Kleurrijk overleven op Papendal

Hun witte jassen hebben ze verwisseld voor bruin-groene camouflagepakken, en het redden van mensenlevens zal enkele uren plaats maken voor doelbewuste pogingen anderen genadeloos te treffen: veertig artsen in opleiding hebben hun ziekenhuiswerk een dag neergelegd om voor 80 gulden per co-assistent in tijgersluipgang, looppas of anderszins een boscomplex te doorkruisen en grote dubbelloops pistolen op elkaar leeg te schieten.

Slagveld is het Nationale Sportcentrum Papendal. Marshall Laurens Steerneman, net klaar op de sportacademie en in dienst van Sportief Holland om hier het bevel te voeren, geeft de aspirant-combattanten een korte cursus. In plaats van kruit wordt vandaag samengeperste kooldioxyde gebruikt, waarmee geen lood maar gele verf naar de vijand kan worden gezonden: een dunwandig plastic bolletje ter grootte van een knikker, en bomvol verf, verlaat het wapen zodra de trekker is overgehaald om een meter of 25 verder neer te vallen, of onderweg tegen een vijand of boom uiteen te spatten. Een magazijn in de vorm van een plastic reageerbuis bevat daarna nog negen dito projectielen, terwijl een bijgeleverde heupgordel plaats biedt aan extra magazijnen en CO-patronen.

De maarschalk illustreert een en ander door een nabij staande berk met een welgemikt schot van een gele verfvlek te voorzien voor sommigen van zijn merendeels vrouwelijke toehoorders reden om een gilletje te slaken, of 'nee zeg!' of 'wat eng!' te roepen. Echt eng is survival game alleen wanneer een verfknikker een oogbal zou raken, vandaar dat plastic brillen worden uitgereikt. Een regel bepaalt verder dat treffers op gelaat of schedel niet tellen, 'want dan heb je al ellende genoeg', is de ervaring van Steerneman. Schieten van minder dan vijf meter mag evenmin.

Passies

Het doel van de kleurkogel is niet alleen de tegenstander. Na 45 jaar vrede wordt menige Nederlander gehinderd door een stuwmeer van minder pacifistische passies, een spel als survival game, elders paint ball war genoemd, biedt kansen aan de commando die in iedere accountant schuilgaat. Mondhygienistes, violisten, notarissen geef ze een uniform en een wapen, laat ze los in een bosperceel, en zie: ze snuiven de dennelucht, drukken zich tegen de grond, en tijgeren richting vijand als was het oorlog.

De behoefte om dit soort handelingen te verrichten, blijkt enorm. Na een aanvankelijke weigering gaf Sportief Holland slechts toestemming over survival game te schrijven op de uitdrukkelijke voorwaarde dat zou worden gemeld dat er op afzienbare termijn geen plaats is voor nog meer liefhebbers waarvan acte. Troost is wellicht dat er op meer plaatsen in Nederland (en ver daarbuiten) met verf kan worden geschoten, ook in verenigingsverband. Pech is weer dat de Europese kampioenschappen net geweest zijn.

Intussen hebben de co-assistenten allen een paar proefschoten gelost, en heeft marshall Geert Verhagen de garantie gegeven dat het milieu dit uitstekend verdraagt: de munitie wordt binnen een paar dagen door de natuur afgebroken. Prettig is ook dat de verf snel uitwasbaar is: een paar teiltjes sop staan al klaar voor de gewonden.

Voor het gevecht zijn veel scenario's denkbaar. Managers van een bekende candybar-fabriek voerden hier onlangs aanvallen uit op een depot amandelrepen naar de smaak van de directie kennelijk een passende manier om in deze tijden van detente de introductie van een nieuw produkt te vieren.

Bij gebrek aan eigen plannen valt te denken aan levend stratego of, zoals nu, vlaggeroof. Wie geraakt is, is af.

Vijf minuten na de start van de eerste ronde vallen de eerste schoten. Enkele dames achter een aarden wal maken de fout allen dezelfde kant op te kijken en worden van achteren geattaqueerd. Een gaat er rennend vandoor en wordt van alle kanten onder verf genomen. Een van nabij afgevuurde en door een verse CO-patroon voortgestuwde kogel treft haar frontaal op het voorhoofd. Een ongevraagde blondering en, wat later, een bult als een duiveei zijn het gevolg. 'Typisch het eerste spelletje', verklaart Verhagen de betrekkelijke rust rondom de vlag van blauw terwijl het front nog vele tientallen meters verwijderd is. 'Er wordt te veel verdedigd.'

Na overleg per walkie-talkie sturen de marshalls een deel van de blauwe respectievelijk witte verdediging in de aanval, ettelijke schermutselingen volgen, maar zonder dat een vlag veroverd wordt voor het einde van de 25 minuten speeltijd.

Cellen

Een tam begin, maar de tweede ronde zal anders worden. Ik hul mij in het uniform, omgord me met de originele Survival Game Airgun Products USA-munitiegordel, wapen mij met een geladen Splatmaster Marking Pistol (serienummer J10455) en voeg me bij de gelederen van blauw. Meer aanvallen, daar is iedereen het over eens. Vier zullen verdedigen, terwijl vijftien m/v oprukken. Er wordt nog overlegd of dat laatste het best over twee lijnen of in kleine cellen kan gebeuren, als marshall Verhagen laat weten: 'Er kan geschoten worden. De tegenpartij komt er al aan'.

'Hou ze tegen', brult een geneeskundige. Ik sluit me aan bij een patrouille van drie dames en drie heren die over rechts door de witte linies zullen breken. Een geisoleerde tegenstander gaat er bij onze nadering vandoor als een hert in het jachtseizoen terwijl alleen onder schoenzolen soms wat munitie explodeert: missers van vorige wedstrijden.

Maar dan een hinderlaag. Twee dames duiken achter een natuurlijke redoute, de vier anderen maken snelheid om alsnog door te stoten, en ik stort me op het maaiveld om me in robbegang nagenoeg ongemerkt en omtrekkend richting witte hinderlagers te bewegen, tot een matige stelling achter een halfwas naaldboom. Als ik mijn blikken weer op de tegenstander richt, rennen er juist twee laf het struikgewas in. Een paar snelle salvo's met mijn splatmaster missen doel, maar verraden wel mijn positie. Op acht uur en vijftien passen verder neemt een co-assistent mij vanuit het struweel op de korrel en op zeven uur is een andere zo vermetel overeind te komen om beter te kunnen richten. Juist wil ik straffen, als ineens vette gele verf over mijn hand druipt. Einde oefening, het wordt een kort stuk. In de verte getuigen doffe dreunen van zware operaties, terwijl ik in zeepsop mijn wonde was.