Opzwepend ritueel van Britse gospel-groep brengt publiek inde ban

Als beverige oude mannetjes en opgeschoten tieners hand in hand om more gaan roepen, dan is er iets aan de hand. Het gebeurde gisteren in Amsterdam, waar het Inspirational Choir uit Londen het voormalige godshuis der Vrije Gemeente, sinds jaar en dag Paradiso geheten, twee uur lang volkomen op zijn kop zette.

Extatische vraag- en antwoordzang, meeslepende preekjes en een overmaat aan retorische vragen brachten het publiek zozeer in de ban van de zangers, dat schouderophalen of zelfs glimlachend toekijken vrijwel onmogelijk was. Het was opgaan of ondergaan in een opzwepend religieus ritueel, dat pas in de tweede plaats artistieke bedoelingen leek te hebben.

'In our church you may clap your hands', gilde de voorzanger. 'Yeah', riep de zaal instemmend, alsof dat niet allang gebleken was. 'In our church you may tap your feet', luidde de volgende frase en ook die mededeling werd ontvangen alsof het nieuws was. Geen beter nieuws dan dat wat al bekend is; het geldt voor iedere ideologie en in extreme mate voor die van de 'First Born Church of the Living God' uit welks ledenbestand het Inspirational Choir is samengesteld. De Amerikaanse domineeszoon John Francis stak begin jaren tachtig over naar Engeland met de bedoeling dat land kennis te laten maken met de echte zwarte gospel. Hij ging op zoek naar jong talent en trainde het met als uitgangspunt dat ieder lied moest klinken alsof het het laatste was.

Dat hij daarin slaagde, bewezen de lp's Clean Hearts en Higher and higher, maar meer nog live concerten zoals dat van gisteren. De uit 21 personen (en dus niet 31 zoals aangekondigd) bestaande groep zong inderdaad of het leven er van af hing maar toonde zich daarbij wars van elk puritanisme. Een uit elf meisjes en vier jongens bestaand koor oogde chic en sexy, het begeleidingsorkest speelde ruig en hard, het repertoire varieerde van statige traditionals tot vette soul. Het in 1969 door de Edwin Hawkins Singers tot pophit gezongen Oh, happy day en de meedeiner We are the world, we are the children kregen een even overtuigende behandeling als Safe in the hands of Jesus. Extatisch hoogtepunt van het optreden was ongetwijfeld de met veel bijval gezongen traditional Amazing Grace, waarvan Aretha Franklin in 1972 een spannende versie op de plaat zette. De tengere Sarah Brown, een van de drie uitstekende leadzangeressen van het Londense koor, maakte er zo'n schitterend monument van dat zelfs een islamiet er christen van zou worden.

Dat het concert door reisproblemen ruim vier uur te laat begon was vervelend voor de bezoekers die op tijd kwamen, maar had als voordeel dat de Brazilian Afternoon in de tent op de Dam inmiddels grotendeels achter de rug was. In de oorpronkelijke programmering zou het contrast tussen de bezetenheid in Paradiso en de landerigheid in de tent nog dodelijker zijn geweest voor het aldaar verzamelde tweederangs talent. Djavan ziet er smakelijk uit maar zijn muziek is zo middle of the road dat de sfeer in de tent met zijn floep-aan-floep-uit lichtjes vooral deed denken aan een Zandvoortse disco eind september. Nog even doorzeuren met een cover van Stevie Wonders Sir Duke, en die laatste toeristen zijn ook weg. De daaropvolgende Joyce, gelukkig ook al zonder tweede naam, zong een rammelende ode aan Harry Belafonte die volgens haar de reggae had uitgevonden en kweelde ook nog iets over een vogel die het in de bossen van de Amazone door al dat gezaag niet meer zo naar zijn zin had. Het onrecht is de wereld nog niet uit, maar als iemand er zondag iets aan deed, waren het de zangers van het Inspirational Choir uit Londen en niet Joyce uit Rio.