Einsteins-in-spe bijeen op Olympiade

GRONINGEN, 10 juli 'Hier zitten Einsteins tussen', glundert ir. A. J. van den Berg van de Technische Universiteit Delft, terwijl hij in een bovenzaal van de Groninger Martinihal in de richting van de deelnemers aan de 21ste Natuurkunde Olympiade wijst. 'En toekomstige Nobelprijswinnaars', vult drs. W. van Willigen aan. Even verderop buigt de eerste groep van de in totaal 159 middelbare scholieren uit 32 landen zich over de opgaven van het practicum.

Van den Berg en Van Willigen schatten het niveau van de deelnemers die deze week in Groningen strijden om de gouden olympische natuurkunde-medailles hoog in. Wie meer dan 90 procent van de opgaven goed heeft krijgt zo'n medaille. 'Gewone' studenten hebben een week nodig om deze opgaven op te lossen. Het duo is samen met dr. J. Lagendijk van de TU Delft belast met het nakijken van alle oplossingen. 'Ja, dat wordt nachtwerk. Dit is van een student uit Iran', zegt Van den Berg, terwijl hij een vel omhoog houdt. 'Wij kunnen dit niet lezen, maar de eindformule klopt, dat zien we zo.' Nederland is voor het eerst gastland van de Natuurkunde Olympiade. De organisatie is in handen van de Stichting Internationale Natuurkunde Olympiade, waarvan drs. H. Jordens de grote animator is. Al acht jaar begeleidt hij de Nederlandse afgevaardigden. 'In 1982 waren we er voor het eerst bij in West-Duitsland. Toen al leek het me leuk om de Olympiade eens naar Nederland te halen', zegt hij. De laatste drie jaar was hij vrijwel met niets anders bezig dan met de voorbereidingen van het natuurkunde-treffen tussen de middelbare scholieren. Doel van de Olympiade is volgens Jordens niet alleen om leerlingen te stimuleren zich bezig te houden met exacte vakken, maar als deelnemer ook in contact te komen met mede-enthousiastelingen voor het volgens Jordens en zijn drie collega's van de TU Delft onderschatte vak. 'Deze kinderen zijn vaak eenlingen op school. De gemiddelde leerling snapt er niets van als iemand zegt dat hij verder wil in natuurkunde. Hier ontmoeten ze mensen met een zelfde belangstelling en zo ervaren ze dat ze niet zo 'apart' zijn.'

Jordens, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, meent dat het uitblinken in exacte vakken vaak stigmatiserend werkt. 'Je kunt beter goed zijn in hardlopen. Dat geldt zeker voor meisjes. Die schamen zich er voor als ze goed zijn in wis- of natuurkunde. Het gevolg is dat ze minder hun best gaan doen, om die kennis te verdoezelen.'

Aan de Olympiade doen maar vier meisjes mee. Jordens: 'Koeweit neemt elk jaar twee meisjes mee.'

In Nederland lijkt het vak ondanks de campagne 'Kies Exact' nauwelijks aan te slaan bij meisjes. Bij de voorronden bevonden zich onder de twintig deelnemers drie meisjes. 'Wij vragen ons ook af hoe dat komt. De maatschapij juicht bollebozen met een voorkeur voor wis-, schei- en natuurkunde niet toe. En dat geldt zeker voor meisjes.' De stilte in de zaal wordt slechts onderbroken door het piepen van de rode lichtjes of het optakelen van de magneten. De meeste deelnemers (vijf uit elk land, die door de nationale voorronde kwamen) zitten geconcentreerd achter hun rekenmachine; de rollen drop en de broodjes liggen er bij de meesten nog onaangeroerd bij. De scholieren moeten berekenen welke fractie elektriciteit er wordt omgezet in licht bij de led's (light emitting dioden, de zogenaamde rode lampjes op de elektronische apparatuur) en de verhouding van de sterkte van de twee magneten bepalen die langs een schijf draaien.

Vincent Cantaerts (17) uit Belgie vond de praktische test moeilijk. De leerling van de vijfde klas aan een Brussels lyceum meent dat er in Belgie te weinig uren op het rooster staan voor zijn lievelingsvak. 'In China wordt per week 10 uur natuurkunde gegeven. Daar kunnen wij niet tegenop.'

Besteedt hij al zijn vrije tijd aan natuurkunde? 'Nee', lacht Cantaerts, 'ik hou ook van televisie kijken, snooker en computers.'

De 17-jarige Michael Graesser uit Toronto zit ook niet voortdurend met zijn neus in de natuurkundeboeken. 'Ik vind natuurkunde leuk omdat je kunt uitleggen en beschrijven wat er in het universum plaatsvindt. Maar ik ben ook dol op bridgen, kanoen en honkbal.' Pieter-Tjerk de Boer (18) uit Enschede, die als beste Nederlander uit de voorronden kwam, vond beide opgaven meevallen. 'Maar ik betwijfel of ik een kans maak.'

De Boer deed twee maanden geleden eindexamen Gymnasium en slaagde met een acht (Nederlands), drie negens (Engels, Latijn, scheikunde) en vier tienen (natuurkunde, wiskunde a en b en economie I). Een genie? 'Alsjeblieft niet. Willie Wortel, bolleboos en al die benamingen vind ik erg overdreven. Er zijn wel vaker mensen die hoge cijfers halen.'

Meedoen aan de Olympiade vind hij 'gewoon leuk'.

'Maar ik vind meer dingen leuk. Wiskunde bijvoorbeeld, elektronica, computers en Latijn. De Finse omroep zendt Latijnse nieuwsberichten uit, die neem ik op en ik ben bijna zover dat ik ze kan verstaan. Ik ben nu bezig een radio te maken waarop ik meer buitenlandse stations kan ontvangen.'