Muur moet weg

FIFA-boss Havelange en zijn mensen hebben de WK-scheidsrechters per cijfer beoordeeld en dat is gunstig uitgepakt voor mannen in het zwart. Gemiddeld kregen ze een 8+ voor hun werk. Het is verwonderlijk hoeveel er in een maand tijd kan veranderen, want hun bovenmeester had hen begin juni vanonder borstelige wenkbrauwen dreigend aangekeken en gezegd dat hij sublieme optredens verlangde en een regen van rode kaarten. In het laatste kreeg hij zijn zin, in het eerste niet. Zestien maal kwam rood nadrukkelijk in beeld hetgeen dubbel zoveel is als vier jaar geleden in Mexico. Voeg daarbij het feit dat er 178 keer geel werd verstrekt (wat 40 meer is dan bij het vorige WK) en oppervlakkig is de indruk gevestigd dat de heren wedstrijdleiders de zaken grandioos in hun greep hadden. Helaas: in vele gevallen was niets minder waar.

Zelden is een arbitrage dermate ontoereikend geweest als ditmaal. Weliswaar zijn er altijd uitspattingen in toernooien van zulk een importantie en in 1962 liep de match Chili-Italie volledig uit de hand. Twee Italianen werden weggestuurd en de prominente Britse fluitist Ken Aston liep radeloos rond. In 1966 gingen de Argentijnen door het lint. In een 0-0 match tegen de Westduitsers werd hun speler Albrecht weggestuurd, maar weigerde minutenlang om de gang naar de kleedkamers te maken. In de kwart eindstrijd tegen Engeland werd aanvoerder Rattin wegens onophoudelijk mekkeren heengezonden. De Argentijnen hadden toen al vijf waarschuwingen te pakken gele kaarten bestonden nog niet. Uiteindelijk verdween Rattin en scheidsrechter Kreitlein, een Duitser, moest onder politiebescherming via een achteruitgang het stadion verlaten. De algemene klacht uit 1966 luidde dat de arbiters te vriendelijk waren.

Ditmaal was dat incidenteel eveneens het geval, maar over het algemeen kon niet zozeer van zachte heelmeesters worden gesproken dan wel van stinkende wonden die veroorzaakt werden door regelrechte foutieve beoordelingen. Het raffinement van de spelers overtreft de mate waarin de wedstrijdleiders hen doorzien. Zo is er nauwelijks geel gevallen voor het spelbederf dat wordt veroorzaakt door voetballers die vrijwillig tegen het gras gingen en dan soms ook nog eens vier keer doorrolden om hun tegenstander zo mogelijk een gele kaart aan te smeren. De voorlopige conclusie is dat de arbitrage de criminaliteit niet heeft kunnen bijsloffen: de justitie stond te vaak machteloos. Daarbij was een extra probleem dat er eigenlijk zonder grensrechters werd gevoetbald. De heren die langs de lijnen liepen waren vermomde scheidsrechters, in afwachting van hun volgende duel als arbiter, of genietend van een toegiftje nadat hun rol als fluitist ten einde was. Het is onverantwoord, de allermoeilijkst te constateren regels in de hele voetballerij in handen te geven van mensen die daarin niet zijn gespecialiseerd. Intussen las ik een oud verhaal van Nico Scheepmaker ('Het schandaal van het muurtje'), waarin hij allerlei tips verstrekt aan scheidsrechters ten einde ervoor te kunnen zorgen dat het beruchte 'muurtje' op 9,15 meter komt te staan op het moment waarop de vrije schoppen worden genomen.

In de praktijk kwam en komt daar bitter weinig van terecht. Ook in Italie mocht een arbiter al blij zijn als die menselijke muur een meter of zeven van de vrije-schopnemer verwijderd stond. Scheepmaker herinnert aan Frans Derks, de scheidsrechter, die ooit wel negen passen deed om de afstand aan te geven, maar na zes grote verviel in drie kleine, zodat hij op zes meter uitkwam in plaats van op 9,15 meter. Scheepmaker wilde de arbiters thuis in hun tuin net zolang laten oefenenen tot de correcte afstand feilloos werd afgepast. Ook bepleitte hij dat die mannen een lint zouden meenemen ter exacte lengte van 9,15 meter. In mijn parmantigheid denk ik het nog beter te weten: schaf die hele muur af. Verbiedt het optrekken van die menselijke wal, die immers altijd voor narigheid en groot oponthoud zorgt. Het is een ingrijpend voorstel, want in principe heeft iedere voetballer het recht zich op het veld daar te bevinden waar hij meent dat hij moet zijn. Maar het voorkomt veel ellende en het duel tussen schutter en doelman kan zich ongestoord voltrekken.