Ouderwetse koopkracht-discussie terug in kabinet

DEN HAAG, 9 juli Het eerste gesprek over de rijksbegroting voor 1991 hebben de ministers achter de rug. Vrijdagavond was het rituele 'technische vragen'-rondje aan de minister van financien: ziet Kok dit cijfer wel juist en had hij dat bedrag niet anders moeten berekenen. Of zoals minister-president Lubbers op zijn persconferentie zei: 'Volgende week komen we pas echt op gang.' Minister Kok heeft zijn collega's twee weken geleden laten weten dat er volgens hem 800 miljoen gulden moet worden gevonden om het financieringstekort terug te brengen naar de afgesproken 4,75 procent van het nationaal inkomen. Om het beeld weg te nemen dat de ministers maar met geld smijten, moest het Lubbers vrijdagavond van het hart dat 'het hier niet om uitgavenoverschrijdingen' gaat. Het is onder meer de hoge rente die de overheid met extra kosten opzadelt.

Een ombuigingsbedrag van 800 miljoen gulden is weinig. In de zomer van 1987 moest het toenmalige CDA/VVD-kabinet behalve de al afgesproken drie miljard nog eens vier miljard gulden zien te vinden en twee jaar daarvoor besprak het kabinet een pakket van in totaal 8,2 miljard gulden. Toch zei Lubbers vrijdag: 'Het is de vraag of het wel 800 miljoen gulden is. Het zijn ramingen van Kok en de afspraken over de begrotingsdiscipline zoals hij die ziet. Net als in een goed huwelijk zien de partners de afspraken wel eens anders.' Kok heeft formeel nog geen voorstellen gedaan om aan het bedrag van 800 miljoen gulden te komen, maar hij heeft wel een aantal mogelijkheden bedacht. In plaats van te bezuinigen zou een deel van het geld kunnen worden binnengehaald door de accijns op met name sigaretten en tabakswaren te verhogen en meer BTW te heffen op goederen en diensten waarvoor nu geen of slechts het lage tarief geldt, zoals notariskosten of het bibliotheekabonnement. Het totaal aan belastingen en sociale premies, de zogenoemde collectieve lastendruk, stijgt daardoor, maar dat zou kunnen in 1991 omdat de lastendruk ruim een half procent lager uitkomt dan de 53,6 procent die CDA en PvdA hebben afgesproken in het regeerakkoord.

Operatie

Kok houdt nog een andere optie achter de hand. Op een idee gebracht door het CDA wil de minister van financien snijden in de subsidies die via de departementen van economische zaken en landbouw en visserij naar het bedrijfsleven gaan. CDA-Kamerlid Terpstra opperde deze mogelijkheid toen het kabinet nog zocht naar compensatie voor de overschrijdingen bij de investeringspremie WIR. Eerder had zijn fractievoorzitter, Brinkman, ook al laten weten de subsidies onder de loep te willen nemen, maar dan niet alleen die aan het bedrijfsleven. De christendemocraten willen een grote operatie waarbij alle subsidies, ook die aan huishoudens, grondig op hun merites worden bekeken. Op het ministerie van economische zaken van CDA-minister Andriessen zijn direct de hakken in de grond gezet toen duidelijk werd in welke richting Kok dacht: niet eenzijdig de subsidies aan het bedrijfsleven en zeker niet de technologiesubsidies, want stond niet het regeerakkoord dat 'het technologiebeleid wordt geintensiveerd' ? Naast dit algemene probleem kampt het ministerie van onderwijs in 1991 nog met een tekort van 198 miljoen gulden.

Ritzen moet dat geld opbrengen, tenzij de collega's hem de helpende hand toesteken omdat ze de al aangekondigde bezuinigingen bij de studiefinanciering en de wachtgeldregeling voor docenten wel genoeg vinden. Verder zal het ministerie van sociale zaken nog met concrete maatregelen moeten komen voor de in april gemaakte afspraak om 600 miljoen gulden te bezuinigen op de sociale zekerheid. En natuurlijk zal Kok in de slag moeten met, voornamelijk, CDA-collega's die claims hebben ingediend, zoals Hirsch Ballin van justitie die onder meer geld wil voor de uitwerking van het Schengenakkoord en de reorganisatie van de rechterlijke macht. Maar echt moeilijk voor het kabinet wordt het pas eind augustus. Terug van vakantie verleggen de bewindslieden het gesprek van de uitgaven naar de inkomsten en dus naar de electoraal zo belangrijke inkomensverdeling. Volgens de huidige cijfers dreigen alleen de alleenstaanden er volgend jaar op achteruit te gaan.

De PvdA verzet zich daartegen, maar zal met een inkomensverbetering voor alleen deze groep geen genoegen nemen. Zoals het er nu voorstaat, gaat een minimumloner er in 1991 een half procent in koopkracht op vooruit, iemand met een inkomen van ongeveer zestigduizend gulden daarentegen anderhalf tot twee procent. De PvdA, die bij de eerste eigen begroting de behoefte heeft zich te profileren, zal deze scheve verhouding tussen de laagste inkomens en de beter-verdienenden willen rechttrekken. Het CDA heeft echter ook zijn wensen. De christendemocraten is vooral de luxe positie van tweeverdieners een doorn in het oog. Ten gunste van de alleenverdiener die een gezin moet onderhouden, willen ze bij de tweeverdieners geld weghalen om dat via een verhoging van de kinderbijslag aan gezinnen te geven. Op een punt zijn PvdA en CDA het wel eens. Beide willen de bejaarden met een klein pensioen wat extra's geven; ze hebben alleen ieder iets anders bedacht voor de manier waarop.