Kenia: brandende lucifer in kruitvat van tegenstellingen

NAIROBI, 10 juli Het debat over het politieke bestel in Kenia is uitgelopen op een uitdaging van de machtspositie van president Daniel arap Moi. Door tribale sentimenten onder de bevolking en de intolerantie van de autoriteiten is de discussie ontaard in een gewelddadige chaos, waarbij auto's in vlammen opgaan en winkels worden leeggeplunderd. De eens zo geroemde politieke stabiliteit van Kenia loopt ernstig gevaar. De hevige rellen in Kenia komen niet onverwachts. Doorgaans interesseren de Kenianen zich niet voor de politiek, waarvan zij menen dat die alleen de 'hoge jongens' aangaat. Maar de laatste paar weken had plotseling iedereen een mening over de politieke gebeurtenissen. Vooral in de hoofdstad Nairobi wisten veel inwoners met zekerheid te vertellen dat er een confrontatie met de autoriteiten stond aan te komen. Het leek alsof het nog slechts ontbrak aan een brandende lucifer om de lont aan te steken.

Hoewel de demonstranten de introductie van het meerpartijen-systeem eisen, liggen de oorzaken van de huidige politieke crisis dieper. Stammentegenstellingen en de harde wijze waarop de regering van Daniel arap Moi de oppositie de mond snoert, wakkerde de onvrede aan.

Onder druk van de ontwikkelingen in Oost-Europa kondigde Moi drie maanden geleden een debat aan over het politieke systeem in Kenia. Hij wilde het eenpartijstelsel handhaven. In Kenia's politieke cultuur is het een ongeschreven wet dat niemand de president tegenspreekt. Toen de twee ex-ministers Kenneth Matiba en Charles Rubia zich openlijk uitspraken voor het meerpartijenstelsel leidde dit onmiddellijk tot paniek onder de gevestigde politici. Zij riepen de president op de twee te arresteren en scholden hen uit voor saboteurs.

Het officiele geduld met Matiba en Rubia raakte snel op. De twee politici werden ondervraagd en gevolgd door de geheime dienst, ze mochten geen contact onderhouden met hun advocaten en hun persconferenties werden tot illegale bijeenkomsten verklaard. Sympathie onder de bevolking groeide voor Matiba toen een bende op een nacht zijn huis binnenviel, niets wegroofde maar wel zijn vrouw ernstig verwondde. Enkele dagen later molesteerden onbekenden de echtgenote van een andere dissident, de schrijver Ngugi wa Thiong'o.

De dag- en weekbladen publiceerden de afgelopen maanden tientallen brieven waarin werd gepleit voor meer democratie in Kenia. De brievenschrijvers stelden niet zozeer het een- of meerpartijenstelsel ter discussie maar de groeiende intolerantie van de enig toegestane partij, de Keniase Afrikaanse Nationale Unie (KANU). De regeringspartij royeerde in de afgelopen jaren in toenemende mate kritische politici, wat in Kenia betekent dat zij de politieke wildernis worden ingestuurd. KANU reageerde vorige maand op de kritiek door een commissie op te zetten om enkele omstreden maatregelen van de partij opnieuw te bestuderen, maar een algehele democratisering bleef uit.

Moi zegt zich tegen de introductie van het meerpartijensysteem te keren om de fragiele eenheid van de natie niet in gevaar te brengen. De legalisering van meer politieke partijen zou de stammentegenstellingen aanwakkeren. De ontwikkelingen in de afgelopen weken tonen hoe sterk de aanhankelijkheid aan de eigen stam nog is in Kenia. De meeste Kenianen voelen zich in de eerste plaats verbonden met hun eigen stam en pas daarna met hun land.

Aanvankelijk verklaarden leden van verscheidene stammen zich voorstander van het meerpartijensysteem. Maar naarmate de discussie voortduurde, polariseerden de standpunten zich tussen de Kikuyu en andere stammen. De Kikuyu is de grootste bevolkingsgroep (20 procent). Onder de vorige president Jomo Kenyatta, een Kikuyu, voerde de stam in zowel economische als politieke zaken de boventoon in Kenia. Na de machtsoverdracht in 1978 aan Moi, die behoort tot de zeer kleine Tugen sub-stam van de Kalenjin bevolkingsgroep, erodeerde de alles overheersende machtspositie van de Kikuyu. Moi bouwde zijn machtspositie op een coalitie van minderheidsstammen en zette op alle centrale posten in het veiligheidsapparaat en de ambtenarij leden van zijn eigen Kalenjin.

Vooral de tweede bevolkingsgroep van het land, de Luo (14 procent) profiteert van Moi's regime. Onder Kenyatta werd het Luo-gebied achtergesteld bij ontwikkelingsprojecten en de Luo's gingen daarna steeds meer oppositie voeren tegen de Kikuyu's.

Het wantrouwen onder de andere stammen, dat de Kikuyu's het meerpartijensysteem willen misbruiken om hun verloren machtspositie te herwinnen, groeit. Wanneer alle Kikuyu's op een en dezelfde partij zouden stemmen, en deze partij een coalitie zou aangaan met een andere kleine tribale partij, dan zouden de Kikuyu's weer de overheersende groep worden in de regering. Leden van de minderheidsstammen beginnen daarom steeds meer hun twijfels uit te spreken over het meerpartijenstelsel.

De twee ex-ministers die de campagne aanvoerden voor het meerpartijenstelsel, Kenneth Matiba en Charles Rubia, behoren beiden tot de Kikuyu. Hetzelfde geldt voor de meeste advocaten en kerkleiders die zich in de afgelopen weken achter Matiba en Rubia schaarden. Illegale cassettes met redes van Kenyatta en andere politieke commentaren in de Kikuyu-taal gaan als warme broodjes van de hand in Nairobi. De steden waarnaar de rellen zich gisteren uitbreidden liggen alle in Kikuyu-gebied. Slechts twee prominente Luo's, de voormalige vice-president Oginga Odinga en bisschop Okulo, spraken zich uit voor de legalisering van meer partijen.

In het licht van deze tribale spanningen krijgt de moord in februari op de minister van buitenlandse zaken, Robert Ouko, extra betekenis. Het erstig verminkte lichaam van Ouko werd vlak bij zijn boerderij in West-Kenia aangetroffen. Ouko was een Luo. Op zijn dood volgden ernstige rellen in Kisumu, de grootste stad in Luo-land. Moi sprak destijds verontwaardigd tegen dat zijn regering achter de moord zat en hij riep een team van Scotland Yard in voor het onderzoek. Het Britse dagblad The Guardian citeerde vorige week diplomaten in Londen die het rapport van Scotland Yard hebben gelezen. De Britse detectives zouden concluderen dat Ouko op bevel van hoge ambtenaren binnen de Keniase veiligheidsdienst werd vermoord. In Kenia is nog niets bekendgemaakt over het rapport. Wanneer de berichten in The Guardian worden bevestigd, betekent dit politiek dynamiet voor Moi. De Luo's zouden kunnen concluderen dat zijn regering opdracht gaf tot de moord, waarna zij mogelijk hun woede tegen de president gaan richten. Hoewel de Luo's, gezien hun ervaringen tijdens het tijdperk Kenyatta, zeer wantrouwig staan tegenover de Kikuyu's, is een alliantie tussen beide bevolkingsgroepen dan niet langer uitgesloten.