Kans op fouten bij OV-kaart studenten 'klein'

De 'OV-studentenkaart BV' moet eind dit jaar zo'n 560.000 studenten van een jaarkaart voor het openbaar vervoer voorzien. Directeur is dr. W. S. P. Fortuyn, vanaf 1 september tevens bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaardenvorming aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

ROTTERDAM, 10 juli Voor studenten wordt het de komende maanden opletten. De OV-studentenkaart BV gaat samen met de Informatiseringsbank in Groningen, die de studiebeurzen uitbetaalt, het adressenbestand van de studiefinanciering controleren. Wie niet meewerkt of niet zijn juiste adres en geboortedatum opgeeft maakt weinig kans in de weken na 12 november bericht te krijgen wanneer en aan welk postkantoor hij zijn OV-jaarkaart kan afhalen.

De invoering in etappes is bedoeld om de drukte op de postkantoren te spreiden, zodat de student niet lang in de rij hoeft te staan. Daaruit blijkt volgens directeur dr. W. S. P. Fortuyn al dat zijn OV-studentenkaart BV een klantvriendelijke organisatie is. 'Wij denken vanuit de klant. Die heeft recht op een vervoerskaart en wij zorgen dat hij hem krijgt. Als wij een fout maken betalen wij een schadevergoeding. Maar tegenover dat recht staan voor de student enkele scherp omschreven plichten. Als hij die niet nakomt is het niet zeker dat hij zijn kaart krijgt of die op tijd kan afhalen.' Bij een op basis van de postcode geselecteerd PTT-kantoor moet voor elke student met een basisbeurs vanaf 12 november een door de Staatsdrukkerij op naam vervaardigde vervoerskaart klaarliggen. Na inlevering van een pasfoto wordt de kaart van een beschermlaag voorzien. De student moet zich legitimeren en een contract tekenen waarin hij verklaart dat hij op dat moment studiefinanciering ontvangt en weet dat hij de kaart binnen drie dagen weer moet inleveren zodra hij geen beurs meer krijgt.

Fortuyn laat er geen twijfel over bestaan dat hij de hand zal houden aan het op tijd inleveren van de kaart. 'Dat is de plicht van de student, daarop zal hij worden aangesproken. Te laat inleveren betekent een boete. Over een betalingsregeling is met ons te praten, maar betaald moet er worden.'

Hij zal desnoods een incassobureau in de arm nemen of naar de rechter stappen. 'Dat kost ons misschien meer dan het oplevert, maar dat moet dan maar. De student heeft zich verplicht de kaart op tijd in te leveren daar houden we hem aan. Misschien is dat opmerkelijk in onze samenleving. Dat zij zo.' De invoering van de kaart is het afgelopen jaar voorbereid in samenwerking met de PTT en de Staatsdrukkerij. Het heeft een duidelijk herkenbare studentenkaart opgeleverd die in elk geval de amateur niet ongemerkt kan vervalsen. Voor de beroepsfraudeur is Fortuyn evenmin bang: de investeringen zijn hoog, het rendement laag. De kaart is ook maar een beperkte tijd geldig en om er geld aan te verdienen zou een groot aantal moeten worden verhandeld met evenveel kansen op ontdekking.

Toch wil Fortuyn niet garanderen dat de invoering zonder problemen zal verlopen. Een belangrijk knelpunt zit volgens hem in de informatie-voorziening: kan de Informatiseringsbank op tijd de juiste informatie leveren? Lukt dat, dan verloopt de invoering volgens het ideale scenario. Lukt het niet, dan haalt Fortuyn alternatieve oplossingen van de plank. 'Natuurlijk hebben we uitvoerig gekeken wat er allemaal fout zou kunnen gaan. Daar hebben we ook maatregelen tegen genomen, omdat we van de kaart een succes willen maken. We hadden natuurlijk ook heel Hollands kunnen zeggen dat het allemaal 'heel moeilijk is' en dat er dit probleem is en er dat bezwaar aan kleeft. Maar dan kom je tot niets.' De OV-studentenkaart BV werd eind 1988 opgericht door de minister van onderwijs, de busbedrijven en de Nederlandse Spoorwegen. Onderwijs heeft de helft van de aandelen, de twee andere partners elk 25 procent. Aan de kosten van de BV, circa 16 miljoen gulden per jaar, dragen de drie aandeelhouders elk een derde bij. Voor dat geld wordt de kaart gemaakt en gedistribueerd. Naast de jaarlijkse verstrekking van zo'n 560.000 kaarten verwacht Fortuyn elk jaar nog eens zo'n 240.000 wijzigingen te moeten verwerken: nieuwe studenten die recht op een basisbeurs krijgen, anderen voor wie de beurs wordt stopgezet.

De kans dat er iets fout gaat is volgens Fortuyn klein. Of de vervoersbedrijven in de ochtendspits in de problemen komen? Fortuyn betwijfelt het, maar sluit het niet uit. 'Uit het onderzoek van de Nederlandse Spoorwegen kun je daarover niets afleiden. Dat was daarvoor te ondermaats. Kwalitatief volstrekt onvoldoende, een schande dat je daar mee aan durft te komen', meent hij. Maar ook als het dringen wordt zou er volgens hem niet veel aan de hand zijn, 'als de Spoorwegen maar een klantgericht beleid voeren'. Het tegendeel is echter volgens hem het geval. Bij de NS staat volgens hem 'het bedrijfsbelang voorop en daar moeten de reizigers zich maar aan aanpassen'.

'De busbedrijven hebben het beter begrepen. Hun voorstel om mensen bijvoorbeeld rechtstreeks uit Den Haag naar de Erasmus Universiteit in Rotterdam te brengen is een goed voorbeeld van een op de reizigers gerichte benadering. Het zou aardig zijn als ze bijvoorbeeld ook eens nagingen of zij de vele ambtenaren die in Leiden wonen rechtstreeks en comfortabel bij hun ministeries in Den Haag kunnen afleveren.'