LeMond voorziet met Pensec geen moeilijkheden

GENEVE, 10 juli Vandaag viert Ronan Pensec zijn 27ste verjaardag. Het zou een reden kunnen zijn om de Franse wielrenner te portretteren. Een belangrijker argument voor een biografie is zijn tweede plaats in het algemeen klassement. Temeer omdat Pensec door zijn kwaliteiten als klimmer als een gevaarlijke outsider wordt beschouwd voor de eindoverwinning en mogelijk de grootste concurrent is van Greg LeMond, nota bene zijn ploeggenoot, in diens inhaalrace.

Ronan Pensec is niet zomaar een renner, hij is een renner op wie de aandacht van vooral de Fransen zich richt omdat hij door een uit de hand gelopen ontsnapping een grote voorsprong in het algemeen klassement heeft op de grote Tour-favorieten. Hij was in 1986 al eens zesde in het eindklassement en in 1988 zevende en zou misschien tot een groot Tour-renner zijn uitgegroeid wanneer hij zich niet had verleiden tot de domste daad die een wielrenner in het zicht van de Tour-start kan verrichten. In juni 1987 beklom Pensec het dak van zijn huis in Ergue-Gaberie aan de Bretonse kust om enige reparatiewerkzaamheden te verrichten. Hij gleed uit, landde weliswaar op zijn voeten, maar kwam zo hard neer dat hij een gecompliceerde breuk aan zijn hiel opliep.

Pensec stond in 1987 op het punt een gooi te doen naar een topnotering in de de Tour de France. Hij was in maart van dat jaar als zevende geeindigd in Parijs-Nice, in april als elfde in Luik-Bastenaken-Luik en in mei vlak voor zijn ongeluk als derde in de Dauphine Libere. Maar in plaats van een hemelbestorming, zat de Fransman thuis met zijn voet in het gips lijdzaam toe te kijken hoe Stephen Roche de Tour won. Drie maanden moest hij wachten alvorens hij weer met een lichte fietstraining kon beginnen.

Veerkracht

In die periode toonde Pensec zijn enorme veerkracht. Ondanks de voortdurende pijn in zijn hiel, trainde hij vanaf het eerste moment dat hij weer kon fietsen tot aan de eerste wedstrijd in 1988 liefst tienduizend kilometer. Met het onwaarschijnlijke daggemiddelde van meer dan honderd kilometer, legde Pensec de basis voor zijn rentree in de frontlinie van het peloton. Hij werd tweede in Parijs-Nice, zesde in de Ronde van Spanje en zevende in de Tour de France. Vorig jaar verloor Pensec door een zware val in de zesde etappe van de Ronde van Frankrijk ruim tien minuten. Hij werd in het eindklassement mede door een slepende blessure slechts 58e.

De loopbaan van Pensec vertoont enige gelijkenis met LeMond wat betreft tegenslag. Anderhalve maand voordat de Fransman meende het dak van zijn huis te moeten beklimmen, werd de Amerikaan tijdens een jachtpartij door een zwager voor een konijn aangezien, met alle gevolgen vandien. Pensec en LeMond vochten om op het hoogste niveau terug te keren, beiden LeMond mogelijk meer dan Pensec gaven blijk over een enorm incasseringsvermogen te beschikken.

Pensec heeft niet de klasse van LeMond en zeker niet diens uitstraling. Ploegleider Legeay antwoordde zaterdag na de tijdrit op de vraag wie van de twee in de komende Tour-etappes de leider werd: 'Wie kopman wil zijn, moet vooral een sterke persoonlijkheid uitstralen.' Een herhaling dreigt van de Tour van 1986, toen LeMond in zijn ploeg het kopmanschap moest delen met Hinault. Pas na tussenkomst van sponsor Tapie ging Hinault akkoord met de beschermde rol van de Amerikaan. Pensec is als Hinault een Breton. LeMond echter: 'Ronan is geen Hinault. Ik bewonder hem. Hij is een openhartig type.'

Plannen

Legeay: 'Ronan, Greg en ik hebben over de rolverdeling gepraat. Pensec stemt zijn koers af op Bauer en Chiappucci, LeMond op Delgado en de anderen. Mocht de koers daartoe aanleiding geven, dan proberen we een oplossing te vinden. Als onze ploeg de Tour maar wint.' Pensec meent dat het nog te vroeg is om over het kopmanschap te praten. 'Maar voordat ik naar de Tour kwam, wist ik dat mij iets dergelijks zou overkomen. Ik denk er nu niet aan dat ik in de gele trui kom. Het zal van de koers afhangen. Je kunt geen plannen maken.' Tijdens de Dauphine Libere praatte de baas van Z, Roger Zannier, urenlang op Pensec in. Nog niet overtuigd van de kansen op een Tour-succes van zijn miljoenen-investering LeMond, probeerde Zannier, een fabrikant van kinderkleding, Pensec ervan te doordringen dat hij op de drempel van zijn loopbaan stond. 'Hij zal zich moeten laten zien', beseft Zannier. 'En ik weet dat hij sinds dat gesprek is veranderd.'

Pensec zal kunnen rekenen op de steun van de Franse media, die door de aftocht van Fignon en het wederom falen van Jean-Francois Bernard een nieuw idool zoeken.

Pensec beschouwt zichzelf niet als een natuurtalent. ', Wat ik heb bereikt als wielrenner komt door hard werken, harder werken dan dan de andere renners', zei hij in 1988. Robert Millar, zijn ploeggenoot en gewetensvolle Schot met wie hij bij zijn profdebuut in 1985 in contact kwam, is altijd zijn grote voorbeeld geweest. 'Ik ben geen prater, ik luister veel. Millar is ook geen prater, maar als hij wat zegt, zegt hij iets zinnigs. Het enige waar ik hem niet in gevolgd ben is vegetarisch eten. Dat vind ik onzin.' Pensec wekte in zijn eerste profjaren de indruk dat hij 'een feestganger' was. Hij tooide zich met punk-kapsel, riep voortdurend dat hardrock zijn enige passie was en maakte een plaatje met een op punk geente song. 'Ik was geen man van destroy and no future, maar punk heeft mij wel beinvloed. Ik werd onverschillig, ik wilde geen allemansvriendje zijn, fietsen was alleen een manier om afstand van het burgerleven te kunnen nemen. Ik dacht er niet aan dat het profpeloton een jungle is. Ik was het type van je m'en fous.' Pensec is evenwichter geworden. Zijn sprieterige zwarte haar heeft weer een 'normale' coupe. 'Ik pas me nu aan. Als ik fiets moet ik in een racetenue rijden, als ik naar een receptie ga, trek ik een pak aan, desnoods met stropdas' Provocaties laat hij tegenwoordig achterwege. Hij luistert naar de kabbelende gitaarmuziek van Dire Straits. Wielrennen is niet alleen meer zijn passie, Ronan Pensec heeft er zijn beroep van gemaakt.