De katharsis in Griekenland dreigt een fiasco te worden

ATHENE, 10 juli De Griekse regering heeft zich de verdenking van partijdigheid op de hals gehaald door de benoeming van Vasilis Kokkinos, een persoonlijke vriend van premier Mitsotakis, tot president van het Griekse hooggerechtshof, de Areopagos. De benoeming is niet alleen bij de oppositiepartijen in slechte aarde gevallen, zelfs Kostis Stefanopoulos, leider van de kleine rechtse partij Democratische Vernieuwing van wier parlementaire steun de regering afhankelijk is, noemde haar 'onhandig'.

Kokkinos is de opvolger van Jannis Grivas, die op 30 juni de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Als president van het hooggerechtshof wordt hij voorzitter van de twee bijzondere rechtbanken die de twee schandalen moeten behandelen waarbij de socialistische oud-premier Andreas Papandreou betrokken zou zijn: het bankschandaal-Koskotas en het afluisterschandaal rond de telefoondienst. Men moest dus hopen dat de post ten deel zou vallen aan een figuur op wie geen politiek stempel was te drukken. Maar premier Mitsotakis heeft bij het benoemen van Kokkinos maar liefst negen andere rechters, die volgens de regels van de ancienniteit voorgingen, gepasseerd. Zelf spreekt de premier nog steeds van een benoeming op grond van verdienste en herinnert eraan dat onder Papandreou acht jaar lang een eenzijdig benoemingsbeleid is gevoerd in het rechtsapparaat, dat nu moet worden rechtgezet, maar hij heeft weinigen overtuigd. Mochten de beide, in het parlement door loting aangewezen, dertienkoppige rechtbanken het 'schuldig' uitspreken over Papandreou en vier van zijn oud-ministers, dan zal dat, en niet alleen door de oppositie, worden toegeschreven aan politieke factoren.

De benoeming van Kokkinos zal Papandreou ook sterken in zijn voornemen, zich bij de rechtszaken helemaal niet te vertonen. Hiermee heeft het proces van katharsis (zuivering) voortijdig schipbreuk geleden zo denken ook de linkse partijen erover die haar vorige zomer, in het rechts-linkse kabinet-Tzannetakis, mede op gang brachten. Intussen is een derde bijzondere rechtbank nu al een maand bezig met de behandeling van een kleiner schandaal, waarbij ook een socialistische oud-minister is betrokken. Het gaat tegen Nikos Athanasopoulos en zeven ambtenaren die zich in 1986 hebben schuldig gemaakt aan het dekken van een fraude, waarbij een partij van bijna 10.000 ton Joegoslavische mais als Griekse naar Belgie was doorverkocht, omdat er in EG-verband een veel hogere prijs voor kon worden gevraagd. Toen de EG erachter kwam, probeerde deze onder-minister van financien, pas acht maanden later aan de macht gekomen, de inspecteurs met valse papieren op een dwaalspoor te brengen, 'in het nationaal belang', naar hij zegt. Op dit proces wordt heel wat overhoop gehaald. Aanvankelijk stond het onder leiding van Grivas, wiens carriere ten einde liep. De hoofdverdachte diende steeds weer nieuwe bezwaarschriften tegen hem in waarin om zijn 'wraking' werd gevraagd, nu eens omdat hij een uiterst voordelige arbitragezaak bleek te gaan behandelen, dan weer omdat hij tijdens de kolonelsjunta eenmaal een uitspraak had gedaan als had 'de revolutie (staatsgreep) van 21 april 1967 recht geschapen'.

Alle bezwaarschriften werden verworpen, maar toen Grivas op 30 juni met pensioen ging en werd vervangen door vice-president Sakellaropoulos, was het proces nog niet veel verder. De ambtenaren geven elkaar allemaal naar boven de schuld, en zo komt de volle lading bij Athanasopoulos terecht, maar die laat het er ook niet bij zitten. Steeds doorzichtiger worden zijn betogen dat hij voor dit schandaal niet als enige wil opdraaien en dat het dekkingsbesluit een collectief besluit was van een groep ministers. 'Er was ook nog een premier', heeft hij al veelbetekenend gezegd, terwijl dit nu juist tot nu toe het enige schandaal was waarbij Papandreou niet werd genoemd.

Zes voormalige oud-collega's, onder wie zelfs de ex-minister van buitenlandse zaken Papoulias, hebben inmiddels als getuigen a decharge bevestigd dat in 1986 aan de affaire twee bijeenkomsten zijn gewijd, alleen: Papandreou wist er niets van. Het was een schoonheidsfout zoals er binnen de EG talloze worden gepleegd, vooral door Belgie en Italie, aldus oud-minister voor EG-zaken Panghalos, die overigens als enige had gepleit voor het meteen betalen van de boete van 1,7 miljoen gulden. 'Alleen in Griekenland wordt zo'n kwestie door de oppositie uitgebuit voor het opkloppen van een schandaal.' Maar de Belgische EG-expert Emil Menens, die de inspectie had verricht en als eerste getuige a charge werd gehoord, verklaarde dat hij nog nooit een schandaal van zo'n omvang op het spoor was gekomen en ook nog nooit zo door hoge autoriteiten om de tuin was geleid. Dat wekte de woede op van Athanasopoulos, die kwam met het weinig overtuigende, maar nu reeds klassiek geworden wederwoord: 'Toen ze daar (in Belgie) nog eikels aten, bouwden wij al het Parthenon.'

De satirische pagina van het dagblad Kathimerini kon het niet laten, hier nog even op door te gaan: 'Die eikels kwamen natuurlijk uit Mesopotamie en werden door ons als Griekse naar Belgie doorverkocht. En van dat geld konden wij het Parthenon bouwen'.