Anti-apartheidsbeweging betreurt terugtreden Boesak

ROTTERDAM, 10 juli Nederlandse anti-apartheidsorganisaties betreuren het terugtreden van de Zuidafrikaanse dominee Allan Boesak en beschouwen het als een verlies.

Boesak sprak zich als voorzitter van de Wereldbond van gereformeerde en hervormde kerken altijd zeer scherp uit tegen de apartheid en de Zuidafrikaanse regering. Bij zijn talrijke bezoeken aan Nederland spaarde hij ook het Nederlandse Zuid-Afrika-beleid niet.

Vanaf de preekstoel bekende de 44-jarige Boesak zijn gemeente in Bellville South bij Kaapstad zondag dat hij een buitenechtelijke verhouding heeft en dat zijn huwelijk en zijn kerkelijke carriere voorbij zijn.

Diezelfde ochtend schreven Zuidafrikaanse kranten al over zijn verhouding met de televisieproducente Elna Botha, een nicht van de voormalige minister van binnenlandse zaken Stoffel Botha. Haar echtgenoot, die het bericht als nieuwslezer aan de televisiekijkers moest meedelen, werd overmand door emotie en moest door een collega worden vervangen. Boesak is in de Zuidafrikaanse rassenindeling een kleurling, Botha blank.

E. van den Bergh van de werkgroep Kairos (Christenen tegen apartheid) gaat er van uit dat niet alleen de kerkelijke rol van Boesak is uitgespeeld, maar ook zijn politieke rol. 'Zijn betekenis is groot geweest. Hij is een zeer begaafd spreker, hij kon heel goed verwoorden wat leefde onder grote groepen in Zuid-Afrika.' Van 1970 tot 1977 woonde Boesak in Nederland. Hij studeerde theologie in Kampen, waar hij promoveerde. 'Hij kent de calvinistische traditie goed', aldus Van den Bergh. 'Als hij hier op een persconferentie een vraag krijgt van iemand van het Reformatorisch Dagblad kan hij perfect antwoord geven vanuit die traditie, inclusief de citaten van Calvijn.' De kracht van Boesak ligt volgens K. de Pater van het Komitee Zuidelijk-Afrika in zijn onomwonden uitspraken. In 1988 noemde Boesak het beleid van het toenmalige Nederlandse kabinet inzake Zuid-Afrika 'schandalig'.

De Nederlandse regering, die hij vergeleek met de regering-Thatcher, zou zich opstellen als een bondgenoot van Zuid-Afrika.

Jarenlang was Boesak in Zuid-Afrika een van de bekendste leiders van de anti-apartheidsbeweging. Hij was een van de oprichters van het Verenigd Democratisch Front (UDF), de koepelorganisatie van verschillende oppositiebewegingen, en pleitte fel voor economische sancties tegen Zuid-Afrika.

In 1985 bekende Boesak al eens een buitenechtelijke relatie, maar omdat het nieuws toen in de openbaarheid werd gebracht door de Zuidafrikaanse politie deed het nauwelijks afbreuk aan zijn positie in de kerk en in de politieke oppositie.

Nu zwarte politieke leiders als Nelson Mandela en Walter Sisulu op vrije voeten zijn en het ANC niet langer verboden is, blijkt er voor de kerkelijke leiders in Zuid-Afrika niet meer zo'n prominente rol weggelegd te zijn. Van den Bergh: 'De anglicaanse bisschop Tutu zei onlangs dat hij zich weer gaat wijden aan de verspreiding van het Woord van de Heer. Maar Boesak heeft meer moeite met zo'n meer bescheiden rol.'

In een vraaggesprek met deze krant zei de dominee onlangs: 'Ik kan niet zo makkelijk terugtreden, daar ben ik te gereformeerd voor.' Tutu nam Boesak gisteren in bescherming: 'De mensen moeten niet denken dat dit de ergste zonde is.'

Maar Sisulu zei: 'Het ziet er niet naar uit dat het volk dit licht zal opnemen.'