Column

Rudi Valler

Rudi Valler is de nogal voor de hand liggende woordspeling na gisteravond en ik geef toe: was hij een Nederlander geweest, dan was ik trots en nu vond ik het op een wel erg goedkope manier de bal naar de stip acteren. De Argentijnen waren veertig keer minder dan onze buren en het zat er in dat zij zouden verliezen, maar win dan ook! Mep ze dan met een nul of wat om de oren, laat ze gras eten, scoor glorieus en schreeuw een ererondje van 36.4 in het stadion, maar kom niet aan met een cadeautje als gisteravond. Ik geef toe dat ik niet objectief ben en dat er een verfrommeld Argentinie-sjaaltje over mijn hotelkamerstoel hangt.

Ik wist niet dat ik op mijn 36ste nog eens met de Maradona-kleuren om mijn nek zou lopen, maar als de Duitsers tegen wie dan ook spelen, komt het primitiefste in mij boven en regel ik in mijn eentje dat het een risicowedstrijd wordt. Dit stamt nog uit '74 en misschien komt een ambitieuze psychiater nog eens tot '40-'45, maar toen was ik nog niet in voetballen geinteresseerd. Gisteravond zat ik in het stadion in een Nederlands vak en ik krijg altijd al eczeem van oranje geverfde gezichten, maar als mensen zich bij de wedstrijd Argentinie-West-Duitsland in de oorlogskleuren hullen, breekt bij mij enorme jeuk uit. Echt: bosbrand in mijn liezen.

Zeker als je veel geld voor een kaartje hebt neergeteld en alleen al op basis van het bedrag je graag had willen verzekeren van een minimum aan beschaving. Het erge is ook dat het geen Oranje-supporters zijn. Het is een bedrijf dat al ver voor het debacle van het Nederlands elftal een heleboel plaatsen bij de finale geregeld had en voor het eerst een echt groot voetbalstadion bezoekt. Je merkt dat er gezongen is in de bus en er zijn buren in Hazerswoude die opdracht hebben goed op te letten of ze hen misschien op televisie zien. Dat soort volk zit opeens in het oranje bij Argentinie-West-Duitsland en jij zit daar dan als landgenoot tussen. De charter-mentaliteit druipt van hun oranje vlaggetjes en je gaat uit schaamte veel te veel en veel te hard Engels praten.

Dit kwam ook een beetje door een Duitse buurman die mij vroeg wat Boris vanmiddag had gedaan. Welke Boris, dacht ik en bleef hem tot drie keer toe niet snappen. Toen hij vertelde dat hij Becker bedoelde, begreep ik hem pas en vertelde hem de uitslag tot en met de vierde set. Je moet de spanning erin houden. Daarna bracht ik het gesprek op het debacle van Steffi Graf. Ik geef toe dat het kinderachtig is, maar het heeft echt met '74 te maken. Maar ik sprak dus voornamelijk Engels uit schaamte voor mijn eigen medelanders. Volk dat bij de finale WK-1990 in het oranje komt. Het is toch niet de finale van het driedaagse volksdansconcours van Rolde. Meedoen is een feest, een winnaar kennen we niet en we hebben na afloop een vegetarische barbecue met alle deelnemers!! Vier weken heb ik het toernooi gevolgd, bijna alle stadions van binnen gezien, gerend voor de Engelsen, gedronken met de Ieren, gehuild met de Belgen, gedanst met de Argentijnen, gelachen om de Nederlanders en geschreeuwd voor de Tsjechen, maar ik heb na de uitschakeling van Beenhakker en zijn amateurs nog geen mandarijntje gegeten. Al het oranje verdween op de bodem van mijn koffer en ik koos per dag een nieuwe favoriet. Maar je gaat niet in het oranje naar een finale van een WK. Tijdens de wedstrijd van gisteren zat ik al die oranje types eens goed te bekijken en begreep in een klap alles. De heilige geest daalde in mij en sprak: 'Dit is precies de reden waarom Nederland nooit wereldkampioen zal worden. Te truttig. Te Rolde, te Smilde, te Hazerswoude, te ... '

De tranen van Maradona waren na afloop van de wedstrijd hartverscheurend en een vedette die de waterlanders zo laat lopen voor een miljard televisiekijkers, verdient voor mij goud. De speler die vijf minuten voor tijd zo professioneel in het strafschopgebied van de tegenstander landt dat de scheidsrechter erin tuint, heeft voor mij het voordeel van de twijfel, maar het land dat een publiek heeft dat naar de finale Argentinie-West-Duitsland in het oranje gaat, heeft niet het recht om tussen nu en 2090 wereldkampioen te worden. Waarom niet? Omdat het lafbekken zijn. Ik liep in de verliezerskleuren op het parkeerterrein, werd gehoond en uitgejouwd door 80.000 Moffen, maar ik werd herkend als een verliezer. De types in het oranje, het bedrijfsuitje, het volksdanskeutelclubje, vierdaagsesfeertje en ouwejongenskrentenbroodbijeenkomstje hoorde nergens bij en een ding troostte mij zeer: de charter ging meteen na de wedstrijd terug naar Amsterdam. Ik hoor hier in Rome lallende en dronken Duitsers. Het doet pijn, maar het is beter dan dat je nu samen met de vrouw van je chef boven Schiphol zit te zingen: 'We zijn er bijna!' Niets is namelijk minder waar. Zolang Van Basten en Gullit niet kunnen huilen als Diego, komen we er nooit!