn van het voortbestaan van de twee oude ketens van levensmiddelenwinkels en restaurants, HO en Konsum. De prijzen zijn te hoog, omdat deze ketens, inmiddels tot naamloze vennootschappen omgevormd, hun administratief 'waterhoofd' van de ondergang proberen te redden, aldus premier Lothar de Maiziere. De ketens moeten nu worden 'ontvlochten' tot kleinere bedrijven. Westerse bedrijven die tot overneming bereid zouden zijn, zouden in deze opzet verplicht worden ten minste voor een derde de schappen met DDR-produkten te vullen. Het valt te vrezen dat voor deze opzet nauwelijks belangstellenden zijn te vinden. Ook veel van de stakende koks en serveersters van de Gendarmenplatz lijken aan een droevig lot nauwelijks te kunnen ontkomen: zij hebben een stapel pamfletten met een oproep tot solidariteit aan de klanten gereed, maar ook de Oostberlijnse horeca wacht sinds de invoering van de D-mark tevergeefs op klanten. Hun argumenten tegen ontslag klinken inmidels naar de oude tijd: 'Onder ons zijn alleenstaande moeders en oud-gedienden, die kunnen toch niet zomaar op straat worden gezet?' Hun staking is sociaal, beklemtonen ze. 'We kunnen niet worden ontslagen, want we staken niet voor meer loon.'