Voetbalspel als eenheidsworst

Alleen Westduitsers hebben genoten van het gisteren geeindigde wereldkampioenschap voetbal. Weinig groots talent en voor zover aanwezig werd het omvergeschopt. Weinig verschillen in spelopvatting ook. Voetbal is een uniforme bezigheid geworden, een kans voor de volgende gastheer: Amerika. Het onderstaande is overgenomen uit een hoofdartikel van het Britse weekblad The Economist van vorige week.

Dit veertiende wereldkampioenschap voetbal was anders en de betekenis van het verschil reikt verder dan het voetbalveld. De onzichtbare hand die de wereldeconomie bestiert, heeft een tegenhanger gevonden in het wereldvoetbal: de onzichtbare voet.

De openingswedstrijd van het WK liet zien waarom. Argentinie, de wereldkampioen van 1978 en 1986, werd verslagen door Kameroen, dat zich pas een keer eerder voor het kampioenschap had gekwalificeerd. Niemand gaf Kameroen een kans; dat gold evenzeer voor enkele andere teams, die later voor verrassingen zouden zorgen. Voor het begin van het WK zou alleen iemand met een naam als Cam O'Roon hebben gewed dat Ierland en Kameroen de kwartfinales zouden bereiken. Had hij op deze combinatie een Engelse pond ingezet, dan was hij twee weken later 100.000 pond rijker geweest. Zo'n situatie zal zich niet weer voordoen. Beide teams verdienden het, wel beschouwd, zo ver te komen. Kameroen had het zelfs verder kunnen schoppen, want in de wedstrijd tegen Engeland speelde het beter dan zijn tegenstander. Wat heeft de ogenschijnlijk kansloze teams van Kameroen en Ierland met een gezamenlijke bevolking van 15 miljoen zo veranderd, dat zij een bedreiging vormden voor veel rijkere landen met een veel sterkere voetbaltraditie? Het antwoord is dat alle symbolen van de nationale teams de spelers in hun gekleurde uitrusting, de supporters met hun gezang en hun vlaggen, de presidenten en ministers die zich voor de gelegenheid in de VIP-boxen verdrongen slechts vermomming zijn. De ware aard van elk nationaal team is anders: het is een tijdelijke herschikking van individuen die voor het merendeel ergens anders op de wereld voetballen.

Lineker

Op de voetbalmarkt is geld op zoek naar talent, met als gevolg dat spelers elkaar steeds vaker ontmoeten in de rijkste Europese clubs. Toen Gary Lineker klaarstond voor die belangrijke strafschop voor Engeland tegen Kameroen, hadden hij en de Kameroense doelman een ding gemeen: beiden hadden gespeeld in de Spaanse competitie. Diego Maradona, de superster van Argentinie, speelde drie WK-wedstrijden op bekend terrein het veld van zijn eigen club in Napels. Vier jaar geleden speelden maar twee spelers van het Braziliaanse team voor buitenlandse clubs; nu meer dan tien. Zuid-Korea, in het WK het enige deelnemende land uit Azie, sloot tot nu toe zijn in het buitenland spelende voetballers uit voor het nationale team. Ditmaal echter heeft het, in de geest van zijn gehaaide handelstraditie, deze barriere laten vallen. De Zuidkoreaanse sterspeler heeft een contract getekend bij een Oostenrijkse club. Zelfs de Russen doen de Zuidkoreanen na: een van hun topspelers voetbalt in Spanje, een in Frankrijk en twee in Italie.

De team-managers zijn al net zo ongebonden. De coach van het Ierse team was een Engelsman, die van Kameroen een Rus, het nietige Costa Rica werd geleid door een Joegoslaaf, het team van de Verenigde Arabische Emiraten door een Braziliaan. De coach van Engeland gaat bij een Nederlandse club werken. De Braziliaanse manager, die in ongenade viel nadat zijn team door Argentinie was verslagen, ging toch al (gelukkig voor hem) naar een Italiaanse club.

Kortom, de voetbalmarkt is volkomen internationaal geworden. De werknemers zijn mobiel, verblijfsvergunningen vormen zelden een belemmering. De techniek is simpel: voetbalschoenen zijn overal hetzelfde en dat geldt ook voor de ballen en de doelpalen. De Emiraten hebben hun woestijnen tot bloei gebracht, het koude Zweden heeft verwarming onder het veld aangebracht om de sneeuw te doen smelten. Geld is er in overvloed en waar het meeste geld is, wordt het beste clubvoetbal gespeeld. Het resultaat is dat het spel overal hetzelfde is geworden. Spelers die bij het handjevol topclubs spelen, leren elkaars trucjes. Ze trainen aan de hand van dezelfde oefenschema's, eten min of meer hetzelfde voedsel en veinzen op dezelfde melodramatische manier een blessure. Ze worden begeleid door gelijkgestemde coaches, van wie velen voor dezelfde topclubs hebben gespeeld. Als er een experimenteert met een nieuwe spelvariant, is dat in een mum van tijd bij de anderen bekend, en als het experiment vruchten afwerpt, doen ze het snel na. Geen wonder dat in dit WK per wedstrijd minder goals zijn gevallen dan in een van de dertien voorafgaande toernooien. Voetbal is een uniforme bezigheid geworden zeker, het wordt nog steeds vaardig gespeeld en het is vaak opwindend, maar hoeveel toeschouwers zouden de afgelopen maand hun eigen teams hebben herkend als iedereen in dezelfde kleuren had gespeeld?

Variatie

Een marketing-deskundige, met deze analyse geconfronteerd, zou niet twijfelen aan de remedie. Om het voetbal zijn status van 'wereldspel' te laten behouden moet er een gevarieerd aanbod op de markt komen. Aangezien de macht van de onzichtbare voet de gelijkheid in de hand werkt, is het niet waarschijnlijk dat die varieteit zal worden geproduceerd door een van de twintig rijke clubs. Ook kan die niet worden verwacht van een klein land als Kameroen, aangezien de beste jonge spelers van dat land wel snel naar het rijke Europa gelokt zullen worden om naar Italiaans of Duits model te worden gekneed.

De beste kans voor een verfrissende verscheidenheid is weggelegd voor een grote, rijke nieuwkomer op de markt. Voor die rol is er maar een kandidaat: de Verenigde Staten, die gastheren zullen zijn van het WK in 1994. Het Amerikaanse team dat in Italie meespeelde, werd al in de groepswedstrijden uitgeschakeld. Maar de Amerikanen hielden de Italianen op een score van slechts 1-0; en vergeet niet dat de Verenigde Staten in 1930 de halve finales bereikten en in 1950 in de eerste ronde Engeland versloegen.

De Amerikanen zullen in 1994 het WK niet winnen. Maar zij hebben een uitgelezen kans om voetbalvaardigheden en tactieken te ontwikkelen, die het voetbal zullen opfrissen en die coaches en spelers in de hele wereld aan het denken zullen zetten over alternatieven voor de eenheidsworst die de Europese clubs bieden.

De Amerikanen zullen die kans missen als ze proberen onzinnigheden te introduceren, zoals het splitsen van wedstrijden in vier delen (om de televisie meer zendtijd te geven voor reclame). Zij zouden het spel naar een hoger niveau kunnen tillen als zij hun eigen stijl weten te ontwikkelen: uitgekiende, gecodeerde bewegingen, time-outs en peppraatjes, boomlange spelers die in de zestien meter hun kans afwachten om met het hoofd te scoren. De voortekenen zijn goed: een lid van het Amerikaanse team van dit jaar speelt voor de Tampa Bay Rowdies. Dergelijke namen houden de charme van het voetbal levend.