Industrie investeert minder in milieu

ROTTERDAM, 10 juli De Nederlandse industrie, inclusief de delfstoffenwinning en openbare nutsbedrijven, investeerde in 1988 ongeveer 18 procent minder in milieu-voorzieningen dan in 1987. Anderzijds kwamen de bedrijven dat jaar voor milieulasten te staan die 11 procent hoger waren dan in 1987. Als percentage van de omzet stegen de netto milieulasten van 0,6 procent in 1987 tot 0,7 procent in 1988. Dat staat in het rapport 'Milieukosten van bedrijven 1987 en 1988' dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek is opgesteld. Het rapport zal pas over enige weken verschijnen, maar gisteren werden al enige cijfers bekend gemaakt. Het CBS rapporteert jaarlijks over de milieulasten van de industrie.

Het rapport geeft alleen gegevens over bedrijven waarin meer dan 20 personen werkzaam zijn. Voor bedrijven met geringe milieulasten had de enquete de vorm van een steekproef. Voor ondernemingen met grotere milieulasten is gestreefd naar een integraal beeld. Drie van de vier bedrijven reagerden op de enquete.

In 1988 investeerde de Nederlandse 'nijverheid' (uitgezonderd de bouwnijverheid) 712,6 miljoen gulden in milieumaatregelen (zoals afvalwaterzuiveringen en rookgasreiniging), in 1987 was dat nog 866,5 miljoen. Als percentage van de totale investeringen daalde de inspanning van 4,3 procent naar 3,8 procent.

De afgenomen investeringen komen na een periode van vijf jaar waarin die investeringen elk jaar groter werden. In 1988 werd, vergeleken met 1987, wat minder geinvesteerd in de bestrijding van luchtverontreiniging en wat meer in de behandeling van afvalwater. De restcategorie waarin afvalverwerking, bodembescherming, geluidsbeheersing en landschapsbescherming zijn opgenomen blijft de laatste jaren min of meer stabiel.

De netto milieulasten van de bedrijven, die in absolute zin al meer dan tien jaar stijgen, waren in 1988 ruim 1,8 miljard gulden, in 1987 was dat ruim 1,6 miljard. Milieulasten definieert het CBS als de som van de kosten die een bedrijf maakt voor eigen milieu-activiteiten en de betalingen die het doet voor uitbestede milieu-activiteiten (zoals afvoer van afval). Daar komen de heffingen (voor waterlozingen en brandstofverbruik) bij en worden subsidies (in het kader van de wet verontreiniging oppervlaktewateren en de wet inzake de luchtverontreiniging) van afgetrokken.

In absolute zijn zijn de lasten erg hoog bij de chemische industrie, de openbare nutsbedrijven (elektriciteitscentrales en -distributiebedrijven), de voedingsindustrie en de aardolie-industrie. Als percentage van de omzet waren de milieulasten in 1988 het hoogst in de basismetaalindustrie (ertsverwerkende bedrijven als de Hoogovens) met 1,9 procent, de openbare nutsbedrijven (1,8 procent) en de aardolie-industrie (1,5 procent). De opvallende toeneming van de netto milieulasten van de openbare nutsbedrijven (205 miljoen in 1987 en 295 miljoen in 1988) hangt samen met het gereed komen van een aantal rookgasontzwavelingsinstallaties bij de kolencentrales.